Industriebond FNV op zoek naar regie

Het blijven barre tijden voor de industriebonden. In hun nota's wordt aan werkgelegenheid al jaren de allerhoogste prioriteit toegekend, maar in het CAO-overleg moeten ze nu al voor het derde achtereenvolgende jaar tandenknarsend toestaan dat daarvan maar bitter weinig terechtkomt. Het wemelt dezer weken van de nul-akkoorden aan de onderhandelingstafels, maar aan 'behoud en/of uitbreiding van werkgelegenheid' staat daar hoegenaamd niets tegenover.

Het is voor de bonden om wanhopig van te worden, en dat is kennelijk ook de stemming waarin in het bijzonder de Industriebond FNV zich bevindt. Want de bond is bezig aan een bedenkelijke reeks incidenten, die tezamen de vraag opdringen: Wat is dààr aan de hand?

Eerst was er eind februari de aanvankelijk geheim gehouden motie van de bondsraad (het hoogste orgaan binnen de bond) tegen afspraken die in FNV-verband in de sociaal-economische raad (SER) waren gemaakt over het beleid op de middellange termijn. Mede hierdoor onstond grote irritatie over de opstelling van de FNV-top in het SER-overleg.

Vrijwel tegelijkertijd zorgde voorzitter B. van der Weg van de Industriebond FNV zelf voor opschudding met een toespraak waarin hij enige afstand leek te nemen van het 'voorkeursbeleid' dat de FNV voorstaat om de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt te versterken. Het kwam hem op een venijnige schrobbering door de scheidende FNV-vice-voorzitter K. Adelmund te staan. “Wie had al lang werk moeten maken van dat positieve actiebeleid? De Industriebond FNV natuurlijk. Maar jullie vonden het jarenlang nooit nodig zelfs maar een medewerker 'etnische minderheden' in dienst te nemen, want 'hun belangen konden wel worden meegenomen in het algemene beleid', zoals jullie standaard-antwoord luidde. Mensen, mensen, doe toch niet zo hypocriet. Het positieve actiebeleid moet bij de meeste bedrijven niet worden afgeschaft. Het kàn niet eens worden afgeschaft, het moet eerst nog van de grond komen. Hou eens op er over te praten en dóe er eens iets aan”, aldus Adelmund.

Het jongste nummer van Kaderbreed, een blad voor kaderleden van de Industriebond FNV, kwam vorige week terug op dit incident, want het blijft de gemoederen natuurlijk bezighouden nu het maar niet wil lukken met afspraken in CAO's over banen voor allochtonen en bovendien uit een eigen enquête is gebleken dat de kaderleden van de bond in meerderheid niet voor een voorkeursbehandeling van allochtonen zijn. In het artikel wordt “ernstig betwijfeld” of het zin heeft een positief actiebeleid voor allochtonen te voeren zoals dat wordt voorgestaan door allochtonenorganisaties als het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB). “Daar komt nog bij dat de 'allochtonenmaffia', zo gedragen de allochtonenorganisaties zich een beetje, sterk de neiging hebben de groep dood te knuffelen”, aldus Kaderbreed. Weer mis dus. Van der Weg heeft inmiddels “oprechte excuses” aan het NCB aangeboden voor het artikel dat “een absoluut verkeerde indruk” geeft.

En dan is er, tot slot van de reeks, de advertentie begin deze maand in de eigen editie van FNV Magazine, waarmee de Industriebond FNV reageert op de campagne ('Nederland moet kiezen. Voor méér concurrentiekracht') van de werkgeversorganisaties VNO en NCW. “Aanpakken”, staat er boven de door Van der Weg zelf ondertekende advertentietekst, waarin wordt opgeroepen “de strijd met de recessie aan te binden”. Gevolgd door de passage: “Maar dan moeten onze ondernemers wel meewerken. Helaas lijken die liever lui dan moe. Waar is toch die Hollandse ondernemersgeest gebleven? In ons bedrijfsleven regeert de patatgeneratie. Verwende werkgevers weten niet meer wat presteren is en klagen alleen nog maar over loonkosten en gebrek aan flexibiliteit”. Geconfronteerd met deze tekst erkende Van der Weg gisteren in Bussum ten overstaan van een zaal vol ondernemers ruiterlijk de misser. “Het beeld dat dè ondernemer lui is, gaat niet op. Ik betuig daarvoor mijn spijt”.

Rest de vraag wat de bond mankeert? “Tsja, tsja”, meldt de geplaagde voorzitter telefonisch, “onze bond mankeert niets, maar het klopt dat we enkele keren op onderdelen publicitair te scherp en ongenuanceerd zijn overgekomen. Scherp en hard mag best, als het de discussie maar bevordert en niet belemmert. We gaan dat intern voortaan beter afstemmen.”

    • Joop Meijnen