'Men kiest voor noden van nu, niet voor de kinderen'

Bill Clinton is een babyboomer, en bovendien van de juiste leeftijd. Zijn generatie is goed af. Dat geldt niet voor de jonge mensen die daarna komen, de 'dertiende generatie'. De Amerikaanse econoom en historicus Neil Howe in een vraaggesprek met correspondent Maarten Huygen over de wisselende kansen van de generaties.

Neil Howe hoort niet tot de nieuwe verloren generatie van tieners, twintigers en vroeg-dertigers die hij vorig jaar met William Strauss heeft beschreven in '13th Gen: Abort, Retry, Ignore, Fail?' Omdat hij in 1951 is geboren, is hij babyboomer, en wel een van het gearriveerde type. Met zijn gezin bewoont hij een kolossale houten villa in de bossen van Great Falls, vlakbij Washington.

In 1988 schreef hij met de investeringsbankier en voormalige minister van handel, Peter Peterson, 'On Borrowed Time' over het financiele debacle van het Amerikaanse AOW-systeem. Hoofdzakelijk vanuit zijn huis doet hij werk als consulent, voor Petersons investeringsbank Blackstone en eerder voor de National Taxpayers Union, Foundation. In zijn boek 'Generations; The History of America's Future, 1584 to 2069' (1991, met William Strauss) ontvouwt hij op basis van demografische gegevens een terugkerende historische cyclus van Amerikaanse generaties. Dezelfde soorten generaties volgen elkaar telkens opnieuw, van idealistisch, tot reactief, tot deugdelijk en aanpassend.

Welke generatie is het beste af?

De generatie die nu de hoogste levensstandaard geniet in de geschiedenis van het land en van de wereld is de 'stille generatie' (1925-1942). Ze waren te laat geboren voor heldendom in de Tweede Wereldoorlog en te vroeg voor de ongebondenheid van de late jaren zestig en de jaren zeventig. Zij groeiden op toen anderen oorlog voerden in hun naam. Ze waren conformistisch en gingen op in de lonely crowd van de jaren vijftig. Ze namen weinig risico's en ze hadden heel vroeg kinderen. Pas in de late jaren zestig en zeventig durfden ze persoonlijke risico's te nemen en experimenteerden ze met de midlife crisis. Ze veranderden van loopbaan, huwelijk en wisselden van huis. Allerhande geheimen uit hun kindertijd werden door hen onthuld, zoals homoseksualiteit. De stille generatie is echt een generatie van therapeuten, advocaten, media-experts en behagers van het kiezersvolk. De nadruk ligt op expertise, geleidelijke oplossingen en commissies. Watergate vormde hun entree tot de politiek. Ze wierpen het ancienniteitssysteem omver en maakten de wetten tien keer zo lang als voorheen. De stille generatie heeft geen enkele president voortgebracht. We hebben 30 jaar van presidenten uit de GI-generatie (1901-1924) gehad, de geneataie die heeft gevochten in de Tweede Wereldoorlog. Vorig jaar sprongen we meteen over op een babyboomer.

Voor de stille generatie kwam alles altijd op tijd. Woody Allen zei eens dat “80 procent van het leven zich gewoon voordoet”. Ze kochten hun eerste huis toen de rentes laag en stabiel waren. Ze konden het altijd inruilen voor een beter huis. Ze maakten deel uit van een kleine generatie zodat ze gemakkelijk werk konden krijgen. Uiteindelijk konden ze vroeg met pensioen en met veel geld.

De eerste boomers die werden geboren in de mid-jaren veertig leken op de stille generatie. Ze scoorden goed in onderwijstests en hadden weinig last van sociale kwalen als druggebruik. Ze kregen ook jong kinderen. Bij latere cohorten van boomers veranderde alles. Ze trouwden veel later en stelden het krijgen van kinderen uit. De testscores van scholen gingen naar beneden en bereikten hun dieptepunt in 1979, toen de staart van de boomers de school verliet en de eersten van de Dertiende Generatie de middelbare school bereikten. Druggebruik, zelfmoord en het aantal zelfveroorzaakte ongelukken namen toe. Volgens alle conventionele maatstaven van persoonlijke gezondheid zie je een verslechtering. De meeste boomers zagen hun jongere broers of zussen de riskante dingen doen, zoals de school verlaten, of drugs gebruiken. De ouderen waren meer recht-door-zee. In de generatie van oud-president George Bush lag dat precies andersom. Toen waren de jongeren recht-door-zee en de ouderen meer losgeslagen.

Ook het economische welzijn daalt bij elke leeftijdsgroep in de boomers. Mensen die nu eind veertig, begin vijftig zijn, doen het heel goed. Maar met mensen die midden in de dertig zijn, gaat het heel slecht. Ze hebben geen ziektekostenverzekering, hebben veel minder geld, het huizenbezit is gedaald en ze moeten vaker van baan veranderen. Ze zijn ook slechter opgeleid dan de voorgaande generatie. Het idee dat je automatisch stijgt als je de treden van de ladder maar volgt, is verdwenen. De jongeren hebben niet langer het gevoel dat een titel of geloofsbrief je waar dan ook recht op geeft. De oude boomers houden de mooie beroepen bezet en hebben de brug opgehaald.

Er is een dubbele arbeidsmarkt ontstaan. Dat was ook het expliciete beleid van veel bedrijven van de Fortune 500, speciaal de luchtvaartmaatschappijen. Jongeren krijgen in dezelfde baan met dezelfde verantwoordelijkheden minder loon, minder sociale verzekeringen en minder pensioen dan ouderen. Er zijn twee soorten regels, een stel voor mensen die er vroeg genoeg waren, en een ander stel voor de laatkomers. Degenen die er eerder bij waren moeten gehonoreerd worden in hun verwachtingen. Al de anderen krijgen wat er in de pot is overgebleven. Die dubbele structuur zie je speciaal bij de federale begroting, die grotendeels wordt bepaald door de aanspraken van de gepensioneerden. Alle pogingen om het AOW-stelsel drastisch te veranderen zijn tot nog toe afgeslagen.

Het zijn toch niet alleen de gepensioneerden die een hoge AOW willen?

De uitbreiding van de AOW-voorzieningen viel samen met de pensionering van de GI-generatie. Het is de generatie die materieel is beloond voor de offers die ze heeft gebracht. Zij liepen als kinderen al in uniform en hebben het naoorlogse Amerika opgebouwd. De GI's hebben geen enkel schuldgevoel, zelfs al krijgen ze veel meer dan ze bij elkaar hebben gespaard. Ze vinden dat ze het hebben verdiend en de jongere generatie is het daarmee eens.

Iedereen heeft meegedaan aan de culturele revolutie. De GI generatie ging in het warme Florida wonen. De stille generatie zei: “Misschien is het tijd om uit elkaar te gaan, liefje. Laten we doen wat we altijd al wilden doen”. Boomers stelden hun huwelijk uit en experimenteerden. Oudere mensen raakten gefascineerd door de babyboomers en schreven er prachtige boeken over zoals 'The Greening of America'.

En de Dertiende Generatie kon zich niet ontplooien?

Kinderen zijn de enige generatie die er voordeel bij heeft als mensen niet alleen hun eigen geluk najagen. In de jaren zeventig keerden we ons tegen kinderen. Na de babyboom ging het geboortecijfer naar beneden. Er verschenen films waarin het kind als duivel werd voorgesteld 'Rosemary's Baby', 'The Exorcist'. De mensen hadden geen tijd voor kinderen omdat ze zichzelf moesten ontdekken. Eindelijk konden we al die sociale discipline van de depressie, de Tweede Wereldoorlog, de Korea-Oorlog en de Vietnam-oorlog kwijt. De kinderopvoeding veranderde. Kinderen waren er beter aan toe als ouders deden wat ze wilden. De ouders moesten authentiek zijn, zonder schuldgevoel en zonder emotionele problemen. Het was ook goed dat de kinderen zo vroeg mogelijk in de kindertijd zouden weten hoe de wereld er werkelijk uit zag. Leer ze om alleen thuis te zijn en om alles zelf te doen, was het parool.

Iedereen, ouders, leraren en de televisie verkondigde aan de dertiende generatie dat instituties als het gezin en de overheid, slecht waren voor het individu. De dertiende generatie moest dus voor zichzelf zorgen. En toen de jongeren naar deze raad luisterden, klaagde iedereen in de jaren tachtig dat ze zo egoistisch waren.

De culturele revolutie beroerde ook de onderwijsfilosofie. De leraar wist niet meer wat het beste was voor het kind en de studenten hadden geen basiskennis nodig, maar konden zelf uitzoeken wat zij wilden weten. Uiteindelijk gingen de leerlingen in de vroege jaren tachtig voor dom door.

Daarin is sinds de jaren zeventig weinig veranderd.

Toch is de publieke houding aan het veranderen. De boomers raken bezorgd over jonge kinderen. Ze willen er zeker van zijn dat er niet een andere verloren generatie zonder missie opgroeit en dat jonge kinderen een band krijgen met de samenleving en met de publieke sfeer. Er wordt veel gepleit voor nieuwe voorzieningen voor kinderen. Bijna de helft van alle geboorten wordt nu betaald door de overheid. Na de rellen in Los Angeles in 1992 werd overal geschreven dat de kinderen moesten worden gered. Aan de tieners, die erop los schoten en winkels en pakhuizen in brand staken, valt niets meer te doen. Die zijn al afgeschreven. Maar kleine kinderen kunnen nog worden opgevoed tot goede mensen. Zo ontstaat er een nieuwe generatie na de dertiende, de 'millennium generatie'.

De conservatieven praten zelfs over het oprichten van grote weeshuizen voor verwaarloosde kinderen. Kinderen moeten goede teamgenoten en goede burgers worden, goed voor de buren en goed voor de gemeenschap. Het schooluniform doet weer zijn intrede. In de nieuwe visie moeten kinderen beschermd worden en hun onschuld behouden. De boomers willen ook toezicht houden op film en televisie voor kinderen. We denken dat die vrijheid van vroeger achteraf toch niet zo'n goed idee was. Het percentage echtscheidingen groeit niet meer. En in de voorsteden is het niet meer zo'n statussymbool voor moeders om buitenshuis te werken. Vooral onder jonge vrouwen zie je een licht dalende trend in arbeidsparticipatie. Men maakt zich zorgen over de opvang van kinderen, die na school met de sleutel om de nek alleen thuis komen. Het debat over de hervorming van de bijstand gaat voornamelijk over kinderen. We willen gemeenschapscentra en scholen, waar kinderen veilig zijn.

De huidige stemming lijkt heel sterk op de stemming bij het opgroeien van de GI-generatie. De generatie voor hen had een vreselijke reputatie van gewelddadigheid. Geschrokken ouders organiseerden toen een nieuwe kinderkruistocht. Onder president Teddy Roosevelt (1901-1909) had je de eerste conferentie over kinderen in het Witte Huis, wetten tegen kinderarbeid en de eerste afgeschermde kinderspeelplaatsen. De drooglegging aan het begin van deze eeuw had veel te maken met de angst dat kinderen het drinkgedrag van volwassenen zouden overnemen.

Toch zijn er nog weinig van de nieuwe denkbeelden in de praktijk gerealiseerd. Vijftien procent van de Amerikaanse kinderen is arm en de gepensioneerden zijn met zes procent armen de rijkste groep.

Er zal pas verandering komen als de mensen door een economische crisis wakker worden geschud. De helft van de gepensioneerden hoeft nu geen belastingformulier in te vullen. De politicus die dat verandert, verliest zijn baan. Toch zouden gepensioneerden evenveel belasting moeten betalen als alle anderen. De AOW-uitkering zou inkomensafhankelijk moeten worden zodat arme gepensioneerden nog steeds geholpen kunnen worden. De Amerikaanse gepensioneerden krijgen nu twee tot vijf keer zoveel AOW als het bedrag dat ze in premies hebben betaald, met rente. Toch denken ze dat dat bedrag voor hen klaar ligt in een schoenendoos met hun naam erop. De Westerse wereld heeft grote overheden, omvangrijke begrotingen, zware lasten, zware verplichtingen. Alle geld is opgeeist. Er kan niets meer opzij worden gelegd voor de toekomst. We hebben niet de mogelijkheid om een nieuw publiek probleem aan te pakken zonder geweeklaag op te roepen. Iedereen vindt dat hij op grond van het verleden al ergens recht op heeft. Ik denk dat dit veel verklaart van het cynisme, de reserve en de op dagelijks overleven gerichte mentaliteit van de jongeren. De ouderen doen helemaal niets voor hen.

Men vindt het belangrijker dat er 75 miljard dollar per jaar gaat naar gepensioneerden die meer dan 50.000 dollar per jaar verdienen dan dat onze wegen worden gerepareerd of dat er een wetenschappelijke supercollider in Texas wordt aangelegd. Dat is maar voor de toekomst en niet voor de dringende noden van nu, vindt men, dat is maar voor de kinderen.

Generaties, karakterisering en geboortejaren

Verloren Generatie reactief 1883 - 1900 G.I. Generatie burgerzin 1901 - 1924 Stille Generatie aanpassend 1925 - 1942 Boom Generatie idealistisch 1943 - 1960 Dertiende Generatie reactief 1961 - 1981 Millenaire Generatie burgerzin 1983 - 2003?

    • Maarten Huygen