Verwachtingsvolle rust geldmarkt

AMSTERDAM, 13 april. Op de geldmarkt heerste in de verslagweek relatieve rust. De betalingen van het Rijk waren met 850 miljoen gulden beperkt en de schatkist bleef daardoor ruim gevuld. De terugkeer van bankbiljetten naar DNB ter waarde van 400 miljoen, die eerder waren opgenomen in verband met paasaankopen, mocht niet verrassend heten. In totaal verruimde de geldmarkt met circa 1,2 miljard gulden. DNB reageerde met een verlaging van de omvang van de speciale beleningen met 0,85 miljard gulden. Tevens verminderden de banken hun beroep op de voorschotten in rekening courant met 250 miljoen gulden.

Een en ander leidde ertoe dat bespaard kon worden op het contingentsgebruik. Terwijl reeds 89 procent van de contingentsperiode is verstreken, is fractioneel meer dan 87 procent verbruikt. Aan het einde van een contingentsperiode is het overigens vrij gebruikelijk dat enige besparing optreedt. Door de hierdoor ontstane ruimte kunnen marktpartijen onvoorziene situaties het hoofd bieden, zonder dat dit direkt leidt tot een plotselinge stijging van de korte geldmarkttarieven. Door de ruimere verhoudingen daalde het tarief voor het daggeld van 5,50 procent vorige week naar 5,375 procent afgelopen maandag. Hierin speelde evenwel ook een rol de vrij algemene verwachting bij geldmarktpartijen van een lager beleningstarief. Dit tarief werd in de verslagweek evenwel door DNB op 5,5 procent gehouden. De aanhoudend sterke positie van de gulden en de relatief lage geldmarkttarieven suggereren dat DNB morgen wel de beleningsrente zal verlagen. Ook de looptijd van de nieuwe speciale belening, van dinsdag jongstleden tot en met donderdag aanstaande, wijst hierop. De omvang lijkt afhankelijk van een mogelijke officiële tariefsverlaging door de Duitse centrale bank, die aanstaande donderdag vergadert.

Allerwegen wordt gespeculeerd op een verlaging van het Lombardtarief in Duitsland. Hoewel dit in de praktijk niet zoveel betekent - het betreft immers het plafondtarief van de Duitse geldmarkt en moet als een technische aanpassing worden gezien - zou het niettemin wederom een signaal van de Bundesbank zijn dat de rente-trend neerwaarts is. Dit zou de financiële markten een hart onder de riem kunnen steken. De Bundesbank verkeert in een moeilijke situatie. Zoals bekend zijn de meest recente geldgroeicijfers veel te hoog en is het voor de geloofwaardigheid van de Buba niet goed indien een officiëel tarief wordt verlaagd zonder eerst lagere geldgroeicijfers, eventueel in combinatie met lagere inflatiecijfers, te kunnen presenteren. Het geldgroeicijfer over de maand maart is pas ten tijde van de volgende vergadering (28 april) bekend. Tegen die tijd zijn er wellicht ook de eerste indicaties van het nieuwste maandelijks inflatiecijfer tot half april. Tevens moet de Bundesbank de schijn vermijden dat de aanwezigheid in die vergadering van minister van Financien Waigel, meer van invloed is dan macro-monetaire overwegingen. Er valt daarom wat voor te zeggen dat de Bundesbank haar officiële tarieven niet in de vergadering van aanstaande donderdag wijzigt maar hiermee tot de volgende vergadering wacht.

Bron: Economisch Bureau ING Bank