Hardrock op de muziekschool

Alle voeten tikken ritmisch de maat en de gezichtjes van de jonge musici staan op serieus en toegewijd. De cellist en contrabassist zetten in. Even daarna volgen de blazers en de violen. Door de hoge hal van De Meerse in Hoofddorp klinken weldra de opgewekte tonen van Vivaldi's concerto. Docent Peter van den Akker neemt nog een aantal lastige passages met de kinderen door want 's avonds is de uitvoering voor publiek.

Achter een dubbele deur twee etages hoger oefent het bandje CC and the Coverkids de Italiaanse hit Solitudine. Twee jongens achter een keyboard, twee meisjes op dwarsfluit, een drummer en een saxofoniste. Als het samenspel strandt in een allegaartje van valse noten en verkeerde ritmes wordt er zwaar gezucht. Docent Nico van Zadel blijft er opgewekt onder en stelt voor om opnieuw bij maat 33 te beginnen. "Nee, niet bij dat rotstukje', kreunt de fluitiste terwijl ze het instrument naar haar mond brengt. "Echt, het wordt steeds mooier', houdt Van Zadel de moed erin.

"Wij proberen ons hier los te maken van het traditionele beeld van de muziekschool', zegt Willem Smit, hoofd muziek van het centrum voor kunst en cultuur De Meerse. "De muziekschool had toch een wat lullig imago. Daar werd je naar toegestuurd omdat muziek bij je opvoeding hoorde.'

Smit schildert het beeld van het brave meisje dat jaar in jaar uit met haar vioolkistje onder de snelbinder naar de muziekschool fietst. Een wereld die mijlenver afstaat van de middelbare scholier die vooral scheurende rock uit zijn guitaar wil halen en het liefst in een bandje speelt. In Hoofddorp is men een aantal jaren geleden begonnen om een breder publiek binnen te halen. Het meisje met haar viool blijft gewoon komen. "Maar', zo stelt Willem Smit, "de jongens met de petjes achterstevoren op hun hoofd en kissies aan hun voeten horen hier net zo goed. Ook als ze alleen maar hardrock willen spelen.'

Niet alleen in Hoofddorp, ook op muziekscholen elders in het land heeft zich de laatste jaren een stille revolutie voltrokken. Noodgedwongen vaak, want het kindertal liep terug en de geldkraan werd steeds verder dicht gedraaid. Moest "de klant' vroeger maar nemen wat hem werd aangeboden - of anders ging hij maar naar een privédocent - nu kijkt de muziekschool in Hoofddorp welke "publieksgroepen' er zijn en waar "het gat in de markt' zit. Er kwam wat Smit noemt een "veelkleurig aanbod voor elk niveau'.

Wie de folder van De Meerse doorkijkt kan dat alleen maar bevestigen. Korte cursussen, workshops, groeps- en individuele lessen, ensembles, big bandorkesten, koren, hardrockgroepjes, meidenbands, tamboerkorpsen en jazzcombo's. Niets is de muziekschool te gek. Je hoeft zelfs niet eens muzikaal te zijn, ook kinderen met een laag persoonlijk doel zijn welkom. De band van verstandelijk gehandicapte jongeren is daar het bewijs van.

Het gaat op de eerste plaats om het speelplezier. De leerling die jaren achtereen met een muziekleraar in een kamertje toonladders oefent is verdwenen in Hoofddorp. "Musiceren is niet binnenvetten maar samenspelen', luidt het credo van deze muziekschool. Daarom worden de instrumentale cursussen meestal in trio's of koppels gegeven. Na zes weken les kunnen leerlingen al deelnemen aan een samenspelgroep. En optreden hoort erbij: De Meerse organiseert zo'n tachtig voorspeelavonden per jaar.

Nog lang niet alle muziekscholen zijn zo ver als De Meerse in Hoofddorp. Inspelen op de behoefte van het publiek betekent dat docenten flexibel inzetbaar dienen te zijn. Vooral degenen die er langer zitten verzetten zich daartegen. Opgeleid om individueel les te geven moeten ze ineens met groepjes leerlingen gaan werken en zich ook nog eens verdiepen in muziekrichtingen buiten het vertrouwde, klassieke repertoire. "Probleem is', zegt Willem Smit, "dat de conservatoria dit soort generalisten nog maar mondjesmaat afleveren'. Muziekscholen die het roer niet tijdig omgooien komen in de problemen, er zijn zelfs al enkelen over de kop gegaan. Toch staan er over het land verspreid nog 36.000 leerlingen op wachtlijsten.

J. van Muilekom, directeur van de Vereniging voor Kunstzinnige Vorming waarbij 95% van alle muziekscholen is aangesloten, berekende dat de muziekscholen in 1991 rond de 170.000 cursisten telden. Nog eens 132.000 leerlingen namen les bij een privédocent. Ook Van Muilekom waarschuwt ervoor dat muziekscholen hun rol als grootste aanbieder zullen verliezen als ze zich niet snel op de markt oriënteren. Er moet beter naar de klant geluisterd worden en wachtlijsten zijn uit den boze, aldus Van Muilekom in de nota Kunstzinnige Vorming.

Daarnaast moet er meer plaats ingeruimd worden voor pop, lichte muziek en wereldmuziek. Samenwerking met amateurmuziekverenigingen zoals fanfarekorpsen en koren is van levensbelang en de band met het basisonderwijs moet inniger.

"Op de meeste basisscholen wordt bijzonder weinig aan muziek gedaan', zegt Willem Smit van De Meerse. Scholen willen dat niet graag erkennen, maar dat komt volgens Smit omdat de meesters en juffen gefrustreerd zijn door hun eigen tekortkomingen op het muzikale vlak. Op de Pabo kwam die blokfluit ze de strot uit. Eenmaal voor de klas moeten ze het "in hun uppie opknappen.'

Bij De Meerse zijn enkele consulenten in dienst die basisscholen in de omtrek helpen bij het opzetten van muziekprojecten. "Ik vind dat alle kinderen met muziek in aanraking moeten komen', zegt Smit, "en als ze meer willen dan komen ze naar de muziekschool.'

Naar zijn smaak worden de muziekscholen nog teveel bezocht door kinderen van beter opgeleide ouders, allochtonen tref je er nauwelijks aan. "Zes- tot achthonderdgulden per jaar is niet door iedereen op te brengen', beaamt het hoofd van de muziekschool, "maar aan de andere kant, wat is nou zo'n bedrag in verhouding tot een vakantie of tot de kosten van een auto? Veel ouders doen grote uitgaven zonder blikken of blozen, maar de muzieklessen vinden ze te duur.'

    • Michaja Langelaan