Loodvervuiling bodem van Zweedse meren al uit Romeinse tijd

De Romeinen hebben niet alleen wegen, aquaducten en wijn geïntroduceerd, maar ook de eerste loodvervuiling.

Dat berichten Zweedse milieuhygiëne-onderzoekers in Nature (24 maart). Ze hebben een analyse uitgevoerd van het bodemslib van ruim honderd Zweedse meren, waarin zich laagje voor laagje zo'n 2600 jaar atmosferische loodvervuiling heeft opgehoopt. Verrassend genoeg blijkt in de pre-industriële periode (van 600 voor Chr. tot 1800 na Chr.) de door mensen veroorzaakte loodvervuiling in de Zuid-Zweedse meren al even hoog te zijn als de totale "loodlast', die later in het industriële tijdperk op de bodem van de meren terechtkwam. Oorzaak van deze vroege luchtvervuiling moeten de omvangrijke loodmijnen zijn geweest, die de Grieken en Romeinen exploiteerden.

Meestal wordt verondersteld, dat loodvervuiling in afgelegen streken zoals het Noordpoolgebied een recent fenomeen is, veroorzaakt door industriële activiteiten, het verbranden van fossiele brandstoffen en motorvoertuigen. Uit het Zweedse onderzoek ontstaat een heel ander beeld. Al 2600 jaar geleden, toen er loden munten werden geïntroduceerd, steeg de looddepositie in het milieu tot boven het achtergrondsniveau. Rond het begin van de jaartelling was sprake van een duidelijke toename, en vanaf het jaar 1000 na Chr. vertoonden alle onderzochte meren, in een zeer groot gebied van ruim 150.000 vierkante kilometer, een nog veel duidelijker toename. Bij het begin van de industriële revolutie lag de looddepositie al 10 tot 30 maal boven het achtergrondsniveau. Een "hoogtepunt' (alhoewel nog steeds in de orde van microgrammen lood per gram droge grond) werd bereikt in de 19e en 20e eeuw. Na 1970 zette een daling in.

Lood leent zich goed voor zulk historisch onderzoek, omdat het zich nauwelijks door de bodem en het bodemslib heen verplaatst en ook vrijwel niet uitspoelt. Bosbranden rondom de meren bleken niet van invloed op de loodhuishouding en van grote vulkaanuitbarstingen was geen sprake. Daarom kan veilig worden aangenomen dat de hoeveelheid die men in het slib aantreft, een getrouwe afspiegeling is van de luchtvervuiling.

In de Romeinse tijd werd in Europa en Klein-Azië al ruim 80.000 ton lood per jaar geproduceerd en volgens sommige deskundigen verdampte zo'n 5 procent van het gedolven lood in de atmosfeer. Deze luchtvervuiling zou over zeer grote afstanden, tot in de Zweedse meren, zijn verspreid en vermoedelijk gold dat evenzeer voor andere metalen en voor zwavel.

    • Marion de Boo