'Regering Bulgarije hervormt niet meer'

ALEKSANDUR JORDANOV, vice-voorzitter van het Bulgaarse parlement en volgens sommige waarnemers 'de stem van de rede' in de gepolariseerde Bulgaarse politiek, weet zeker dat zijn land binnen afzienbare tijd een regeringscrisis wacht.

DEN HAAG, 13 APRIL. “De regering-Berov moet weg. Hoe eerder hoe beter. Ze heeft niet meer de wil tot hervormen. Ze heeft niet meer de wil tot het democratisch veranderen van de Bulgaarse samenleving. Het is gevaarlijk: de tijd verstrijkt, en de hervormingen gaan te langzaam.”

De regering gáát weg - dat weet hij zeker, Aleksandur Jordanov, voorzitter van het Bulgaarse parlement en leider van de Radicaal-Democratische Partij (die deel uitmaakt van de oppositionele overkoepelende Unie van Democratische Krachten, SDS). Hoe lang de partijloze Ljoeben Berov nog aanblijft kan hij niet zeggen, maar lang zal het niet zijn, en wat hem betreft: hoe eerder Berov valt, hoe liever het hem is.

Niet alleen hem, trouwens. Dat Berov weg moet, vindt langzamerhand iedereen in Bulgarije, behalve Berov zelf. In de premier, sinds eind 1992 leider van een kabinet van partijlozen dat in het parlement meestal kan rekenen op de steun van de (ex-communistische) Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) en soms ook op die van de Beweging voor Rechten en Vrijheden (de partij van de Turkse minderheid), gelooft eigenlijk niemand meer.

Politiek heeft Berov nooit erg veel kans gekregen. De verkiezingen van 1991 leverden een onwerkzaam parlement op. De twee reuzen in de Bulgaarse politiek, de ex-communistische BSP en de centrum-rechtse SDS, misten beide op een haar na de absolute meerderheid: zij kregen indertijd 106 en 110 van de 240 zetels. De derde partij in dat parlement, de Beweging voor Rechten en Vrijheden, zit tussen deze twee partijen op de wip.

Dat zou nog geen ramp zijn als de BSP en de SDS elkaar het licht in de ogen zouden gunnen. Maar dat is niet het geval: de twee bestrijden elkaar hardnekkig en zijn ook intern verdeeld. De zetelverdeling is door vele interne partijruzies wat gewijzigd, maar al met al bevindt de Bulgaarse politiek zich al sinds jaren in een impasse.

Veel ruimte gaf dat Berov niet. Hij moest de kastanjes uit het vuur zien te halen, aan de ene kant belaagd door de SDS van zijn radicale, compromisloze voorganger Dimitrov, aan de andere kant belaagd door de opportunistische BSP, die van twee wallen eet door zijn regering te gedogen zonder er deel van uit te maken en die dus flink op hem kan schelden maar tegelijkertijd zijn beleid bepaalt.

De hervormingen worden het kind van de rekening. Economisch is er in Bulgarije sprake van een zeker herstel. Maar het gaat te langzaam. De werkloosheid daalt, maar er zijn nog altijd 624.000 werklozen; de inflatie daalt, maar bedraagt nog steeds zestig procent per jaar. Geïnvesteerd wordt er weinig. De de staatskas is leeg en de minister van financiën klaagt van tijd tot tijd over een dreigend staatsbankroet. De sancties tegen Joegoslavië kosten miljarden. Het BNP is in drie jaar bijna gehalveerd. Sofia is vol moderne winkels, maar een tv kan niemand zich nog veroorloven: die kost een gemiddeld jaarloon. De bevolking is verpauperd: ruim de helft van de Bulgaren leeft inmiddels onder de armoedegrens. In februari kregen ze nog eens een explosie van de energieprijzen te verwerken en op 1 april deed de BTW zijn intrede, met nieuwe dramatische prijsstijgingen. 27 procent van de Bulgaren had met het oog op die BTW gehamsterd, 38 procent had dat volgens het persbureau BTA alleen maar niet gedaan omdat ze er het geld niet meer voor hebben. De Bulgaarse munt, de lev, is door de inflatie in een vrije val geraakt en heeft in drie maanden 70 procent van zijn waarde verloren. 400.000 Bulgaren hebben het de afgelopen drie jaar voor gezien gehouden en zijn geëmigreerd. Berov zelf hield aan al de misère een hartkwaal over en moest vorige maand worden geopereerd.

Zelfs de laatste die hem nog de hand boven het hoofd hield, president Zjeljoe Zjelev, is op hem uitgekeken. Twee weken geleden liet hij zijn premier als een baksteen vallen: “In vijftien maanden is de regering met de privatisering niets opgeschoten. We staan in Oost-Europa op de laatste plaats waar het buitenlandse investeringen betreft. Geen enkel project is uitgevoerd of zelfs maar begonnen.” Berovs verdere aanblijven, aldus Zjelev, is “een gevaar voor de sociale stabiliteit.”

Jordanov: “Die kritiek kwam veel te laat, de president had er al veel eerder mee moeten komen. Hij heeft deze regering altijd gesteund, vergeet niet dat Berov zijn adviseur werd voordat Zjelev hem premier maakte.” Hij somt zelf nog even de tekortkomingen op: Berov heeft de privatisering laten sloffen, 96 procent van de economie is nog in handen van de staat; hij heeft de teruggave van grond aan de oorspronkelijke eigenaars laten sloffen, slechts 25 tot 30 procent is teruggegegen; hij is de premier van de recommunisering, de terugkeer van de vroegere communisten. Positieve daden van Berov, nee, die kan Aleksandur Jordanov niet bedenken: “Ik ben partijleider, ik denk heel negatief over de regering.”

De vraag is welk alternatief er voor de huidige situatie bestaat. De SDS eist al sinds maanden vervroegde verkiezingen, maar stevent volgens de peilingen op verlies aan. De ex-communistische BSP wil geen vervroegde verkiezingen - ook al wacht haar volgens die peilingen winst - omdat ze er niet van uit kan gaan een absolute meerderheid te krijgen en omdat ze ook weet dat geen enkele andere partij een coalitie met haar wil.

Jordanov gokt op een parlement waarin nog slechts twee partijen zijn vertegenwoordigd, de SDS en de BSP, en hoopt dat de SDS de grootste van de twee wordt. De anderen partijen, zegt hij, halen de kiesdrempel van vier procent niet, tenzij ze hun interne conflicten bijleggen, en dat zit er niet in. “Een parlement met twee partijen, het past, het is de stemming in het land”, zegt hij. Het zal, zegt hij, in elk geval een stabiele regering opleveren.

Het lijkt wishful thinking, want de kans dat de BSP in zo'n tweepartijenparlement de absolute meerderheid krijgt, is volgens de peilingen niet uitgesloten, en als er nog een derde partij in dat parlement komt, herhaalt zich de toestand van de afgelopen drie jaar en komt die derde partij op de wip te zitten. Krijgen we dan weer een SDS die - zoals veel van haar critici zeggen - oppositie voert omwille van het oppositie voeren, radicaal, fanatiek bijna?

“Maar dat is de SDS helemaal niet”, zegt Jordanov. “Wij hebben geen stakingen georganiseerd - het zijn op het ogenblik de regeringsgezinde vakbonden die staken. Wij hebben niets gedaan dat tegen de grondwet of de regels van de parlementaire democratie ingaat.” Het is omgekeerd, zegt Jordanov: “Deze regering heeft een meerderheid, maar die meerderheid is niet voor democratische veranderingen. Niet de SDS voert oppositie omwille van de oppositie, het is de BSP die de regering steunt omwille van de steun.”

    • Peter Michielsen