VVD beschuldigt Kok van misleiden Tweede Kamer

DEN HAAG, 13 APRIL. Minister Kok (financiën) heeft op 16 januari 1992 volgens de VVD de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over een mogelijke overname van het vastgoedfonds Rodamco door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).

Uit een vertrouwelijke brief van 20 december 1990 van de toenmalige bestuursvoorzitter J.A.M. Reijnen aan minister Kok en zijn thesaurier-generaal Maas blijkt dat het ABP de minister toestemming heeft gevraagd een bod te mogen doen op Rodamco. In schriftelijke antwoorden van 16 januari 1992 op Kamervragen van de VVD ontkende Kok dat een verzoek tot overname ooit is gedaan.

Het Kamerlid Van Rey (VVD) wil dat minister Kok de brief van het ABP voor morgenochtend kwart over tien vrijgeeft en van commentaar voorziet.

Van Rey meent op grond van de brief dat Kok de Kamer onvoldoende heeft ingelicht. Op het ministerie van financiën wordt die lezing echter bestreden. “De brief van Reijnen bevat een mededeling en geen verzoek om akkoord te gaan met een overname”, aldus een woordvoerder. “Van Rey heeft destijds gevraagd waarom Kok akkoord is gegaan met een overname. Daarop heeft Kok geantwoord dat zo'n verzoek hem nooit heeft bereikt. De Kamer is dus volledig ingelicht.”

De VVD-fractie beraadt zich na ontvangst van de brief op verdere stappen. “Het onjuist informeren van de Kamer kan een halszaak zijn”, aldus Van Rey.

Volgens het Kamerlid Melkert, de financieel woordvoerder van de PvdA-fractie, heeft Kok de Tweede Kamer niet onjuist geïnformeerd. Volgens Melkert zijn er gesprekken gevoerd tussen de ABP-top en ambtenaren van Financiën. Naar aanleiding daarvan heeft de toenmalige ABP-bestuursvoorzitter J.A.M. Reijnen op 20 december 1990 een 'persoonlijk/vertrouwelijke' brief aan minister Kok gestuurd. Volgens Melkert heeft Kok in een brief van 7 januari 1991 protest aangetekend tegen de gehanteerde formuleringen en “op basis van deze informatie kom ik tot de conclusie dat Kok de Kamer niet onjuist heeft ingelicht”. De CDA-fractie kon aan het begin van de middag nog niet reageren op de berichtgeving.

In januari 1992 liet Kok in antwoord op Kamervragen weten dat “een verzoek om akkoord te gaan met een overname door het ABP van enig fonds uit de Robeco Groep ons nooit is gedaan”. De Kamervragen waren door het VVD-Kamerlid Van Rey gesteld naar aanleiding van een artikel in NRC Handelsblad van 21 december 1991 waarin gerept werd van deze overnamepoging.

Hoewel Kok ontkende dat er een verzoek tot overname was gedaan schreef topman Reijnen op 20 december 1990 in de brief die het VVD-kamerlid J.F.B van Rey tien dagen geleden in zijn brievenbus vond: “Door ons zal een bod worden gedaan op honderd procent van de aandelen.”. Het ministerie was, zoals nu blijkt, wel degelijk om toestemming gevraagd. Reijnen, in zijn brief: “De heer Maas, thesaurier-generaal, heeft mij namens u op 20 november 1990 reeds mondeling meegedeeld dat u in het voorkomende geval bereid bent de nodige ontheffing van beperkende bepalingen te verlenen. Gezien het belang en de omvang van de onderliggende transactie komt het mij gewenst voor de mondeling verkregen toezegging hierbij schriftelijk vast te leggen.”

    • Frank van Empel