Anti-Duits of anti-Frans?

Dag in dag uit, jaar in jaar uit, zeggen en schrijven wij lelijke dingen over de Duitsers en dat zal nog wel een tijdje zo doorgaan, want nu de blanken in Zuid-Afrika, de Amerikanen in Vietnam en de Chilenen van Pinochet ons als objecten van morele verontwaardiging zijn ontvallen, hebben wij alleen de Duitsers nog maar over om te vertellen dat wij 'woedend' op hen zijn. Dat doen we dan ook graag, vaak en liefst massaal. En dan verschijnt er één keer een boos stukje in Der Spiegel en het halve land staat op zijn kop. De Duitsers houden niet meer van ons. Ze zeggen iets terug. Wat erg! Wat nu?

Vreemd is dit zeker, maar op dit gebied valt er meer vreemds te beleven. Negentig jaar geleden, in 1904 dus, tekenden de Engelsen en de Fransen een aantal akkoorden die bekend zouden worden als de Entente Cordiale. Al spoedig begonnen de militaire staven van beide landen te overleggen over samenwerking, tegen Duitsland natuurlijk. This must be love, verzuchtte de redacteur van Punch. Dat is het niet geworden.

In de zomer van 1993 publiceerde the Daily Express, de spreekbuis bij uitstek van het Engelse gesundes Volksempfinden haar zogenaamde Eurobarometer. Deze barometer geeft de stand van de warmte- en koudegevoelens van de Engelsen ten opzichte van de (andere) Europese volkeren aan en vice versa. Hierbij bleek dat de Fransen van al deze volken de Engelsen het meest verwerpelijk vinden. Omgekeerd bleek ook dat de Engelsen geen volk ter wereld meer wantrouwen dan de Fransen. Dat is verrassend als men bedenkt dat na de Entente Cordiale de Engelsen samen met de Fransen twee wereldoorlogen tegen Duitsland hebben gevoerd. Maar het is ook weer niet al te verrassend omdat het wederzijdse wantrouwen diepe historische wortels heeft en bovendien sinds het aantreden van president de Gaulle nog eens extra is verdiept.

Hoe zit het met de Nederlanders? Zijn wij anti-Engels, anti-Frans, anti-Duits of anti-alles? Anti-Engels in ieder geval niet. Integendeel, de Nederlanders zijn gek op de Engelsen. Ze willen niets liever dan voor Engelsen worden versleten. Ze vinden de Engelse scholen beter, het Engelse toneel beter, de Engelse televisie beter. En dat is ook allemaal zo. Het enige vervelende aan Engeland zijn die voetbalfans, maar dat is maar goed ook, want anders gingen we nog eens aan onze liefde voor de Engelsen ten onder.

Met de Engelsen zit het dus wel goed, maar hoe zit het met de beide andere grote buren? Zijn de Nederlanders anti-Frans of anti-Duits? In eerste instantie is het antwoord simpel: de Nederlander is anti-Duits. Dat blijkt uit tal van acties en reacties en het bleek vorig jaar ook uit een enquête onder de schooljeugd. In zekere zin klopt dat ook wel. Er bestaat een soort primitief, welhaast instinctmatig verzet tegen de grote broer, dat op gezette tijden naar buiten komt. De vraag is echter of dit in de praktijk van veel belang is. De wederzijdse betrekkingen zijn immers goed. Nauwe samenwerking is het devies dat alle veiligheidsadviseurs ons gevraagd en ongevraagd geven. Emotioneel is er misschien iets mis, maar rationeel niet.

Met Frankrijk is het precies andersom. De beschaafde Nederlander koestert graag een zekere francofilie. Frans spreken is deftiger dan Duits spreken en geeft meer prestige. De gewone Nederlander gaat op vakantie in Duitsland, maar de sociale en intellectuele bovenlaag prefereert het Franse land en de Franse keuken. Slechts weinigen spreken nog Frans en als je aan de universiteit een Franse gasthoogleraar op bezoek hebt, mijden de meeste collegae je alsof je een leproos rondleidt. Toch heeft Parijs als cultureel centrum nog steeds grote aantrekkingskracht. Er bestaan zelfs nog altijd mensen die geloven dat er mooie en lelijke talen bestaan en die vinden dat Frans mooi is en Duits lelijk. Al deze warme gevoelens voor Frankrijk sluiten echter een diep wantrouwen tegen de Fransen niet uit. Frankrijk heeft in ons land een reputatie van onbetrouwbaarheid, egoïsme, cynisme, machtspolitiek. De Franse politiek staat in de roep hard, zelfzuchtig en arrogant te zijn. De Fransman heet gesloten, onvriendelijk, hooghartig.

Zijn we dus meer anti-Frans dan anti-Duits? Dat valt natuurlijk moeilijk te bewijzen, maar ik geloof van wel. Waar het volgens mij op neerkomt, is dat de Nederlander de Duitser beschouwt als een variant van zichzelf: een niet al te verfijnde, hardwerkende, solide, no-nonsense mens. En aangezien de Duitser altijd nog net wat harder werkt dan de Nederlander en nog net een beetje serieuzer, gründlicher maar ook humorlozer is, hebben wij daar wel ontzag voor, maar kunnen wij er ook een beetje op neerzien. Als zo'n volk de Nummer Een in Europa wordt, dan is dat misschien vervelend voor de anderen, maar het is eigenlijk niet meer dan redelijk.

De Fransen zijn in onze ogen een ander slag volk. Ze hebben meer praatjes en pretenties dan de andere Europeanen en het ergste daarvan is dat daar eigenlijk geen reden voor is. Want de Fransen behoren in de Nederlandse visie uiteindelijk thuis in dezelfde categorie als de Italianen, Spanjaarden en andere Mediterrane volken. Het zijn landen waar het leven goed is, maar waar de mensen de zaken niet al te serieus nemen, de treinen niet op tijd rijden, vergaderingen niet op tijd beginnen, waar te veel en te luid wordt gesproken en te lang aan tafel gezeten en waar in het algemeen lichtzinnigheid troef is. Uiteindelijk loopt het in zo'n land altijd uit op chaos en rotzooi en moet er een sterke man komen (Mussolini, Franco, De Gaulle) om hier een eind aan te maken.

Hebben deze gevoelens een historische achtergrond? Zijn de anti-Franse sentimenten in Nederland een gevolg van het verleden of eenvoudigweg een uiting van de argwaan die wij als maritieme, protestantse, germaanse Noord-Europeanen voelen tegenover de Latijnse, katholieke, continentale cultuur van Frankrijk? De vraag is op deze wijze misschien niet helemaal goed gesteld, want die cultuurverschillen zijn natuurlijk voor een groot deel ook weer historisch bepaald. Ik geloof trouwens niet dat dat verleden zoveel gewicht in de schaal legt. Wij voelen ons met Engeland, zo wordt vaak gezegd, verbonden door een lange maritieme traditie. Maar laten we niet vergeten dat zo'n honderd jaar geleden Engeland in ons land diep gehaat werd wegens de Boerenoorlog.

Daarom geloof ik ook niet echt dat herinnering aan de expansiezucht van Lodewijk XIV of Napoleon ons nog steeds parten speelt. In de eerste naoorlogse jaren hadden wij daar ook geen last van. Toen was Frankrijk nog echt Frans: chaotisch, geplaagd door stakingen, inflatie, vallende kabinetten en niet-werkende telefoons. Het was rommelig maar onschuldig. Nu is het land in vele opzichten anders: het heeft stabiele kabinetten en een sterke franc, de beste telefoons en de meest efficiënte sneltreinen. De pretenties die het mede hieraan ontleent, zien wij echter niet graag. Laat Frankrijk maar blijven zoals het was, gezellig, rommelig en aangenaam om te bezoeken. Dan kan Duitsland doen waartoe het kennelijk geroepen is, de leider van Europa te zijn. En daar pikken wij dan ook nog een graantje van mee.

    • H.L. Wesseling