Kuiten in zwart; De nieuwste kniekous bewandelt oude paden

Voor wie dikke kuiten heeft, of knokige knieën, belooft het een moeilijke zomer te worden. Als het aan de grote modehuizen ligt, wordt het voor vrouwen verplicht om hun blote benen te tooien in kousen. Calvin Klein, Dolce & Gabbana, Chanel, Gianni Versace en John Galliano: allemaal presenteerden ze zwarte kniekousen of witte sokjes onder jurken die zo kort zijn dat de aanduiding "mini' zelfs overdreven aandoet. Het lijkt alsof iedereen straks als kostschoolmeisje of korfbalster gekleed moet gaan, waarbij zedige kousjes de naaktheid van het been nog accentueren.

Niemand zal beweren dat de ontwerpers met hun kousen-rage nieuw terrein betreden. De term "ouwe sok' bestaat niet voor niets: het moderne Parijs put uit een traditie die ten minste teruggaat tot de antieke tijd. De oude Romeinen kenden al de soccus, een lage kous met leren zool, die eigenlijk uit het Griekse theater kwam. Aanvankelijk droegen trouwens alleen vrouwen, acteurs en verwijfde mannen deze voetverwarmers: echte macho's liepen blootsvoets in hun sandalen of wikkelden 's winters pelslappen om hun benen. Pas in de middeleeuwen gingen alle kerels overstag. Zo komen op het wandkleed van Bayeux uit het einde van de elfde eeuw vormloze kousen onder de tunica uit. Deze beenlingen, hozen of chausses, zoals ze ook wel werden genoemd, werden naar het model van het been uit wollen of linnen stof gesneden en opgehouden door kruisbanden.

De gebreide kous, zoals wij die nu kennen, ontstond in de Renaissance. Toen raakten voor adellijke heren strakke kousen onder wijde pofbroeken in de mode. Vaak waren die van gele zijde gebreid en aan de bovenrand geborduurd met zilver- en gouddraad. In zulke eye-catchers pronkte de Britse koning Hendrik VIII maar al te graag met zijn gespierde benen, en ook zijn dochter Elizabeth I zwoer tot aan haar dood niets anders dan handgebreide zijden kousen te dragen. Toch werden tijdens haar bewind al kousen machinaal vervaardigd, want in 1589 ontwikkelde William Lee de eerste breimachine. De koningin vond de probeersels van Lee echter te grof en verleende hem geen patent, een klap die de uitvinder nooit te boven kwam.

Treffend is dat het symbool van de hoogste en oudste Engelse ridderorde, de Orde van de Kouseband, inderdaad een blauwe fluwelen kouseband is met het opschrift "Honi soit qui mal y pense'. Volgens de overlevering zou Koning Edward III dit in 1348 hebben uitgeroepen toen hij op een bal een dame haar verloren kousophouder teruggaf. Dat die kousebanden destijds niet altijd even prettig zaten, blijkt overigens uit het zeventiende-eeuwse schilderij "Het toilet' van Jan Steen. We zien hoe een vrouw haar kousen uittrekt, en hoe de pijnlijke rode striemen van de banden nog in haar vlezige kuiten staan.

De vorm van de kniekous is eeuwenlang hetzelfde gebleven, kleuren en versieringen verschilden echter van tijd tot tijd. Zwart en wit zijn altijd zeer in trek geweest, dus ook wat dat betreft biedt de mode deze zomer weinig nieuws. Fellere tinten waren in vroeger tijd verdacht en zelfs een doorn in het oog van moralisten. Zo sneerde de puritein Philip Stubbes in The Anatomy of Abuses (1583) dat kousen "of all kinde of chaungable colours' (die soms een kwart van het jaarloon kostten) van vrouwen "aangeklede poppen' maakten. En een eeuw later fulmineerde een anonieme schrijver in The Town and Country Magazine (1772) tegen de - in alle kleuren van de regenboog - gestreepte kousen van de "macaroni's', waarmee hij de jongemannen bedoelde die tijdens hun Grand Tour met de Italiaanse mode hadden kennisgemaakt.

Felgekleurde en gestreepte kousen zijn, zo lijkt het wel, door de eeuwen heen synoniem geweest voor ijdeltuiten, doetjes en kunstenaars. Het is dan ook niet toevallig dat in de roman Women in love van D.H. Lawrence uit 1913-'20 de zusters Gudrun en Ursula, vrouwen met artistieke aspiraties, knalgroene, rose en felgele exemplaren dragen. Gekleurde kniekousen waren voor hen zelfs "the greatest joy of all'.

Na de Eerste Wereldoorlog overheersten beige en bruine nuances het kleuren-palet. Vrouwen kozen voor kousen die bij hun gezichtspoeder en zongebruinde huid pasten. Kousen van kunstzijde waren inmiddels niet meer het monopolie van de elite. Menigeen kon ze nu kopen als teken van jeugd, welvaart en emancipatie. Wel bleven er nog vele codes op kousengebied bestaan. Zo was het voor Britse mannen not done om sokken, stropdas en pochette in dezelfde kleur te dragen.

Pas in de jaren zestig met de mini-rokken van Mary Quant en André Courrèges ondergingen kousen en sokken weer een kleurenexplosie. Sindsdien zijn er voor de kousendrager duizend-en-één mogelijkheden in materiaal, kleur en dessin. Naast wollen beenwarmers en maillots (genoemd naar ene monsieur Maillot, een kostuum- en kousenmaker, die werkte voor de Parijse opera) bestaan er nu ook pantykousjes, panties, leotards en leggings van nylon, acryl en tactel.

Maar alle recente technische vernieuwingen ten spijt blijven kniekousen ondingen: ze zakken af, ze accentueren je knieschijven, ze verwarmen niet echt je benen en, wanneer de boorden te strak zijn, knellen ze de bloedsomloop af. Menig sokkenhaatster zal stiekem hopen dat de blote-benen-trend deze zomer niet doorzet en dat de heren ontwerpers de kous op hun kop krijgen.