Ozawa spil in oplossing Japanse politieke impasse

TOKIO, 14 APRIL. De jongste Japanse politieke crisis, de ernstigste in het bestaan van het acht maanden oude coalitiekabinet, spitst zich hoe langer hoe meer toe op één politicus: Ichiro Ozawa. Hij was de grondlegger van het hervormingskabinet. Zonder hem was het ondenkbaar geweest dat een einde werd gemaakt aan bijna veertig jaar ononderbroken macht van de Liberaal-Democratische Partij. Toch roept geen ander Japans politicus zo veel weerstand op als Ozawa.

Hoewel hij in veler ogen de schijn tegen heeft, wil Ozawa Japan diepgaand veranderen. Waarschijnlijk bestaat er geen groter criticus van de Japanse samenleving dan de man wiens politieke stijl voortdurend herinnert aan zijn LDP-verleden. Ongewoon scherp haalde hij in zijn vorig jaar verschenen boek 'Blauwdruk voor een nieuw Japan' uit naar de apologeten van het Japanse systeem, dat zelfs in het Westen niet weinig bewonderaars kent.

Een paar citaten: “Personeel wordt door bedrijven beschouwd als hun huisdieren, en huisvesting wordt hen aangeboden alsof het hondevoer is (...) Werknemers wordt kortweg per memo verteld dat zij ver weg worden overgeplaatst; gezinnen worden gebroken (...) Beloftes over korter werken worden nooit nagekomen (...) mensen sterven zelfs door overwerk (...) Een sociaal-economisch raamwerk dat samenwerking en langdurige relaties vooropstelt, is eigenlijk niets anders dan een gesloten samenleving, die buitenlandse bedrijven de toegang ontzegt of andere buitenstaanders weert”.

Vrijwel geen aspect van de Japanse samenleving vond bij hem genade. Bijna alles hekelde hij, van de volgepakte forenzentreinen via de konijnenhokken waarin de helft van de Japanners woont tot aan de dictatuur van de bureaucraten toe.

Van Ozawa is de uitspraak dat Japan een “normaal land” moet worden. Juist dat maakt hem bij velen verdacht, vooral onder de coalitiegenoten die de pacifistische grondwet van Japan beschouwen als de beste garantie tegen nieuwe machtspolitieke aspiraties. Dat zijn niet alleen de socialisten. Ook de kleine Voorbodepartij van eerste kabinetssecretaris Masayoshi Takemura, een gezworen vijand van Ozawa, werpt zich op als de verdediger van een 'klein' Japan. Hoewel zij veel van Ozawa's kritiek op Japan delen, doet zijn machtspolitieke stijl hen juist vrezen dat hij behalve met hen ook met Japan heimelijke bedoelingen heeft.

Ozawa's tegenstanders willen dat Japan een normale parlementaire democratie wordt. In hun ogen is de grondwet geen anomalie, geen sta-in-de-weg voor volwassen betrekkingen met de Verenigde Staten, geen blokkade voor actieve deelname aan militaire missies van de Verenigde Naties en een permanente zetel voor Japan in de Veiligheidsraad. De grondwet moet Japan voor wereldpolitiek optreden behoeden, omdat het land door zijn buren noch door henzelf wordt vertrouwd. De missie van Japan strekt zich uit tot Japan zelf. Het land kan hoogstens de wereld een voorbeeld zijn.

Hoewel diens tegenstanders zijn mondiale politieke aspiraties uit tactische overweging het liefst inktzwart afschilderen, weten ook zij wel dat Ozawa misschien veel te verwijten valt, maar geen militair revanchisme. Daarmee is de scheidslijn verbleekt tot verschillen van mening over de rol van het Japanse leger bij missies van de VN. Op puur binnenlands terrein zijn er eigenlijk geen verschillen. Alle coalitiepartijen steunen Ozawa's opvatting dat de politiek het primaat moet krijgen over de bureaucratie.

Dat is een titanengevecht. Niet alleen omdat de Japanse bureaucraten over ongebreidelde macht beschikken, ook omdat zij tot de best opgeleide ter wereld behoren, waarbij de kennis van de politici pover afsteekt. Het eerste wat politici daarom te doen staat, is volgens Ozawa de vorming van een krachtig kabinet, dat zijn verantwoordelijkheid neemt. Daartoe zijn niet minder krachtige middelen nodig, een uitgekiende strategie en een sterke regie. Het zijn diens tegenstanders die nog niet overtuigd zijn dat dan ook de regisseur Ozawa moet zijn.

    • Paul Friese