Chaos in Rwanda

DE GEWELDDADIGHEID IN het Middenafrikaanse land Rwanda is geen nieuw verschijnsel. Nog in het onafhankelijkheidsjaar 1962 braken er onlusten uit die 22.000 levens eisten. In 1972 werden in het naburige Burundi tussen de 100.000 en 200.000 mensen vermoord, in 1988 ging het daar opnieuw mis, met als gevolg dat een 80.000 vluchtelingen het al overbevolkte Rwanda binnentrokken. Bijna vier jaar geleden voltrok zich in het noorden van Rwanda de eerste invasie van het Rwandese Patriottisch Front (RPF) vanuit Oeganda - dat steeds weer als overloopgebied voor uitgeweken burgers van Rwanda dienst heeft gedaan. De gevechten gingen door tot de zomer van 1992. Doden, gewonden en tienduizenden ontheemden waren het gevolg. In februari vorig jaar laaide de strijd op met als resultaat honderden doden en ditmaal een miljoen vluchtelingen. Sinds oktober vorig jaar zouden er alleen al in Burundi honderdduizend mensen zijn omgekomen. De massamoorden van de afgelopen dagen in en rondom de Rwandese hoofdstad Kigali zijn een nieuwe en waarschijnlijk niet de laatste acte in deze tragedie.

In zekere zin gaat het in beide voormalige en onderling vijandige koninkrijken om een zich herhalende vorm van 'etnische zuivering', misschien niet zo doelbewust als de Serviërs die bedrijven, maar wel met hetzelfde gevolg. Opvallend is dat de etnische verdeling in Rwanda en Burundi dezelfde is: een Hutu-meerderheid van 85 procent en een Tutsi-minderheid. Maar in Rwanda tot de onafhankelijkheid en in Burundi tot vorig jaar was de macht aan de Tutsi's, zij het dat in dat laatste land sinds de troebelen van 1988 meer en meer Hutu-vertegenwoordigers in de regering werden opgenomen. Sinds vorig jaar was er, evenals in Rwanda, zelfs een Hutu president.

DE IN BLOED GESMOORDE samenkomst van de twee staatshoofden vorige week had het begin moeten worden van een serieuze verzoening tussen de bevolkingsgroepen. Nu ook in Burundi de meerderheid haar rechten had verworven en in Rwanda, met de legering sinds vorig jaar van een RPF-eenheid in Kigali, onderlinge toenadering kansrijk scheen, kon een duurzame modus vivendi worden nagestreefd in beide zo verwante republieken.

De moordaanslag heeft zeker in Rwanda de klok teruggezet. Een RPF-strijdmacht van hoofdzakelijk Tutsi's maakt zich op om Kigali in te nemen, de stad waar sinds vorige week de muitende presidentiële garde en bendes jongelui duizenden Tutsi's hebben omgebracht, een slachting die volgens berichten nog geen einde heeft genomen. Een haastig in elkaar geschroefde interimregering heeft zich inmiddels uit de voeten gemaakt, een bloedige chaos achterlatend waarin ook de honderden VN-waarnemers ter plaatse zich allereerst om hun eigen lijfsbehoud moeten bekommeren.

RWANDA EN BURUNDI hadden na de Eerste Wereldoorlog als voormalige koloniën van het Duitse rijk de status van Volkenbondsprotectoraat gekregen. België werd het beheer gegeven, dat later onder toezicht van de Verenigde Naties is komen te staan. Sinds de zomer van 1992 was er in Rwanda een militaire waarnemersgroep actief van de Organisatie van Afrikaanse Staten, een jaar later werd aan de Oegandese grens een waarnemerseenheid van de Verenigde Naties gestationeerd. Vervolgens zijn er VN-waarnemers in Rwanda zelf geposteerd. Tien van hen, met de Belgische nationaliteit, hebben er vorige week het leven gelaten. De VN proberen nu tot een vergelijk te komen met het RPF, als laatste herkenbare en functionerende politieke eenheid in Rwanda. In het onwaarschijnlijke geval dat de strijders van het Front hun wraakgevoelens kunnen beheersen zou dat misschien nog een begaanbare weg kunnen zijn.