Ruiters en parcoursbouwers hebben een bondgenootschap

DEN BOSCH, 14 APRIL. Parcoursbouwer Henk-Jan Drabbe stond gisteren als een dirigent voor de springpiste. Om hem heen bouwde zijn ploeg hindernissen op, verplaatste vlaggen en verschoof bloemstukken, allemaal al voor het volgende parcours. “Moet ik voluit gaan? Hoeveel foutlozen zijn er?”, had Piet Raymakers net nog aan hem gevraagd bij de ingang van de ring, voordat de ruiter begon aan zijn barragerit. Het geruststellende antwoord van Drabbe dat er nog maar één foutloze was, inspireerde publieksfavoriet Raymakers tot een supersnelle rit met zijn paard Amadeus. De eerste zege bij Indoor Brabant was binnen.

Drabbe (47) onderhoudt goede contacten met de ruiters voor wie hij de obstakels in de wedstrijdring plaatst. Dat de Utrechter hoofd-parcoursbouwer is bij Indoor Brabant, heeft hij zelfs aan zijn goede banden met de ruiters te danken. “Vorig jaar in Gothenburg hebben de ruiters en met name de Nederlandse een lans voor mij gebroken,” zegt hij, “want feitelijk was het niet toegestaan: Ik ben niet een van de tien parcoursbouwers met de begeerde 'O' van 'officieel' achter zijn naam. Voor de druk van de ruiters is men toen gezwicht.”

Een springruiter zou een parcoursbouwer als zijn natuurlijke vijand kunnen zien. Toch is er in hippische kringen eerder sprake van een bondgenootschap. Drabbe: “Ons gemeenschappelijke belang is goede sport. Ik hoop dat door mijn selectieve parcoursontwerpen de beste combinatie van het moment wint. De ruiters willen dat ook, terwijl zij bovendien hun paarden niet afgebluft willen zien door bovenmatige of oneerlijke opgaven.”

Onder een niet-faire opgave verstaat Drabbe bijvoorbeeld een tweesprong of driesprong met een tussenafstand die niet passend is voor de galopsprong van het paard. “Daar kun je een paard angstig door maken,” verklaart Drabbe, “ik zoek de moeilijkheid liever in de afwisseling tussen lange rechte lijnen waar ruiters tempo maken en een korte wending met een combinatiesprong, waar een ruiter zijn paard weer in het tempo moet terugnemen om er foutloos overheen te kunnen komen. Ook het variëren tussen heel massief opgebouwde sprongen en open hindernissen met veel lucht maakt een parcours optisch moeilijk voor een paard, zonder dat het iets met hoogte of breedte te maken heeft.”

Voor de eerste meetellende wedstrijd om de wereldbeker die vanavond op het programma staat, verrast Drabbe de paarden met een paar gloednieuwe hindernissen. Er is een obstakel als een brug bij, grote gekleurde vlinders fleuren een andere hindernis op en weer twee andere zijn over een waterbak heen gebouwd. De meeste obstakels hebben lichte kleuren. “Ook een moeilijkheidsfaktor”, weet Drabbe. Het is duidelijk dat de winnaar zondag een goede galoppeur moet zijn met een scherpe blik, veel springvermogen en vooral het uithoudingsvermogen om ook op de laatste dag nog alert en fit te zijn.

    • Claartje van Andel