Superieure documentaire over het land Vietnam en het trauma 'Vietnam'; De schaduwen op een vrouwengezicht

Point de départ (Starting Place),Regie: Robert Kramer. In: Amsterdam, Alfa.

Vietnam is een land met 70 miljoen inwoners dat zich vrijwel hersteld heeft van een lange reeks oorlogen. Het land staat op het punt zijn bloedig verworven socialistische staatsvorm op z'n minst te vermengen met een zich volgens kapitalistische wetten voltrekkende snelle economische groei. 'Vietnam' is het trauma van een generatie Amerikanen, die ongeacht welke positie ze innamen ten aanzien van de oorlog aan het eind van de jaren zestig daar een kater aan hebben overgehouden. De voorstanders omdat Amerika die oorlog verloor, de tegenstanders omdat hun in de anti-oorlogsbeweging vorm krijgende idealen uitmondden in een binnenlands echec - het conservatisme van de Reagan-Bush-periode - en de oorlogsveteranen omdat beide zijden niet meer aan hun inzet herinnerd wilden worden.

Vietnam en 'Vietnam' vormen beide dankbare filmonderwerpen. Vorig jaar bezochten Thomas Doebele en Maarten Schmidt Vietnam voor het onvolprezen VPRO-buitenlandmagazine Diogenes en legden daar de paradoxale ontwikkelingen vast in een televisiedocumentaire, die vooral indruk maakte door de tastbare tederheid van de mensen en hun samenleving. Ook konden we onlangs in Nederland kennis nemen van een 'festival' van recente Vietnamese speelfilms, die een voorzichtige belofte inhielden van een zich aan de censuur ontworstelende filmcultuur.

Na aanvankelijke aarzeling heeft Hollywood zich met overgave gestort op 'Vietnam'. Het werd zelfs de belangrijkste drijfveer achter het hele oeuvre van Oliver Stone, een oorlogsveteraan die de onderste steen boven wil hebben, voorlopig culminerend in een huilerige en pathetische poging om de Vietnamese kant van 'Vietnam' te onthullen in Heaven and Earth.

De eerste geslaagde poging om Vietnam, het land, en 'Vietnam', het trauma, in een film aan elkaar te verbinden is Point de départ, een in meerdere opzichten voorbeeldige documentaire van Robert Kramer. Ook leven en werk van de sinds 1980 in Parijs wonende Amerikaan Kramer werden blijvend beïnvloed door zijn stellingname tijdens de oorlog. Hij maakte deel uit van de zogenaamde 'Newsreel'-beweging, die de camera ten dienste stelde van het 'anti-imperialisme'. In 1969 draaide hij met een collectief het pamflet People's War in Hanoi en betreurde daarna in het documentaire epos Milestones (1976) het politieke en culturele faillissement van zijn generatie. Eenmaal in Europa beland kon Kramer uitgroeien tot een toonaangevend documentairemaker, wiens individualistische politieke engagement gemodificeerd werd door de tijd, maar de lamp brandend hield. Na de terugkeer naar de Verenigde Staten, als bijna vreemde cultuur intensief geportretteerd in het vierurige Route One USA (1989), sluit Kramer nu de cirkel met een door de Franse overheid gesubsidieerd meesterwerk, mede tot stand gekomen in het kader van een workshop voor jonge Vietnamese filmers.

Point de départ begint met een wat raadselachtig beeld, van het raam van een appartement in Parijs, en een motto van Chris Marker, aan wiens essayistische stijl van filmmaken Kramer ook in de rest van de documentaire eer lijkt te willen bewijzen. “Hoe herinnerden mensen zich eigenlijk de geschiedenis, toen er nog geen foto's en films bestonden?”, vraagt Marker zich af. Het raam is ongetwijfeld van Kramer, die in deze persoonlijke queeste naar vergeten beelden als eerste zijn tolk uit 1969, een nu wat oudere, vriendelijke heer aan ons voorstelt. Die mijnheer Nhan vertaalde Cervantes' Don Quichot en Reeds Ten Days That Shook the World in het Vietnamees en hij legt geduldig uit waarom die boeken hem lief zijn.

Het volgende personage is een Amerikaanse vrouw, die Kramer kennelijk ook nog kent van zijn vorige bezoek aan Hanoi. Ze vertelt hoe haar blikveld indertijd verruimd werd door haar deelname aan de beweging tegen de oorlog, maar er klinkt ook iets door dat op spijt lijkt, of berusting. En waarom filmt Kramer haar gezicht in steeds engere close-ups, in natuurlijke schaduwen, met een claustrofobisch effect? Een terloopse opmerking van de vrouw, Linda Evans, aan het slot van haar betoog over 'hier in de gevangenis' levert de schokkende verklaring: ze werd in Californië tot veertig jaar veroordeeld wegens verboden wapenbezit en samenzwering.

Het perspectief van die nog lang niet vereffende rekening drukt een imposant stempel op de rest van Kramers film. De beelden van nijvere jonge manicuren, van het bedrijvige fietsverkeer in de Vietnamese hoofdstad, van een blinde gitarist en andere oorlogsslachtoffers, de intens waargenomen gezichten van oude en jonge mensen, lijken te wijzen op een nieuwe start voor Vietnam. Maar steeds doemen weer de schaduwen op het gezicht van Evans in de herinnering op, als verwijzing naar 'Vietnam'.

Kramer betoont zich niet alleen een meester in de subtiele manipulatie van het bewustzijn van de kijker. Hij slaagt er ook in om een fresco met tientallen personages, altijd een van de moeilijkste opgaven voor documentaristen, op associatieve wijze overzichtelijk te houden. Verbijsterend effectief is ook de simpele vondst om kleurenfoto's voor de camera neer te leggen, kiekjes van onnadrukkelijk in het totale beeld passende impressies. Nooit eerder deed Kramer in een film zo duidelijk afstand van zijn kenmerkende behoefte een passie te preken. Point de départ is een schijnbaar uit de losse pols gefilmde verantwoording, een bevrijdend persoonlijk - en politiek - document, dat geen antwoorden in petto heeft. Je zou wensen dat al die makers van als 'documentaire' aangekondigde televisiereportages (en dan bedoel ik niet Doebele en Schmidt) Kramers film eens zorgvuldig zouden bestuderen, al was het maar om diens superieure beheersing van de documentaire vorm.