ABN Amro in VS voor 400 mln beboet

ROTTERDAM, 14 APRIL. ABN Amro en haar volledige dochter MeesPierson zijn gisteren door een Amerikaanse rechtbank veroordeeld tot een boete van 221 miljoen dollar (ruim vierhonderd miljoen gulden) omdat de banken een onrechtmatige overname van de Nederlandse tak van schrijfmachinefabrikant Remington heeft gefinancierd.

Vanochtend heeft ABN Amro aangekondigd dat zij in hoger beroep gaat tegen de uitspraak. In een persbericht zegt de raad van bestuur dat een voor de bank ongunstige uitspraak geen wezenlijk effect zal hebben op de resultaten van de bank of op haar activiteiten.

Op de Amsterdamse beurs zakte de koers van het aandeel van de bank, ondanks de geruststellende verklaring van de bank, in de loop van de ochtend met negentig cent naar 66,50.

ABN Amro wil verder geen enkele toelichting geven op de uitspraak van de jury.Het proces draait om de ingewikkelde nasleep van een faillissement in 1981 van de Amerikaanse schrijfmachinefabrikant Remington Rand - bekend van de bolknop typmachines. Drie Arabische zakenlieden kochten in juni 1981 activa uit de failliete Nederlandse boedel en zetten onder de naam Business Systems Incorporated (BSI) in Nederland en Amerika de produktie van typemachines voort. Zij gebruikten daarbij een krediet van 16,5 miljoen gulden van de toenmalige banken Amro Bank en Pierson, Heldring & Pierson. Vervolgens begon de rechtsopvolger van de Amerikaanse Remington, die zijn naam inmiddels gewijzigd had in Kilbarr Corporation, processen tegen BSI.

Kilbarr claimt dat BSI op onrechtmatige wijze bedrijfsgeheimen heeft verworven. ABN Amro bestrijdt dat met de verklaring dat de verkoopovereenkomst van de activa is goedgekeurd door de Nederlandse rechter. In 1985 ging BSI op de fles. Kilbarr won vervolgens de rechtzaak tegen BSI in Amerika. BSI werd veroordeeld tot het betalen van 221 miljoen dollar boete. BSI was toen al failliet en daar viel de boete niet te halen. Daarom stapte Kilbarr opnieuw naar de Amerikaanse rechter om de aandeelhouders en banken achter BSI, Amro en Pierson, aansprakelijk te stellen voor de toegewezen claim.

ABN Amro zegt tijdens het tweede proces niet in de gelegenheid te zijn gesteld het eerder toegewezen schadebedrag aan te vechten. De rechter zou bovendien de bank niet de gelegenheid hebben geboden om tegenover de jury bewijs te leveren over de Nederlandse faillissementspraktijk. De bank heeft naar eigen zeggen “zeer substantiële voorzieningen” voor juridische risicos, zodat haar bedrijfsvoering ook bij toekenning van het schadebedrag (met rente) geen wezenlijke hinder zal ondervinden.

Een doorgaans goed ingevoerde beleggingsanalist verwacht dat de bank de zaak zal willen rekken om op die manier haar onderhandelingspositie tegenover Kilbarr te verstevigen. Hij verwacht dat de eigenaren van Kilbarr zullen mikken op een zo snel mogelijke contante afhandeling. Zij zouden dan op korte termijn openstaan voor een schikking die naar zijn taxatie op 10 tot 20 procent van de oorspronkelijke claim kan uitkomen.