Beste H.

Ik wil even meetobben over je dochter - eindexamenkandidaat. Natuurlijk slaagt ze. Natuurlijk ben je bang dat dat niet gebeurt.

Denk niet dat jullie de enigen zijn die eindeloos met rekenmachientje in de hand discussiëren. Het is overal hetzelfde. "Wordt de 5,4 voor economie gecompenseerd door zevens voor bio en wiskunde a of komt er nog een onvoldoende bij voor Engels, een dun zesje nu, door een slechte tekst terwijl we van het mondeling ook niet veel goeds hoeven te verwachten?' Twijfel en vertwijfeling.

Als wanhopige ouder vraag je je af waarom het kroost niet met een wat meer geruststellende reeks getallen naar huis had kunnen komen, waarom je nu weken lang in hoop en vrees moet verkeren, wat je moet doen, of je iets moet doen, of je iets kan doen. Neem van mij aan, ik zit in dit vak, dat de meeste cijferlijsten er zo miezerig uitzien dat alle huisgenoten op voorhand treuren over het mogelijk zakkende kind.

Nog een paar weken en dan is de opvoedkundige taak volbracht. Nog één keer wordt de ouder hevig en ruw geconfronteerd met zijn opvoedkundige verplichtingen. Het laatste stukje opvoeden, dat is net zo lastig als het laatste hoopje stof opvegen, net zo vervelend als de kwast schoonmaken na het schilderen, net zo vermoeiend als de laatste straat aan het eind van een te lange fietstocht, net zo verkillend als afdrogen na het douchen, het is niks.

Ouders denken, jij denkt, dat je kind juist nu er stevig tegenaan moet, en je hebt gelijk, en je denkt dat ze veel te weinig studeert, en je hebt gelijk, en dat je haar achter de vodden moet zitten, maar nu heb je ongelijk.

De psychologie van de eindexamenkandidaat is niet zo makkelijk. De intellectuele vermogens van zo'n lummel, zo'n wicht zijn bijna op hun top, die van de ouders zijn er overheen. Ouders en kind zijn dus even slim. Het kind is door de ouders opgevoed en heeft dus evenveel doorzettingsvermogen, werklust en verantwoordelijkheidsgevoel. Het kind zal dus precies even hard werken voor het eindexamen als de ouder zou doen. De ouder kan volledig gerust en tevreden het geploeter gadeslaan. Maar dat gebeurt niet. Hoe komt dat?

Het kind, typisch een kind van zijn of haar ouders, is net zo ontevreden over zichzelf als de ouder. De ouder zegt: ""Ga nou toch eens aan je werk''. Het kind denkt hetzelfde. Maar iets houdt het kind af van het werk, van de studie. Het is de confrontatie met het mogelijk falen, de confrontatie met de angst dus, dezelfde angst die jij als ouder, beste H, ook bijna lijfelijk voelt. Bij de ouder verdwijnt de angst als het kind studeert. Bij het kind verschijnt de angst juist als het kind studeert. Ouder en kind hebben dezelfde lange termijn doelen. Maar op de korte termijn zijn hun belangen tegengesteld.

Als de ouder dat weet, kan de ouder het kind toch helpen. Hij kan proberen de angst voor falen bij het kind weg te nemen. Je moet het kind prijzen en geruststellen. Evenwicht, nachtrust, goede voeding, een vriendelijke glimlach, dat heeft ze nodig. En verder kun je niets, helemaal niets meer doen. Luister niet naar het wroeten van het eigen hart - en alvast gefeliciteerd.

    • Rob Knoppert