Grote problemen duiken in andere wijken weer op

De sociale vernieuwing in Nederland is de afgelopen vier jaar gedeeltelijk geslaagd, concluderen het Sociaal en Cultureel Planbureau en de adviesgroep sociale vernieuwing van Binnenlandse Zaken in twee rapporten die vanochtend aan minister Van Thijn zijn aangeboden. De buurt veegt de straat, de werkloze verricht gesubsidieerd werk. Een nieuw kabinet mag de aandacht dan ook niet laten verslappen, zeggen de onderzoekers. Maar in de stad halen de bewoners de schouders op. Sociale vernieuwing, dat is toch het voetbalveldje om de hoek?

Burgers houden hun portieken schoon en waken als stadswachten over de buurt. De criminaliteit in een aantal 'oude' wijken is gedaald doordat op straat meer wijkagenten surveilleren en de oudere huizen beter zijn beveiligd. De banenpool, bedoeld om kansloze langdurig werklozen door de overheid betaald werk te laten verrichten, wordt gezien als een van de belangrijkste successen van sociale vernieuwing. Mede door de oplopende werkloosheid liep de banenpool snel vol.

Ruim twintigduizend werklozen schoffelen nu plantsoenen, controleren kaartjes op de tram of knappen klusjes op voor bejaarden. Maar het succes van de 'topper' van sociale vernieuwing heeft een wrange bijsmaak. Slechts vier procent van de banenpoolers heeft een baan op de reguliere arbeidsmarkt gevonden. De overige deelnemers zullen de banenpool waarschijnlijk nooit verlaten: ze zijn te laag opgeleid, spreken slecht Nederlands of zijn ouder en daardoor 'te duur'.

Sociale vernieuwing werd vier jaar geleden door het huidige kabinet ingevoerd. Het project moest de maatschappelijke achterstanden in de 'oude' wijken doen verdwijnen. De burger moest weer leren eigen verantwoordelijkheid te nemen en bureaucratisch overleg en regelgeving die elk initiatief uit de buurt in de kiem smoorden, moesten worden opgeheven. Sociale vernieuwing werd met veel tamtam geïntroduceerd als het paradepaardje van het kabinet Lubbers III, een teken dat CDA en met name PvdA iets voor de minderbedeelden deden.

In het eindrapport dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vanochtend aan minister Van Thijn (binnenlandse zaken) heeft aangeboden blijkt dat sociale vernieuwing deels het succes heeft gebracht waar het kabinet zo op hoopte. Deels, want hoewel het buurtbeheer en de begeleiding van werklozen effect hebben gehad, heeft de sociale vernieuwing in het onderwijs en voor ouderen tot nu toe gefaald. Onwillige schoolbesturen, te veel administratieve rompslomp bij het overdragen van de onderwijsgelden, onduidelijkheid over het te voeren beleid in de zorgsectoren of domweg ouderen die niet in de 'oude' wijk woonden en zich dus niet tot de sociale vernieuwing voelden aangetrokken, zijn daarvan oorzaken.

Daarnaast, zegt onderzoeker R. van der Wouden van het SCP, heeft bestuurlijke vernieuwing - het dichten van de veelbesproken kloof tussen lokale overheden en burgers - voorrang gekregen boven de sociale vernieuwing. En dat terwijl de bestuurlijke vernieuwing in de oorspronkelijke opzet slechts een onderdeel van sociale vernieuwing was. De aandacht voor het eigen functioneren van lokale politici is volgens Van der Wouden een gevolg van het tijdstip dat de sociale vernieuwing werd ingevoerd. “Gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen in 1990 waar de opkomst zo dramatisch laag was.”

Na deze raadsverkiezingen nam het aantal gemeenten dat toetrad tot het Fonds Sociale Vernieuwing en daaruit geld ontving, drastisch toe: van 37 gemeenten in 1989 naar 500 gemeenten vorig jaar. In het Fonds Sociale Vernieuwing zit nu zo'n 700 miljoen gulden van het rijk. “Ze deden een beroep op de pot van sociale vernieuwing, maar spanden zich vaak voor bestuurlijke veranderingen in”, aldus Van der Wouden. “Maar bestuurlijke vernieuwing garandeert nog niet dat de achterstanden in een bepaalde wijk verdwijnen.”

In de wijken waar sociale vernieuwing wel werd doorgevoerd, verdwenen de grote problemen maar doken vaak in een andere wijk weer op. Geveegde stoepen bleken niet te leiden tot meer werkgelegenheid, minder drugsgebruikers en een daling van het aantal inbraken in het algemeen. T. van den Klinkenberg, voorzitter van de Adviesgroep sociale vernieuwing van Binnenlandse Zaken en voormalig CPN-wethouder in Amsterdam, erkent dit. “In de tijd dat ik wethouder was heb ik soms geprobeerd dat soort problemen van de ene naar de andere wijk te verschuiven. Wat moet je anders? Maar we moeten voorkomen dat de zwakste buurten alle problemen op hun nek krijgen. Daar is sociale vernieuwing voor.”

Het project heeft voor goede resultaten in de diverse gemeenten gezorgd, meent Van den Klinkenberg. Ook de banenpool, waarmee de overheid twee vliegen in een klap slaat. Langdurig werklozen zijn aan de slag en verrichten werk dat de verwende burger in het verleden heeft laten liggen of overliet aan de overheid. Maar sociale vernieuwing, dat voor vier jaar is opgezet, loopt af.

In het rapport dat de adviesgroep vanochtend aan minister Van Thijn heeft aangeboden, keert Van den Klinkenberg zich tegen het opheffen van het project. Sociale vernieuwing heeft zijn tijd nodig: in wijken waar de problemen zich tezamen met het huisvuil torenhoog hebben opgestapeld, moeten mensen wennen aan eigen verantwoordelijkheid. Ook de samenwerking tussen de ambtelijke diensten is niet van een leien dakje gegaan. Diverse projecten komen pas de laatste tijd goed van de grond.

De adviesgroep meent dat sociale vernieuwing zich de komende tijd moet richten op een schone en veilige leefomgeving, meer werk - al of niet door de overheid gesubsidieerd - en inburgering van migranten. Ook stelt Van den Klinkenberg voor dat gemeenten een door hen gekozen minister adopteren, die vervolgens 'een speciale band' met de gemeente onderhoudt. Ambtenaren van dat ministerie en van de gemeente moeten samen een werkgroep vormen die de problemen in de wijk bestudeert. Een nieuwe groep van ambtenaren, terwijl de sociale vernieuwing juist beoogt overbodig bureaucratisch overleg en regelgeving aan banden te leggen? “De werkgroep zou juist regels kunnen afschaffen”, zegt Van den Klinkenberg. “De lokale overheden moeten kritische vragen stellen. Dat is voor het kabinet ook goed, het is belangrijk je eigen oppositie in huis te halen.”