Religie, ethiek, esthetica

In de artikelen over de noodzaak van geloof voor de vorming van normen en waarden, worden drie levensgebieden met elkaar in verband gebracht, namelijk godsdienst, ethiek en esthetiek.

Deze verbanden zijn echter niet vanzelfsprekend. Als men uitgaat van de in deze discussie al enige malen aangehaalde definitie van Otto dat godsdienst bestaat uit het bevroeden van het goddelijke als mysterie dat huiveringwekkend en tevens boeiend is, dan kan dat een bruikbare werkhypothese zijn, ofschoon Otto in de loop der tijden (zijn boek verscheen in 1917) nogal bestreden is. Mensen die deze ervaring kennen, zullen hun religieuze levenshouding in verband brengen met het zedelijk en esthetisch besef.

De grote vraag is echter of men dit ook kan omkeren.

Dat er autonome ethiek bestaat is overbekend. Kant stelde zelfs de eis dat volstrekt ethisch handelen onafhankelijk moet zijn van beloning of straf en zeker van geluksgevoel.

In 1892 werd in Berlijn een 'Deutsche Gesellschaft für etische Kultur' opgericht. In deze kring werd gepleit voor een 'morale indépendante'.

Uit de ethiek gezien is godsdienst daarvoor geen voorwaarde. Integendeel: de geschiedenis van het christendom kent vele schurkerijen en gewelddadigheden. Het is banaal om te zeggen dat een christenmens beter is dan een ongelovige.

Nog sterker is dat met de ethetica. A. Bodar pleit voor een esthetische weg tot geloof en normbesef (NRC Handelsblad, 19 maart). Ook het esthetische is een autonoom gebied. Zo zal een religieus mens een kunstwerk religieus interpreteren, maar we weten ook heel goed dat erin de afgelopen weken talloze mensen naar de Mattheuspassion hebben geluisterd, zonder daar godsdienstige ervaringen bij op te doen. Met de verbinding van ethisch-esthetisch is het nog veel gecompliceerder: kampbeulen konden in hun vrije tijd immers volop genieten van Bach en Beethoven.

Godsdienst garandeert geen ethisch normbesef. Omgekeerd leiden een ethisch leven en esthetisch ervaren niet per se tot religie. Er zijn wel toevallige, maar geen noodzakelijke verbanden. Als die samenhang er is, dan gaat die in een eenrichtingverkeer van religie naar ethiek en esthetiek, maar deze laatste levensgebieden verschaffen ons geen ladder naar het transcendente. Muziek is geen 'Telephon ins Jenseits'.