Rotterdam; Bakermat

De sociale vernieuwing in Nederland is de afgelopen vier jaar gedeeltelijk geslaagd, concluderen het Sociaal en Cultureel Planbureau en de adviesgroep sociale vernieuwing van Binnenlandse Zaken in twee rapporten die vanochtend aan minister Van Thijn zijn aangeboden. De buurt veegt de straat, de werkloze verricht gesubsidieerd werk. Een nieuw kabinet mag de aandacht dan ook niet laten verslappen, zeggen de onderzoekers. Maar in de stad halen de bewoners de schouders op. Sociale vernieuwing, dat is toch het voetbalveldje om de hoek?

Rotterdam is de bakermat van de sociale vernieuwing. Hier dook het begrip voor het eerst op, toen de gemeenteraad zich in 1987 afvroeg of achterstandsgroepen wel voldoende profiteerden van de economische opleving in de havenstad. Een jaar later werd de term geïntroduceerd in de landelijke politiek. In de zomer van 1990 tekende de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Dales, het convenant sociale vernieuwing in de Rotterdamse Opzoomerstraat. De straat zou het voorbeeld worden voor latere sociale vernieuwingsprojecten.

Eind mei wordt het project Opzoomer afgesloten met een groot feest. Het bureau sociale vernieuwing in Rotterdam sloot 1 april jongstleden de deuren al. Het bureau heeft, zoals was afgesproken in het convenant, vier jaar bestaan. Nu vindt de gemeente dat haar burgers de sociale vernieuwing zelf ter hand moeten nemen. Wel zal Rotterdam geld ontvangen van het Rijk voor sociale vernieuwing; dit jaar 62,3 miljoen gulden, hetgeen 11 procent van het budget voor het hele land is.

Het meeste geld gaat naar langdurig werklozen, die in de zogenaamde banenpool maatschappelijk nuttig werk verrichten. Voor opvang en zorg voor verslaafden is elf miljoen gulden uitgetrokken. De Rotterdamse sociale vernieuwing richtte zich de afgelopen jaren op drie thema's: alfabetisering, de banenpool en het wijkbeheer. Dat de projecten relatief snel effect sorteerden, is onder meer te danken aan het feit dat de Maasstad al ervaring had met experimenten op deze gebieden.