Fijne spullen voor onze dienders

Wie er ook aan het televisietoestel gekluisterd was, vorige week donderdag tijdens het Kamerdebat over de IRT-affaire, niet de politiemannen om wier doen en laten het allemaal begonnen was. Het was druk op de beurs 'PolitieVak '94' in de RAI en in de expositiehallen stonden bij elkaar wel honderd televisietoestellen. Maar ze vertoonden instructiefilmpjes of de komische rolprent Police Academy. Niet één was er afgestemd op de beraadslagingen in het parlement. De politie had het veel te druk met spullen kopen. Nieuwe spullen zijn belangrijk voor het zelfvertrouwen van een instituut waar het niet erg goed mee gaat.

De Amsterdamse commissaris Nordholt had een dag eerder, tijdens de opening van de beurs, een lofzang gehouden op de 'gewone diender' die de zaak toch maar draaiende had weten te houden tijdens de ingrijpende reorganisatie die de Nederlandse politie de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Ik moet altijd rillen bij het woord 'diender'. Het heeft de geforceerde tofheid die je ook wel aantreft bij zakenlieden wanneer ze hun multinationale software-onderneming een 'toko' noemen. Het gebruik van zo'n uitdrukking komt niet voort uit bescheidenheid maar getuigt van een superieure arrogantie. Het betekent: wij zijn zo goed dat u zich daar helemaal geen voorstelling van kunt maken en zelf vinden wij dat heel gewoon.

Nordholt staat inderdaad overal boven. Nu parlement en regering zijn uitgezeurd over het werk van de interregionale recherche, gaat hij binnenkort naar minister Van Thijn om zijn eigen 'aanvullende verklaringen' op het rapport-Wierenga te geven en de zaak als kerels onder elkaar even te regelen. Wie vorige week het idee had dat er misschien 'koppen zouden rollen', moet dat nu maar snel vergeten. De commissaris maakt zelf wel uit wat er met zijn kop moet gebeuren. Hij stelt zijn eigen wetten. Geen wonder dat hij geliefd is bij zijn mannen.

Maar terug naar de beurs. In de wandelgangen wemelde het van de jongelui in leren jacks en spijkerbroeken. De klassieke snor is onder 'dienders' duidelijk op zijn retour, net als het tweewekelijkse bezoek aan de gediplomeerde herenkapper en het dagelijks gebruik van scheerkwast en mes. Als het om de haarsnit gaat zijn er eigenlijk maar twee coupes die onder politiemensen actueel genoemd kunnen worden: òf bijna kaal òf het zogenaamde matje - de rafelige tapijttegel in de nek. Het uiterlijk van de moderne politieman is bedoeld om infiltratie te vergemakkelijken. De burger heeft daar op termijn profijt van, maar in een eerste confrontatie is het soms even schrikken. Wie in een donkere steeg een groepje volgens de genoemde omschrijving uitgedoste mannen tegenkomt, weet niet onmiddellijk om welk type kaalplukteam het gaat.

Het was de eerste keer dat 'PolitieVak '94' werd georganiseerd. De beurs dankt zijn ontstaan aan de reorganisatie van de politie, waarbij in plaats van gemeente- en rijkspolitie vijfentwintig regiokorpsen zijn gevormd. Die nieuwe korpsen willen zich allemaal graag profileren en bovendien mogen ze zelfstandig hun gereedschap inkopen. Van beide mogelijkheden maken de agenten gretig gebruik. Wijlen minister Dales kapittelde korpsen al eens omdat ze de toegekende extra budgetten vooral aan nieuw materiaal hadden besteed en niet aan nieuwe mensen. Die neiging lijkt voorlopig nog niet over. Zo is het Amsterdamse korps druk doende om het zilverdraad op petten en uniformen te vervangen door gouddraad. Dienstauto's worden niet langer uitsluitend gezocht in de middenklasse. En overal wordt als een razende geautomatiseerd. De belangstelling van bedrijven die iets aan de politie te verkopen hebben was dan ook volgens een woordvoerder van de RAI bijzonder groot. “Tot de laatste dag zijn we gebeld door firma's die nog een plek op de beurs wilden.”

De politie heeft geld, veel geld te besteden en dat is goed nieuws voor ondernemend Nederland. Naast de grote bedrijven in computer- en communicatie-apparatuur waren op de beurs fabrikanten gespecialiseerd in observatiekoffers, telefoonscramblers, all band spy detectors en spraakversluier-kits. De firma CrimeCatcher BV biedt computerprogramma's aan waarmee je moeiteloos kunt overschakelen van archiefwerk op het afluisteren van een telefoongesprek of het per camera volgen van een verdachte. De onderneming concurreert rechtstreeks met de Centrale Recherche Informatiedienst die collega's er juist van probeert te overtuigen dat haar identificatie-programma veel beter is dan wat de commercie heeft te bieden. Maar ook de 'Stichting Transpol', een opzetje van de commissarissen in de grote steden, biedt talencursussen aan in concurrentie met, bijvoorbeeld, Elsevier. Misdaadbestrijding is een markt geworden als iedere andere.

Dat bleek ook uit het toelatingsbeleid tot de expositiehallen. In de vooraankondigingen stond te lezen dat uitsluitend politiemensen en andere functionarissen met een opsporingsbevoegdheid binnen mochten. In de praktijk kon je ook gewoon een kaartje kopen. Zo konden ook studenten en andere serieuze geïnteresseerden naar binnen, zegt de RAI-woordvoerder. Het kaartje kostte vijftig gulden. Die prijs was bedoeld om een drempel op te werpen, legt de RAI uit. Dat is een drempel voor studenten en niet voor criminelen, werp ik tegen. “Ach,” zegt de RAI-meneer. “Alles wat hier te zien was, kent de professionele criminaliteit toch al lang.”

Commissarissen lieten zich de speciaal op de korpsleiding toegesneden accessoires uitleggen van het duurste BMW-model en luisterden naar de voordelen van het leasen van een kidnap-beveiligde Renault Safrane bij de PTT. De jongens met de matjes keurden intussen de kwaliteit van schouderholsters, zonnebrillen en mesveilige vesten. Samen zaten hoog en laag daarna bij de modeshow waarin hippe agentes dansten in de nieuwste ME-pakken, vrolijk zwaaiend met bullepees en schild. Het was net een echte huishoudbeurs. Gewoon gezellig. Die verlekkerdheid over nieuwe spullen geeft de politie iets ontwapenends, bijna iets menselijks, en toch word ik er niet geruster van.

Vroeger, toen er nog echte dienders waren, had de politie gewoon een pet op en een pak aan en als een agent zich eens extra wilde onderscheiden poetste hij niet één maar twee keer per dag zijn knopen. Vlotte dassen en vierkleurenpennen, snufjes en gadgets, dikke auto's en telefoons met grote knoppen waren het houvast voor makelaars en speculanten, voor mensen die voornamelijk lucht verkopen.

    • H.M. van den Brink