Theaterbewerking van Woody Allen's filmscript Interiors; Drie schreeuwende dochters

Voorstelling: Interiors naar het filmscript van Woody Allen door 't Gebroed. Vertaling: Barbara van Kooten; bewerking en regie: Stany Crets; decor: Jan Maillard; spel: Brit Alen, Jakob Beks, Antje de Boeck, Veerle Dobbelaere, e.a. Gezien: 11/4 Orpheus Apeldoorn. Tournee t/m 19/5.

Interiors, de film die Woody Allen in 1978 maakte op basis van zijn eigen scenario, is een noodlotsdrama met de sfeer van een Ingmar Bergman-film. In de vorm van een flash-back vertelt Allen het verhaal van een gezin dat uit elkaar valt. Stille getuige van de tragedie is het familiehuis aan zee dat na het op de klippen gelopen huwelijk onbewoond achterblijft. Het uitgestrekte strand ligt er vanaf dat moment al even leeg en verlaten bij.

In de theaterbewerking die Stany Crets op basis van het filmscript heeft gemaakt voor de Vlaamse groep 't Gebroed spelen de zee en het strand niet langer een rol van betekenis. Ze zijn noodgedwongen zelfs vervangen door een heel ander decor: een bouwsel van opeengestapelde raamkozijnen dat in de verte iets wegheeft van een grachtenpand. Het feit dat Eve, een van de protagonisten, binnenhuisarchitecte is zal bij deze keus van de vormgever een rol hebben gespeeld vermoed ik. Zo is ook besloten dat de achtergrond zwart moest zijn en niet, zoals in de film, uitgevoerd in lichte pasteltinten.

Dat Stany Crets zo verstandig is geweest de film niet te kopiëren blijkt ook uit de plot die nu een lineaire structuur heeft en uit de weglating van scènes die op het toneel moeilijk uitvoerbaar geweest zouden zijn. Een goede vondst vind ik de continue aanwezigheid van moeder Eve (Brit Alen). In de scènes waar ze geen rol speelt, staart ze afwezig voor zich uit, terwijl haar drie dochters over haar praten over haar hoofd heen. Het symboliseert de dominante positie van Eve in het gezin: altijd, zelfs als ze er eigenlijk niet is, is zij het middelpunt van ieders bewustzijn.

De dochters hebben zich nooit definitief aan die overheersende invloed van moeder kunnen onttrekken. Daardoor zijn ze allemaal gehavend, zoals een van hen opmerkt. Ze hebben niets bereikt in het leven, menen ze; het heeft ze onzeker en tobberig gemaakt. Zo leren we ze althans in de film kennen. Op het toneel zien we drie karikaturale neuroten die hun frustraties uiten in schreeuwerig geruzie.

Wat mij daaraan niet bevalt is hun neiging tot overdrijving en flauw doen. Het is een neiging die ook andere spelers hebben en die me vorig jaar irriteerde in Och Mengs, de eerste voorstelling die Crets bij 't Gebroed regisseerde. Zo erg als toen is het ditmaal niet, al was het maar vanwege het script van Woody Allen dat onvergelijkelijk veel betere dialogen bevat dan het slappe geleuter dat Crets vorig jaar zelf op papier had gezet.

Het ligt ook aan de regie die nu minder ontspoort. Toch slaat Crets een enkele maal de plank volkomen mis. Het schrijnendste voorbeeld is de verjaardag van Eve die wordt gevierd met grappen en grollen, uitbundig gezang en de Carnavalshit 'Mien waar is mijn feestneus'. Alleen de polonaise ontbreekt nog - maar ook die komt aan bod, naar later blijkt. Op een ander feest.