Hoeksteen

De aannemer verscheen dus drie weken na afgesproken tijd. Met zijn ploeg van tien man, bijeengeronseld uit zo'n beetje alle boerendorpen in de omgeving. Bromfietsen kwamen op de oprijlaan aangescheurd, uit één van de dorpen reisden ze met z'n vieren in een doorgeroeste, nog braaf hobbelende auto die een imitatie van aanscheuren ten beste gaf. Een paar van de jongens waren niet ouder dan een jaar of twaalf. De aannemer zelf, een veertiger en ook door zijn embonpoint duidelijk de meest doorleefde rot van het stel, was de oudste zoon van Fernando senior.

De hele ochtend was zijn ploeg in de weer met het monteren van de steigers, enorme gevaarten tot aan de dakgoot van het huis. Het werd nog een heel passen en meten, want de steigeronderdelen waren uit verschillende, in de loop der jaren uitgewaaierde en door elkaar geraakte sets afkomstig, maar met een houten wig hier (waar het te ruim was) en een knoop van ijzerdraad (waar het te nauw was) lukte het uiteindelijk wonderwel. Het zag er met zijn geïmproviseerde verbindingen uit als een nogal scheef en bizar gevaarte, maar de gelaatsuitdrukking van de aannemer, die de hele ochtend met zijn armen over elkaar had staan toekijken, stond onmiskenbaar op tevreden. En toen was het lunchtijd. Ronde roggebroden werden uit plastic tassen te voorschijn gehaald. In een kring van stenen werd een vuur gemaakt voor het roosteren van sardines. De drank was, zoals gewoonlijk, op kosten van de opdrachtgever. Uit het café annex dorpswinkel moesten ten behoeve van de nijvere werkmansstrot meerdere mandflessen met wijn en een krat bier worden aangesleept. De eigenares van het café annex dorpswinkel was de dochter van Fernando senior.

Voor het eerst die dag werkte de aannemer. Met zijn maaltanden.

De lunch duurde de hele namiddag. Na hun kwasten en krabbers op de planken van de stellage te hebben gelegd keerden de mannen opgewekt terug naar krat en mandfles. De potten met verf waren er nog niet. Maar deze of gene zou, opperden we voorzichtig, alvast met afkrabben kunnen beginnen? Ook het afkrabgoedje dat op de muren gesmeerd moest worden opdat men des te beter kon afkrabben was nog niet gearriveerd. Het had al vanmorgen bezorgd moeten zijn.

Zo gaat het nu altijd, mopperde de aannemer. Nooit op de afgesproken tijd.

Zijn gezicht vertrok weer van de mopperstand naar de dorststand.

Het werd vanzelfsprekend een genoeglijke middag. Tegen kwart voor zes, toen de eerste bromfietsen al waren weggestoven, met het aan boerenbromfietsen voorbehouden lawaainiveau, opgekrikt door het alcoholpeil van de berijders, kwam een open bestelwagen met verfpotten doodleuk het pad optuffen. De leverancier was de tweede zoon van Fernando senior.

    • Gerrit Komrij