Nederlanders in Lukavac krijgen geen moestuintje

LUKAVAC, 14 APR. Beton is de enige veilige ondergrond bij het vliegveld van Tuzla. Bosnische troepen hebben het terrein in afwachting van een mogelijke Servische opmars in een enorm mijnenveld veranderd voordat ze het onlangs ontruimden en aan de VN-vredesmacht UNPROFOR overdroegen. Er liggen naar schatting drie- tot vierduizend landmijnen en niemand weet precies waar; Britse en Franse mijnruimers vinden er dagelijks een of twee. De Nederlandse Alfa-Compagnie bewaakt in de corridors tussen de waarschuwingslinten de vorige maand heropende landingsbaan.

Tuzla was de eerste halte die minister Ter Beek van defensie gisteren aandeed op zijn werkbezoek langs de Nederlandse troepen in Bosnië-Herzegovina. Russisch douanepersoneel dat er op aandringen van de Serviërs op toeziet dat geen wapens voor de Bosnische troepen worden binnengevlogen controleerde de papieren, waarna een dag vol briefings en inspectierondes langs prefabs, bunkers en observatieposten volgde.

Rond het vliegveld van Tuzla heeft de Alfa-Compagnie inmiddels vijf kilometer concertina's uitgerold, prikkeldraad voorzien van scheermesjes. Die moeten rovende 'locals' van het vliegveld houden, want diefstal is een groot probleem, zegt kapitein Jansen op de Haar, commandant van de Alfa-Compagnie. “Er verdween in de eerste week verbazingwekkend veel materieel. Sigaretten. proviand, diesel en explosieven.” Sinds de komst van de Alfa-Compagnie hebben de Serviërs de landingsbaan niet meer beschoten; de dichtstbijzijnde mortiergranaat landde op drie kilometer afstand. Maar erg druk is het vliegverkeer op Tuzla nog niet. Dagelijks landen er een tot drie toestellen, alleen met materiaal voor UNPROFOR-troepen.

De zeshonderd man van de Bravo- en Charlie-Compagnie in de moslim-enclave Srebrenica bleven gisteren van Haags bezoek verstoken. Maandag, de dag na de luchtaanval op de Servische belegeraars van Gorazde, kapten de Serviërs elk contact met de Nederlanders af en werden de aanvoerwegen naar Srebrenica met mijnen en betonblokken afgesloten. De Serviërs houden soms met enkele honderden, soms met een kleine tweeduizend manschappen de overbevolkte enclave omsingeld.

Het eindpunt van het werkbezoek van Ter Beek was gisteren een oude cokesfabriek bij Lukavac, een enorm complex waar drie jaar geleden nog 2500 arbeiders kunstmest, benzol, amoniak en steenkoolbriketten fabriceerden. Hier is nu 367 man van het support command gevestigd dat de bevoorrading van Dutchbat verzorgt. UNPROFOR huurt de fabriek voor 65.000 mark per maand van het arbeiderscollectief dat de fabriek formeel in eigendom heeft.

Bij aankomst moesten 150 ton vuilnis en 60 kubieke meter papier uit de gebouwen worden verwijderd en een decimetersdikke laag cokes-gruis van een parkeerterrein van twintig bij dertig meter worden geschraapt. Tussen de schroothopen, roestende transportbanden en roetzwarte fabrieksinstallaties oogt het kampement van het support command allerminst vrolijk. Maar de chemische vervuiling valt mee, zegt overste Van Dullemen, de plaatsvervangend bevelhebber. Analyse van enkele grondmonsters door de Arbeidshygiënische Dienst van Hoogovens leerde dat drastische maatregelen niet nodig zijn en dat het gehalte aan PAK's (poly-aromatische koolwaterstoffen) en zware metalen in het rondwaaiende cokes-gruis bij inademen geen gezondheidsrisico's oplevert. Men mag echter niet te diep graven of moestuintjes aanleggen en de manschappen moeten bij hoge concentraties van dode planten of dieren extra alert zijn.

Aan werk is voorlopig geen gebrek in Lukavac. De logistieke carrousel van containers en konvooien uit Split, de aanleg van schuilbunkers, het herstel van wegen en van een brug, die door toedoen van de Nederlandse troepen instortte: ze lieten er tegelijk een tientonner en een takelwagen overheen rijden.

Eén eenheid is uitermate ontevreden in Bosnië, het helikopterdetachement, dat oorspronkelijk de troepen in de enclaves had moeten bevoorraden. “De Serviërs hebben een simpel standpunt: als wij niet mogen vliegen mogen jullie ook niet vliegen”, zegt kapitein Ter Haar van de helikoptertroepen. Dus nemen ze maar wat opdrachten van UNPROFOR en wordt een taxidienst op Split onderhouden. . “Het is meer luxe dan noodzaak, we voelen ons hier een beetje overbodig”, zegt Ter Haar, die niet verwacht dat de Serviërs in de toekomst helikopterverkeer boven hun luchtruim zullen toestaan. En luxe kan Dutchbat zich op dit moment niet veroorloven.

    • Coen van Zwol