Bank Crédit Lyonnais wacht cultuurschok

ROTTERDAM, 14 APRIL. Monotoon dreunt bestuursvoorzitter Willem van Driel van Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN) de onrustbarende cijfers van zijn moederbank uit Parijs op. Miljarden francs vliegen over tafel. Stroppen op kredieten, regelrechte verliezen en reddende kapitaalinjecties. De Franse staat heeft zich ontfermd over Crédit Lyonnais, zoals Crédit Lyonnais tot tweemaal toe de reddende engel moest zijn van haar Rotterdamse dochter (de voormalige Slavenburgs Bank). CL, zoals Van Driel de Franse staatsbank aanduidt, heeft circa 95 procent van de aandelen van de Nederlandse dochter; de rest wordt via de beurs verhandeld.

Van Driel, zelf afkomstig van ABN Amro, zit sinds drie jaar op de voorzittersstoel bij CLBN (circa 3000 werknemers). Hij kreeg onmiddellijk zijn vuurdoop met een affaire over miljardenkredieten aan de Italiaanse financiële goochelaar Giancarlo Parretti, die zijn zinnen had gezet op de Amerikaanse filmproducent MGM, en diens zakenpartner Florio Fiorini, die via een Zwitserse holding grote zaken deed. De kredieten aan deze mannen gingen de financiële kracht van de bank verre te boven; onder zachte druk van De Nederlandsche Bank, die toeziet op de bankensector, moest de Franse moeder zich garant stellen zodat spaarders niets te vrezen hadden.

De twee dossiers, zoals Van Driel de gevallen klanten deze week bij de publikatie van CLBN's jaarverslag noemde, maken nu deel uit van de probleemgevallen die in feite op kosten van de Franse belastingbetaler worden afgewikkeld. Het gaat om een “beperkt aantal slechte, maar zeer omvangrijke dossiers”. Andere stroppen zitten in de Franse projectontwikkeling en een handjevol mislukte buitenlandse avonturen, zoals leningen aan de (inmiddels overleden) uitgever Maxwell en het Londens Docklands kantorenproject.

De Franse staat tilt een deel van de probleemkredieten uit de bank, dient twee omvangrijke kapitaalinjecties toe en wil Crédit Lyonnais vervolgens na het verwachte winstherstel in 1996 echt gaan privatiseren.

Van Driel praat erover als een oude rot in het opkalefateren van banken: hij zit er bij de Nederlandse dochter middenin. CLBN wil door vermindering van personeelsaantal, stroomlijning van activiteiten en vooral door scherpe reductie van de stroppen in 1996 de meest winstgevende bank van Nederland zijn. Over drie jaar moet de netto winst verviervoudigd zijn tot 120 miljoen gulden. Van Driel en zijn collega's in het bestuur zullen daarvan zelf ook profiteren. Zij hebben vorig jaar voor het eerst met zijn vieren opties gekregen op 20.000 nieuwe aandelen van de bank.

Het herstel waaraan Van Driel in Nederland werkt, is maar een flauwe afspiegeling van de cultuurschok die bij Crédit Lyonnais in Frankrijk op stapel staat. Slavenburg was in het begin van de jaren tachtig de eerste buitenlandse overname van betekenis door Crédit Lyonnais. Daarna kwam het expansieproces onder leiding van bestuursvoorzitter Haberer pas goed op gang. De bank heeft inmiddels bijna duizend Europese vestigingen buiten Frankrijk, waar ze 2600 kantoren heeft. De bank ambieerde - in een onuitgesproken concurrentieslag met de spreekwoordelijke macht van de Deutsche Bank - Europese slagkracht. De positie op de thuismarkt verstevigde CL met een uitdijend netwerk van industriële belangen.

De miljardenstroppen en de ernstig aangetaste vermogenspositie dreigden Crédit Lyonnais vorig jaar een buitenbeentje onder de internationale banken te maken. De Franse staat greep in. Haberer, die eerst naar een kleinere bank was overgeplaatst, werd daar alsnog ontslagen.

Van Driel verdedigt de redding, die woede uitlokte bij de Franse bankiersvereniging. “Ik geloof heel sterk in een vrije markt. De overheid heeft een andere taak dan een onderneming, maar een bank is geen onderneming. Een bank staat op het snijvlak, omdat een bank ook een publieke functie heeft”, zo zet hij uiteen.

Banken spelen een cruciale rol in de economie. Particulieren en bedrijven vertrouwen hun spaargeld aan banken toe en die gebruiken dat op hun beurt weer om ondernemingen en andere klanten te financieren. Een vertrouwenscrisis bij een grote bank kan het economisch proces ontwrichten. Van Driel heeft dat aan den lijve ondervonden: de publiciteit over de kredieten aan Parretti & Fiorini ontketende een tijdelijke uitstroom van vele honderden miljoenen aan spaargelden en deposito's.

Nu de basis van Crédit Lyonnais weer versterkt is, moet de bank onder leiding van de nieuwe president Peyrelevade, voormalig topman van verzekeraar UAP (ook een staatsbedrijf), rijp voor privatisering worden gemaakt. Van Driel: “De inkleuring is nu nog specifiek Frans. Dat zijn verhoudingen die wij in Nederland niet kennen, wij leven wat dat betreft in een Angelsaksische wereld, waar politici politici zijn en ondernemers ondernemers. In Frankrijk komen zij allemaal van dezelfde universiteiten en opleidingen en wisselen zij van baan tussen ambtenarij en bedrijfsleven. In zo'n klimaat zijn staatsbanken direct betrokken geweest bij het uitvoeren van politieke besluitvorming. Dat Frankrijk afscheid neemt van deze visie op de economie, heeft ermee te maken dat zo'n structuur niet meer past in deze competitieve wereld. Bij CL heeft het verantwoordelijke politieke gezag het probleem teruggenomen.”

De vraag of ex-topman Haberer bewust excessieve risico's heeft genomen, wetende dat de Franse staat de bank toch niet kon laten vallen, beantwoordt Van Driel met een typering van zijn beroepsgroep. “Bankiers zijn allemaal vergeetachtig. Je moet niet sneller willen groeien dan de economie, grote zaken doen en dat in de krant roepen. Dat zijn de brokkenmakers van morgen.”