Kleine psychologie van de veroudering

Volgens de activiteitstheorie is het voor ouderen belangrijk om actief te blijven. De disengagementtheorie stelt dat ouderen zich los moeten maken. Het laatste gebeurt zeker als het einde nadert

"Ik zou willen dat de link tussen ouderdom en wijsheid nooit was gelegd. Wijsheid is meer dan kennis van eigen tekortkomingen en fouten. Het is een basaal inzicht in hoe dingen in elkaar zitten, en dat kom ik in mijn praktijk niet vaker tegen bij ouderen,'' aldus de psychotherapeut Wim Zwanikken. Zwanikken heeft patiënten in leeftijd variërend van zestien tot tachtig jaar. De sociaal psycholoog Vivien Van Geen, die beroepsmatig probeert om de kwaliteit van leven in bejaardentehuizen te verbeteren, is positiever. ""Als ik met ouderen praat over onderwerpen waarvoor ze open zijn blijven staan, vindt ik ze genuanceerder en wijzer dan jongeren.''

Het is niet het enige meningsverschil tussen beide psychologen en dat hoeft geen verwondering te wekken. De psychologie heeft nu eenmaal geen pasklaar antwoord op de vraag wat het betekent om ouder te worden. De belangrijkste theorieën op dit gebied spreken elkaar zelfs volledig tegen. Zo benadrukt de activiteitstheorie dat het belangrijk is om actief te blijven. Het vervullen van maatschappelijke rollen als grootouder of vrijwilligerswerker zou essentieel zijn voor de geestelijke gezondheid. De disengagement theorie heeft echter meer oog voor de terugtrekkende beweging die ouderen vaak maken. Ouderen zouden zich vrijwillig en uit eigen behoefte losmaken uit de maatschappij. De ene theorie laat het uitstellen van de dood prevaleren, de andere lijkt juist voor te bereiden op de dood. De activiteitstheorie bevordert dat de oudere vecht voor zijn gezondheid en voortbestaan - de disengagementtheorie daarentegen dwingt mensen op hoge leeftijd om zich met het onvermijdelijke te verzoenen en afscheid te nemen.

Rugzak

In de praktijk combineren psychologen beide theorieën vaak. Zwanikken vergelijkt de bejaarde graag met een reiziger die in zijn rugzak alleen ruimte heeft voor het meest noodzakelijke. ""Ouderen verliezen dingen, maar daar kunnen zeker andere zaken voor in de plaats komen. Vrijwel iedereen heeft een reservoir van weinig benutte mogelijkheden. Zelfs als de mentale vermogens minder worden, kunnen bejaarden nog heel lang nieuwe terreinen verkennen. Ook op hoge leeftijd blijven mensen zoeken naar volheid en betekenis voor hun leven.''

De zoektocht naar zin en betekenis kan ouderen ertoe brengen in psychotherapie te gaan. Dit is echter vrij uitzonderlijk, mede doordat psychotherapeuten huiverig zijn om ouderen als cliënt aan te nemen. Zij zijn veelal van mening dat er weinig eer te behalen is aan ouderen, omdat zij te zeer zijn vastgeroest in hun vertrouwde gewoonten. Bovendien bestaat een generatiekloof. Zwanikken: ""De werkende generatie psychologen heeft hele andere dingen over religie en moraal geleerd. Vaste waarden zijn voor hen zeker geen uitgangspunt voor gedrag. Zij vinden juist dat je steeds nieuwe ervaringen op moet doen. Dit maakt het heel moeilijk om een oudere te begrijpen die zegt dat ze blij is dat haar zoon niet heeft doorgeleerd. Voor de oudere is het belangrijker om zichzelf te blijven.''

Zwanikken besloot zijn deur open te zetten voor ouderen werkt nu veel met zeventigers. ""Niet de leeftijd bepaalt of iemand van een therapie kan profiteren. Het gaat om de bereidheid en motivatie om naar jezelf te kijken. Ik heb mensen van zeventig gehad die heel wat meer op de plank hadden liggen dan anderen van twintig jaar. Ze merken dat ze in hun leven bepaalde fouten hebben gemaakt en die willen ze niet herhalen. Ook wordt de balans van het eigen leven opgemaakt. Een mens is nooit te oud om te leren, alleen het leertempo gaat omlaag.''

Trendbreuk

De stap van Zwanikken om ook ouderen te behandelen, is exemplarisch voor een nieuwe ontwikkeling in het denken over ouderen. Stereotiepe opvattingen worden genuanceerd. Zwanikken: ""Onder psychologen bestond het beeld dat de ouder wordende mens steeds minder geschikt is om te leven, maar later is dat allemaal gerelativeerd. Zo blijkt intellectuele ontwikkeling ook na de pensionering mogelijk en tegenwoordig zien we dat veel ouderen aan de Open Universiteit studeren. Evenzo wordt nu minder belang gehecht aan de oplopende reactietijden, omdat duidelijk is geworden dat grotere ervaring bij veel werkzaamheden compensatie biedt. Tot slot wordt steeds meer onderkend dat ouderen een belangrijke rol kunnen spelen in bedrijven. Zij hebben een stabiliserende invloed op de groep, omdat zij niet meer meedoen met de onderlinge competitie. Zij bewaken de samenhang.''

Het beeld van psychologen over ouderdom is in positieve richting bijgesteld en ook maatschappelijk is er sprake van een ouderenemancipatie. Zo vond het Sociaal en Cultureel Planbureau dat er weinig negatieve stereotiepen over ouderen bestaan. Zwanikken: ""Er zijn jongeren die oud associëren met verdorring, saaiheid en lijkenlucht en andersom zijn er ouderen die jongeren agressieve en luie hufters vinden, maar deze stereotiepen zie je vooral bij mensen die weinig contact hebben met de andere leeftijdsgroep. De vooroordelen bestaan nog wel, maar minder uitgesproken dan voorheen.''

Het negatieve beeld over ouderen verliest terrein, maar sommige maatschappelijke vooroordelen blijken hardnekkig. Zo worden ouderen regelmatig afgeschilderd als degenen die na de oorlog het land hebben opgebouwd en die nu stank voor dank krijgen. De verzorging is onvoldoende, de AOW ligt onder vuur.

De socioloog professor Kees Knipscheer vindt dit slachtofferbeeld onterecht: ""De ouderenzorg in Nederland is goed geregeld. Schrijnende gevallen komen voor, maar behoren zeker tot de uitzonderingen.''

Knipscheer denkt dat het slachtofferbeeld aan de ene kant door de media in stand wordt gehouden, maar tevens misbruikt wordt dan afweer tegen bezuinigingen.

Rijke en arme ouderen

Het grootste gevaar voor de toekomst lijkt een tweedeling tussen rijke en arme ouderen, die in de Verenigde Staten al ontstaat. Zwanikken: ""In Florida en Californië heb je settlements voor rijke ouderen. Daar zijn zeventigers en tachtigers aan het paardrijden en zonnen. Ze hebben de beschikking over fysiotherapeuten en veel beveilingsbeambten. De complexen worden bewaakt als burchten. In schril contrast daarmee staan de ernstig verpauperde nursing homes in de grote steden.'' Dezelfde thema's van rijkdom en verwaarlozing zijn in uitvergrote vorm terug te vinden in science fiction verhalen. De ene auteur schrijft satirisch dat vijfentachtigplussers in het jaar 2000 naar Indonesië gedeporteerd zullen worden. Degenen die dat niet willen rest verplichte euthanasie. Een andere auteur geeft zijn visioen van een oorlog tussen leeftijdsgroepen. Jongeren ziet hij in opstand komen tegen de gezeten klasse van ouderen die huizen en leuke pensioenen bezitten, waar jongeren alleen van kunnen dromen.

Bejaardentehuis

Ouderen vormen noch maatschappelijk, noch psychologisch een homogene groep, maar al deze verschillende individuen krijgen onherroepelijk met een lichamelijke aftakeling te maken. Een van de gevolgen daarvan kan de gang naar een verzorgingshuis zijn. Van Geen: ""Dat is echt heel dramatisch. Het is een afscheid van bijna al je spullen en een aanpassing aan nieuwe regels. Bovendien is de stap bijna altijd onomkeerbaar.''

Volgens Van Geen is het vrijwel onmogelijk om direct na de overstap iets van het leven te maken, maar wie de schok eenmaal te boven is, kan nieuwe mogelijkheden ontdekken. Een probleem daarbij is de sterke afhankelijkheid waar hulpbehoevende bejaarden mee te kampen hebben. Van Geen: ""Het gevoel overheerst dat er geen kritiek geleverd mag worden. Wie de hele dag niemand anders ziet als zuster Marie, moet heel voorzichtig zijn. Als een opmerking verkeerd valt en Marie is een week lang kortaf, dan is dat een ramp. Een leven buiten het huis bestaat bijna niet meer.''

De bewoners kunnen slecht klagen of ontevreden zijn. Het gevolg is dat een passieve, kritiekloze houding ontstaat. Van Geen: ""Dat is heel ongezond. Het zorgt bijvoorbeeld voor een verhoogd gebruik van medicijnen. Wie doorvraagt, zal merken dat er veel ongeluk achter de tevredenheid schuilt.''

Profielschets

Teneinde de passiviteit van bewoners te doorbreken heeft Van Geen een procedure ontwikkeld, waarbij bewoners vragenlijsten invullen over het leven in het tehuis. De verkregen antwoorden leveren een profielschets van sterke en zwakke punten. Dit profiel is een opstapje voor gesprekken met groepen bewoners. Van Geen: ""Het grote voordeel is dat het gesprekken zijn over harde cijfers. De bewoners kunnen constructief praten over mogelijke verbeteringen, zonder dat zij het gevaar lopen voor een mopperkont versleten te worden.'' De procedure geeft de bewoners een gemeenschappelijk doel en werkt activerend. De bewoners geven opnieuw zelf invulling aan hun eigen leefomgeving.

Als de gezondheid verslechtert, wordt ook deze vorm van betrokkenheid onmogelijk. De wereld wordt zo groot als de eigen kamer of het eigen bed. De disengagement is vrijwel volledig. Van Geen: ""Het wordt dan wel erg dun. Ik zie alleen nog de aftakeling en de pijn in die laatste fase, een laatste uitdoven.''

Zwanikken heeft een positiever beeld: ""Ik vind niet dat ouderdom niet meer bij het leven hoort. Het is net als het laatste bedrijf in een toneelstuk: een hoogtepunt en de voltooiing. Het maakt het bestaan volledig.''

Zelfs in de laatste fase ziet hij nog ruimte voor iets moois: ""Wat overblijft is een totale, Zen-achtige onthechting. Het enige dat rest is een zijn, het wonder van het leven zelf. Dit lijkt een beetje op de katholieke visie op het einde. Daarin wordt gesproken over het zicht op schoonheid en verband, een ervaring die je voor eeuwig kan vervullen, zonder dat ooit iets hoeft te veranderen.''

Zwanikken pauzeert even. Maar als voorzichtig een vergelijking met New Age mystiek wordt getrokken, veert hij op: ""Hou op, je zit snel over de grens van kitsch hoor.''