Broeikaseffect; Naschrift Karel Knip

Het broeikaseffect, verengd tot het begrip "radiative forcing' of "thermal trapping', staat natuurlijk niet ter discussie.

Ook aan het belang van maatregelen om de netto CO-uitstoot te beperken kan niet getwijfeld te worden. Het artikel van 31/3 wees op een aantal zeer opmerkelijke waarnemingen aan Groenlands ijs, oceaanstromingen en concentraties van broeikasgassen waarover tot nu toe slechts geïsoleerd is bericht. Het tijdschrift "Change' van het Nationaal Onderzoek Programma Luchtverontreiniging en Klimaatverandering had er nog geen melding van gemaakt. Ook IPCC-voorzitter Bert Bolin ging er in zijn Huygenslezing (nov. '93) aan voorbij.

De wonderlijk-simpele verklaringen die tot nu toe voor de onverwachte vondsten gegeven zijn wekken de suggestie dat een sfeer is ontstaan waarin vermelding en interpretatie van waarnemingen ondergeschikt worden gemaakt aan overeengekomen beleid. De science-by-consensus methode van het IPCC dreigt zijn weerslag te krijgen op de waardering van het onderzoek van de enkeling die buiten het circuit valt.

Het Supplement op de Scientific Assessment van het IPCC (1992) achtte het waarschijnlijk dat pas "over tien jaar of meer' het definitieve bewijs voor een klimaatverandering door een broeikaseffect geleverd wordt. Kwantificering van het aandeel antropogene CO-emissies daarin, basis voor een energiebeleid, zal zekere langer duren.

Nu zich in de ophoping van de voornaamste broeikasgassen onverwachte onbegrepen vertragingen voordoen, nu diepingrijpende veranderingen in de stromingspatroon van de oceaan mogelijk blijken en zelfs zichtbaar lijken en een zeer wezenlijke koeling aan sulfaataerosol moet worden toegeschreven, zijn zoveel nieuwe onzekerheden aan het probleem toegevoegd dat het gerechtvaardigd lijkt om het moment van het "definitieve bewijs' enige decennia te verschuiven. Stephen Schneider (Science, 21 jan.) houdt twee of meer decennia als nieuwe schatting aan. De natuurlijke variabiliteit van klimaten, oceaanstromingen en atmosfeersamenstelling in het huidige interglaciaal is groter gebleken dan tot voor kort werd aangenomen.

Een enkel detail. Klimaatmodellen kunnen in hun voorspellingen steeds dichter bij elkaar komen te liggen er er toch allemaal (evenver) naast zitten. Uit een recente modelvergelijking (Science, 19 nov. '93) bleek bij voorbeeld dat àlle 15 onderzochte modellen de CO-absorbtie van langgolvige infrarode straling bij 4,3 micrometer negeerden.

Dat binnen enige decennia uit lokale temperatuurreeksen een bewijs voor een klimaatverandering kan worden afgeleid, is een stelling die zelfs door het IPCC verlaten lijkt (Schneider, Science, 21 jan.).

    • Karel Knip