Industriebond FNV overstag; Akkoord Daf over flexibele werktijden

ROTTERDAM, 14 APRIL. DAF Trucks heeft gisteravond met de Industriebond FNV een akkoord bereikt over flexibeler werktijden. De andere vakbonden hadden eind maart al ingestemd met de voorstellen van de onderneming.

Werknemers van DAF Trucks kunnen vanaf nu per week minimaal drie en maximaal vijf dagen worden ingezet. Daarnaast kunnen de werknemers vier keer per jaar op zaterdag ingeroosterd worden, tegen een toeslag van 65 procent. Over het jaar gemeten blijven de werknemers 36 uur per week werken. DAF Trucks-bestuursvoorzitter C.G. Baan zegt blij te zijn met deze regeling “die het bedrijf de mogelijkheid geeft om de noodzakelijke flexibiliteit te realiseren”. Het grote aantal verkopen in de afgelopen maanden maakt volgens hem een langere bedrijfstijd noodzakelijk.

De Industriebond FNV keerde zich de afgelopen weken als enige vakbond tegen de voorstellen van de directie. Maandag besloten enkele honderden produktiemedewerkers van DAF Trucks nog enkele uren het werk neer te leggen omdat de bestuurder van de Industriebond FNV, A. Antonis, niet direct toestemming kreeg om op het fabrieksterrein de werknemers toe te spreken. De Industriebond heeft nu besloten alsnog akkoord te gaan met de voorstellen om flexibeler te werken, omdat er sprake is van een totaalpakket waarin ook afspraken zijn opgenomen over het woon-werkverkeer.

De CAO-onderhandelingen in de metaal- en elektrotechnische industrie (170.000 werknemers) worden maandagmiddag hervat. Dat heeft de werkgeversvereniging FME gisteren bekend gemaakt. De werkgevers hadden eerder laten weten deze week niet meer te willen onderhandelen, omdat de Industriebond FNV vrijdag als landelijke actiedag heeft uitgeroepen. De FME beschouwde deze manifestatie als een verkapte oproep tot staking.

De onderhandelingen, die maandag de derde ronde ingaan, worden beheerst door de meningsverschillen tussen FME en vakbonden over de vervroegde uittredingsregeling (de SUM). De werkgever willen de VUT-kosten maximeren op 7,5 procent van de loonsom, de werknemers op 8 procent.