Schuldbekentenis herhaald bij begin proces Solingen

BONN, 14 APRIL. “Wat ik heb gedaan, spijt me echt, ik schaam me ervoor.” Met deze woorden bevestigde een 24-jarige verdachte zijn eerdere bekentenis in het gisteren begonnen proces tegen vier jongemannen die ervan worden beschuldigd in de nacht van 29 mei 1993 een huis van een grote Turkse familie in Solingen in brand te hebben gestoken.

Bij de brand, die in en buiten Duitsland een zware schok veroorzaakte, stierven vijf Turkse vrouwen en meisjes. Tien familieleden raakten gewond, hun huis, in het centrum van de stad, brandde geheel af. Na de brandstichting in Solingen, een half jaar na een vergelijkbare aanslag in het Noordduitse Mölln waarbij drie Turkse vrouwen en meisjes omkwamen, ontstond vorig jaar dagenlang grote onrust onder de bijna twee miljoen tellende Turkse gemeenschap in Duitsland.

De 24-jarige verdachte is de enige die niet volgens het jeugdstrafrecht wordt berecht, hij kan tot levenslang worden veroordeeld. In zijn bekentenis heeft hij de drie andere verdachten, allen ook uit Solingen en respectievelijk 16, 17 en 21 jaar oud, met name als mededaders genoemd. Zij ontkennen echter of zijn, zoals de 17-jarige Cristian R., op een tegenover de politie afgelegde bekentenis teruggekomen.

Het openbaar ministerie acht bewezen dat het viertal weliswaar onder invloed was maar toch welbewust heeft gehandeld en het levensgevaar voor de Turkse familie Genc op de koop toe heeft genomen. Zij zouden hebben gehandeld uit haat jegens buitenlanders en extreem-rechtse sympathieën hebben. Twee van hen waren voor de brandstichting binnengelopen bij een feestje in een paviljoen tussen volkstuintjes en daar verwijderd, naar zij ten onrechte meenden, door enkele Turkse mannen. Daarna ontmoetten zij de twee andere verdachten, van wie er één al langer van plan zou zijn geweest om buitenlanders als de al twintig jaar in Duitsland levende familie Genc, duidelijk te maken dat zij ongewenst zijn.

Het proces in Solingen, waarvan het begin gisteren door honderden journalisten werd bijgewoond, is begroot op 39 procesdagen, en zal tot de zomer duren. De raadslieden van de drie ontkennende verdachten zeggen te beschikken over een getuige die twee van hen in de nacht van 29 mei '93 elders in Solingen zou hebben gezien op een plaats en tijd die het onmogelijk maken dat zij 's nachts rond één uur bij het huis van de familie Genc konden zijn (waar de brand op dat tijdstip werd gesticht).