Scheiding van Palestijnen in vier groepen leidt tot grote instabiliteit

Het was de bedoeling dat vandaag het Palestijnse zelfbestuur zou ingaan. Dat is niet gelukt. De bomaanslag vanochtend in Hadera spreekt boekdelen.

Salomon Bouman betoogt dat een groot deel van de moeilijkheden toe te schrijven is aan een zwakke stee in de Oslo-akkoorden: de opdeling van het Palestijnse volk in vier delen.

Tijdens de historische verzoeningsbesprekingen tussen Israel en de PLO in Oslo (begin vorig jaar) werd overeengekomen dat de beperkte Palestijnse zelfstandigheid in de Gaza-strook en het Jericho-district op 13 april zou beginnen. Die streefdatum is niet gehaald. Het bloedvergieten (Hebron, Afula en vanochtend in Hadera) en het complexe van de materie die de scheiding van Israeliërs en Palestijnen, na ruim een kwart eeuw verstrengeling, met zich meebrengt hebben het tijdschema vertraagd.

PLO-leider Yasser Arafat en de Palestijnse bevolking moeten wachten voordat hun droom - het begin van Palestijnse onafhankelijkheid - in vervulling gaat. Tenminste, dat is de interpretatie die de Palestijnen geven aan het in Oslo gesloten autonomie-akkoord. Israeliërs die nauw bij de onderhandelingen zijn betrokken weten dat dit de onvermijdelijke uitkomst is van het in Oslo begonnen vredesproces. Nu een sterke Palestijnse politiemacht in aantocht is, bevrijding van duizenden Palestijnse gevangenen is aangekondigd en de terugtocht van de Israelische troepen uit het grootste deel van de Gaza-strook en het Jericho-district spoedig een onomkeerbaar feit is, hebben de Palestijnen goede redenen om feest te vieren. Dat zal heel uitbundig worden gedaan als PLO-leider Yasser Arafat, volgens de Palestijnse terminologie de president van de Palestijnse staat, in mei zijn triomfantelijke intocht in de Palestijnse autonomiegebieden zal maken.

Zelfs de gevaarlijke interne islamitische oppositie, Hamas en de islamitische Jihad, zullen voor die Palestijnse uitbundigheid even het hoofd moeten buigen. Niets is sterker dan de wind van de vrijheid die de Palestijnse vlaggen zal laten wapperen. En de wereld zal zich via de TV-beelden vergapen aan de geboorte van de Palestijnse natie, de Siamese tweeling van de zionistische revolutie.

Maar als die feestroes langzaam wegtrekt, wordt de absurditeit duidelijk van de in Oslo gekozen trapsgewijze afwikkeling van het Palestijnse vraagstuk.

Het Palestijnse volk wordt voorlopig in ieder geval erdoor in vieren gedeeld. Nooit eerder is er in de geschiedenis zo'n surrealistisch palet van identiteiten ontstaan. Als de Palestijnse bestuursautonomie van kracht wordt zijn er vier soorten Palestijnen: autonomie-Palestijnen, bezette Palestijnen, diaspora- Palestijnen en Israelische Palestijnen (Israelische Arabieren). Ook al kan Israel met de teksten van het akkoord van Oslo en de spoedig te tekenen autonomie-akkoorden in de hand met recht betogen dat er van Palestijnse onafhankelijkheid geen sprake is, het Palestijnse gevoel zal zich daar niets van aantrekken. Het in moten verdeelde Palestijnse volk komt met het verworven beperkte zelfbestuur sneller in de ban van de samenbundelende Palestijnse onafhankelijkheidsgedachte dan premier Rabin waarschijnlijk heeft voorzien.

Het tijdelijk scheiden van 'autonomie-Palestijnen' van de 'bezette Palestijnen' is juist wegens de opgeroepen Palestijnse vrijheidsgevoelens een recept voor instabiliteit en aanhoudend bloedvergieten. Die scheiding is daardoor een zwakke schakel in de Israelisch-Palestijnse verzoening. Het akkoord van Oslo stipuleert weliswaar op korte termijn heropstelling van de Israelische strijdkrachten buiten de Palestijnse bevolkingscentra op de westelijke Jordaan-oever, maar in tegenstelling tot de Gaza-strook en het Jericho-district zullen daar geen Palestijnse politieagenten verschijnen. De bezetting zal wel met de installatie van de te kiezen Palestijnse uitvoerende raad een ander karakter krijgen maar bezetting blijft bezetting. De wonderlijke situatie doet zich voor dat de Palestijnen in de Gaza-strook en het Jericho district spoedig van de Israelische bezetting zijn ontdaan terwijl een miljoen Palestijnen op de westelijke Jordaan-oever het bevrijdingsfeest nog lang niet kunnen vieren. Wegens de zichtbare aanwezigheid van zo'n 120.000 kolonisten in dit tussen Israel en Jordanië omklemmende gebied ligt het voor de hand dat de spanningen tussen Israel en de Palestijnen daar eerder zullen toe- dan afnemen. De intifadah kan daar in een ommezien opleven nu Yasser Arafat en de Palestijnse politie (en dat zijn verkapte troepen van het Palestijnse bevrijdingsleger) in de Gaza-strook en het Jericho-district zo dichtbij en toch zover weg zijn. Ernstige incidenten tussen soldaten en/of kolonisten en Palestijnen op de westelijke Jordaan-oever zullen ongetwijfeld uitstraling hebben op de 800.000 Palestijnen in de Gaza-strook. De diplomatie mag deze gebieden dan wel van elkaar hebben gescheiden, door de in 1987 begonnen intifadah zijn ze een onverbrekelijke eenheid geworden. Er kleven aan de aankomende Palestijnse bestuursautonomie dan ook meer vragen dan antwoorden. Hoe zal de sfeer zijn in een gezamelijke Israelisch-Palestijnse patrouille indien deze 'jacht' moet maken op 'Palestijnse terroristen'? Kunnen kat en muis elkaar op zo'n emotioneel moment wel verdragen? En hoe zal de stemming zijn als een kolonist (Israeliërs in het Katif-district behouden het recht zich in de Gaza-strook over de wegen te verplaatsen) een stenen gooiende Palestijn heeft doodgeschoten?

Een nog grotere uitdaging is de aangekondigde voortgezette strijd van de Hamas en de islamitische Jihad. De nabije toekomst ziet er door Amerikaanse ogen bezien zelfs zo instabiel uit dat van die kant al is gezegd dat Yasser Arafat 'de terreur' niet de baas zal kunnen. Israelische militaire kringen vrezen dat ook en verwachten toename in plaats van vermindering van terreur. En dat voornamelijk, maar niet uitsluitend, omdat het akkoord van Oslo eigenlijk een halve oplossing voor het Palestijnse vraagstuk biedt. Te veel essentiële zaken, in het bijzonder de uiteindelijke status van de bezette gebieden, zijn op de lange baan geschoven. Vooral van Israelische kant kunnen steekhoudende politieke argumenten worden aangevoerd om de geleidelijke ontknoping van het Palestijnse vraagstuk te billijken. Maar nationalistische hartstochten hebben geen tijd, zeker als ze door schijnonafhankelijkheid worden aangewakkerd. Het zou verstandig en politiek juist zijn indien de regering-Rabin de moed zou hebben over alle tussenfases heen te springen en nu reeds met Yasser Arafat over de eind-oplossing van het Palestijnse vraagstuk gaat onderhandelen. Uitstel van het onvermijdelijke schept verwarring, draagt bij tot instabiliteit en zal wegens het bloed dat aan beide zijden zal vloeien de verzoening tussen Israeliërs en Palestijnen nog moeilijker maken dan die nu al is. Sedert Oslo is er al veel veranderd en beslist niet ten goede.