Ron de Roode vindt lang haar nu onbelangrijk

VELSEN, 13 APRIL. Clubarts Ron Peters noemt het vol bewondering een terugkeer “puur op karakter”. Amper twee maanden na zijn laatste slopende chemokuur speelde voetballer Ron de Roode gisteravond een helft mee met het tweede elftal van Telstar tegen AZ. “Dit is”, aldus de dokter, “medisch gezien zeer opmerkelijk. Na een dergelijke therapie heb je de conditie van een mus. Dan ben je echt helemaal niets meer waard.”

De Roode, een behendige spits, bemerkte tijdens zijn vakantie in juli van het vorige jaar een verdikking in zijn onderbuik. Het bleek een kwaadaardig gezwel te zijn. De 29-jarige voetballer werd geopereerd. De kans op uitzaaiingen werd nihil geacht en hij keerde terug op het voetbalveld. Later moest hij alsnog chemotherapie ondergaan. Op 10 oktober speelde hij zijn laatste wedstrijd tegen Haarlem.

Zes maanden later is hij genezen verklaard. En kan De Roode bijna niet meer wachten om weer voluit mee te voetballen. Het liefst traint hij twee keer per dag, maar dat is hem afgeraden. Hij zat inmiddels al twee keer op de reservebank bij het eerste elftal van Telstar. “De supporters scandeerden al na twintig minuten mijn naam. Dat deed me goed. Daar spreekt waardering uit. Ik wilde er ook wel in.” Tot zijn spijt gebeurde dat niet. Afgelopen zaterdag was hij ontstemd dat hij zelfs op de tribune moest plaatsnemen. “Maar als je dan later gaat nadenken is het logisch dat ik er niet bij was. Ik ben nog niet helemaal fit. En als ik een spier scheur of zo ben ik nog verder van huis.”

De Roode liep er gisteravond tegen AZ 2 nog een beetje onwennig bij op het middenveld, miste gevoel en ritme en schopte daardoor af en toen nog helemaal verkeerd tegen de bal. “Met het loopwerk ging het wel lekker. Ik ben niet echt moe.” Hij zegt te voelen dat het steeds beter met hem gaat. Morgen speelt hij weer mee met het tweede team en zaterdag is het de bedoeling dat hij in de dug-out zit bij het A-elftal in de belangrijke wedstrijd tegen Heracles.

Trainer Simon Kistemaker hoopt dat hij De Roode tijdens de nacompetitie waarvoor Telstar nog alle kans heeft zich te plaatsen, weer voor honderd procent kan gebruiken. “Dan sta ik er!”, verzekert de speler zelf. “Ik zou niet graag de verdediger zijn die straks tegenover hem komt te staan”, zegt clubarts Peters. Er is ook bij de dokter geen soortgelijk verhaal uit de voetballerij bekend. “Ron is een pure prof.”

Voetbal kon De Roode in al die maanden van ziekte en behandeling niet uit zijn hoofd zetten. Toen hij een afspraak moest maken voor zijn operatie vroeg hij of er rekening kon worden gehouden met de start van de competitie en steeds weer stelde hij de dokters de vraag of hij later nog wel kon voetballen. “Achteraf klinkt dat misschien stom. Maar voetbal is altijd mijn leven geweest. Ik was zestien toen ik mijn eerste contract bij FC Den Haag kreeg.” Zelfs op de dagen dat hij zich doodziek voelde bleef hij geïnte resseerd. Hij kon dan weliswaar niet de wedstrijden bezoeken, maar hield zich via de kranten en teletext op de hoogte van de resultaten. “En ook in het ziekenhuis praatte iedereen over voetbal met me. Dat was een goede afleiding.”

Hij wist steeds de moed erin te houden. Hoewel hij ook mindere momenten kende. Het steeds weer in spanning zitten over de resultaten van de bloedtesten. Het steeds weer bellen naar de dokter. “Soms sloeg ik zo'n blaadje open en zag dan weer dat Kojak was overleden. Dan las je maar niet meer verder.” In het ziekenhuis lag hij weleens op een kamer met iemand die uitgebreid over diens ziekte vertelde. “Daarom had ik ook liever een kamer alleen.”

Hij kreeg alle steun van zijn club en de supporters. Hij mocht dokter Peters dag en nacht bellen en de leden van de medische staf bezochten hem regelmatig. “Soms was hij te moe om zijn kind op te tillen”, herinnert verzorger Jan Spierenburg zich. “Tijdens zo'n chemokuur ben je te misselijk om te eten en te beroerd om om je heen te kijken”, legt Peters uit. De Roode kreeg er daar vier van, elk van vier dagen lang. Niemand rekende er bij Telstar dan ook op dat hij dit seizoen nog zou spelen. Maar gisteravond liep hij dus toch op het veld. Hij heeft nergens meer last van, voelt alleen nog een tinteling onder zijn voeten als hij zijn hoofd buigt, “een soort stroomstootjes”. Het is een bijwerking van de therapie die straks moet verdwijnen.

De rentree van De Roode werd gisteren nog met een half uur uitgesteld omdat er twee grensrechters van de tribune moesten worden geplukt. Dat kostte de nodige moeite. Even vreesde de Leidenaar dat de wedstrijd niet kon doorgaan. Dokter Peters was tijdens zijn avonddienst als huisarts speciaal voor De Roode naar het stadion gekomen. “Het deed me goed om hem op het veld te zien lopen.”

Hij had nummer zeven op zijn rug, korte kop met haar. Daardoor was hij bijna onherkenbaar. De Roode had jarenlang lange witte manen als zijn handelsmerk. Door de behandeling verloor hij zijn haren. Hij was helemaal kaal. Dat was vooral geen prettig gezicht voor hemzelf. Daarom meed hij ook spiegels. Tot voor kort droeg hij een pet. Nu groeit zijn haar weer. “Ik weet niet of ik het weer zo wil hebben als vroeger. Ik weet niet eens of dat kan. Het zal misschien wel twee jaar duren voordat het weer zo lang kan zijn. Ik zie het wel. Het is niet zo belangrijk meer.”

    • Hans Klippus