Grondwater in Brabant bevat teveel bestrijdingsmiddelen

Een kwart van de onderzochte monsters grondwater in de provincie Noord-Brabant bevat teveel bestrijdingsmiddelen, zo meldt het vakblad HO. Dit blijkt uit de gegevens van het Provinciaal Meetnet Grondwaterkwaliteit uit het eerste kwartaal van 1993.

Voor het onderzoek werden 59 putten geselecteerd, waarvan 12 in akker- en tuinbouwgebied op zandgrond en 47 in gras- of maisland op zand-, klei- of veengrond. In land- of tuinbouw kan men andere soorten bestrijdingsmiddelen verwachten dan op gras- of maisland, daarom werden verschillende analysepakketten gebruikt, afhankelijk van het landgebruik. In meer dan een kwart van de monsters zaten meer bestrijdingsmiddelen dan toegestaan volgens de EG-richtlijn voor bestrijdingsmiddelen in drinkwater.

Alle onderzochte putten lagen in infiltratiegebieden met zogenaamd "jong water', dat wil zeggen infiltratie van na 1960. In 10 van de 12 putten in akker- en tuinbouwgebied werd de stof 2,4-dinitrofenol aangetroffen. Dat is een persistent afbraakprodukt van middelen als dinoseb, dinoterb of DNOC en als zodanig niet geregistreerd. In één put overschreed bovendien het MCPA-gehalte de norm. Op gras- en maisland trof men 2,4-D aan, dicamba, MCPA, mecoprop, bentazon en BAM (2,6-dichloor-benzamide.) Atrazin en omzettingsprodukten van atrazin konden, anders dan in eerder Noordbrabants onderzoek, ditmaal niet worden aangetoond, omdat men nu een andere detectiegrens hanteert en een andere onderzoeksstrategie gebruikt dan vroeger.

    • Marion de Boo