Opleiding MBA-scholen in VS wordt aangepast

De Amerikaanse business schools moeten ingrijpend reorganiseren. Niet alleen is de markt voor de opleiding tot Master of Business Administration (MBA) zo goed als verzadigd, ondernemingen zijn op zoek naar een heel nieuw type manager: internationaal, multi-inzetbaar en vertrouwd met computertechnologie. “Europese scholen voor MBA-opleidingen die teveel op Amerikaanse leest zijn geschoeid krijgen het ook moeilijk,” waarschuwt prof. dr. Philippe A. Naert, decaan van de Universiteit voor Bedrijfskunde Nijenrode.

Walter Jay Salmon, plaatsvervangend decaan en directeur externe relaties van de Harvard Business School, hapt in de kantine van misschien wel 's werelds beroemdste universiteit voor bedrijfskunde een broodje weg. De schilderachtige campus aan de Charles River in Boston ligt er op deze vroege ochtend nog verlaten bij. De hoogleraar marketing is vroeg uit de veren, want hij heeft zijn handen vol aan de voorbereidingen van het hervormingsprogramma 'MBA: Leadership & Learning', dat Harvard Business School nieuw elan zal moeten geven. Een belangrijk deel van de tweehonderd faculteitsmedewerkers van Harvard werkt al sinds voorjaar 1992 koortsachtig aan dit plan, dat op zijn vroegst in 1995 zal worden geïmplementeerd. “We gaan niet over een nacht ijs,” zegt Salmon.

De reorganisaties bij Harvard zijn niet onopgemerkt gebleven. Het is in de tachtig jaar dat de school bestaat nog maar drie keer voorgekomen dat het curriculum werd aangepast en voor het laatst was dat in 1961. “We gaan meer nadruk leggen op globalisatie, ethiek en leiderschap in groepsverband,” aldus Salmon. “Het aantal bedrijven dat voor wereldmarkten produceert zal namelijk sterk stijgen. Had een produktmanager van Procter & Gamble vroeger alleen rekening te houden met de Verenigde Staten, voortaan zal hij zijn blik moeten verruimen. Onze studenten worden daarop nog onvoldoende voorbereid. Zeker eenderde van het programma zal daarom moeten gaan over zaken die niet op de Verenigde Staten betrekking hebben.”

Harvard hoopt dit te bereiken door voor eerstejaars-studenten elf afzonderlijke cursussen te vervangen door slechts vier kernprogramma's waarin diverse aspecten aan bod komen, een grondige revisie van de toelatingseisen, de introduktie van meer keuzevakken en het werken met multimedia. Vooralsnog heeft de school zijn beroemde praktijkanalyses ('case studies') niet aan de kant gezet. “Wij hebben een goed programma,” zegt Salmon. “Dat gaan we natuurlijk niet zomaar opofferen. We kunnen de druk op de ketel nog wel even aan.”

De Harvard Business School is niet de enige MBA-opleiding die zich geplaatst ziet tegenover aanhoudende economische malaise, groeiende concurrentie en een steeds kritischer clientèle. De bedrijfskunde-faculteiten van Babson College en de universiteiten van Case Western, Minnesota, Michigan, Indiana, Pennsylvania en Tennessee waren Harvard al voorgegaan. In Minnesota wordt nu veel meer aandacht besteed aan de kwalitatieve aspecten van het ondernemerschap, zoals strategische planning en milieu-management. Tennessee legt de nadruk vooral op 'leiderschap en communicatie'. Zelfs topscholen als de Amos Tuck School of Business in Dartmouth (New Engeland) en de tegenwoordig in populariteitspolls vaak als eerste eindigende Kellogg School of Management in Illinois - een onderdeel van Northwestern University - zijn onlangs nieuwe cursussen gestart. Alleen de prestigieuze Graduate School of Business van Stanford Universiteit in Californië doet voorlopig niet mee. “De scholen die reorganiseren zijn de afgelopen jaren veel te conservatief geweest,” meent George C. Parker, hoogleraar management en plaatsvervangend decaan van Stanford's zakenfaculteit. “Wij hebben ons programma in de loop der jaren steeds opnieuw aangepast.”

Voor de malaise onder Amerikaanse MBA-scholen zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Door de recessie zijn MBA'ers op de arbeidsmarkt minder gewild geworden. Bedrijven slanken af en zetten vooral het middelmanagement op straat. Dit zijn de posities waar MBA'ers meestal beginnen. Topmanagers die leiding kunnen geven aan afgeplatte ondernemingen zijn zeldzaam.

Maar er zijn meer redenen die hebben bijgedragen tot de devaluatie van het MBA. Volgens Charles W. Hickman van de American Assembly of Collegiate Schools of Business is een carrière in zaken niet langer het hoogste ideaal van schoolverlaters. Vooral onder vrouwen is de belangstelling de laatste jaren sterk gedaald. Het aantal aanmeldingen voor de ruim 750 MBA-opleidingen in de Verenigde Staten is met 16 procent teruggelopen. Zelfs topscholen als Kellogg hebben het moeilijk. Er wordt door deze scholen dan ook actief geworven, tot aan Tokio toe. “We zijn net als de luchtvaartmaatschappijen na de deregulering,” zegt Stephen Christakos van Kellogg. “We moeten plotseling met elkaar concurreren.”

Aan de andere kant groeit de belangstelling voor wat het blad Business Week onlangs als Techo-MBA's bestempelde: opleidingen waarin voorheen strikt gescheiden specialismen als technologie, informatica en bedrijfskunde gecombineerd worden. Studenten aan Kellogg ontwikkelden een ultrasoon apparaat waarmee dolfijnen uit de buurt van visnetten worden gehouden. Niet alleen werd voor dit produkt een echt marketingplan opgesteld, er is ook een bedrijf opgericht dat naar kopers zoekt. Deze MBA'ers kennen de grondbeginselen van marketing, administratie en financiën, maar weten ook het nodige van technologie.

Vertegenwoordigers van IBM, Boeing en General Electric klaagden acht jaar geleden al op een congres van de National Academy of Engineers dat pas afgestudeerde MBA'ers niets begrepen van de produkten die hun werkgevers afleverden. Universiteiten met een technische achtergrond, zoals het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en vooral Carnegie Mellon in Pittsburgh, zijn onmiddellijk in deze markt gestapt. Hun opleidingen doen denken aan de transdisciplinaire teams zoals autofabrikant Chrysler die voor de ontwikkeling van het model Neon bij elkaar bracht: naast fabrieksmanagers en ingenieurs ook marketing- en verkoopdeskundigen. De integratie van bedrijfskunde en technologie is volgens Business Week een succes: afgestudeerden van de opleiding produktie-management van Kellogg krijgen tweemaal zo veel banen aangeboden als gewone MBA'ers.

Het is niet de eerste keer dat de traditionele MBA-scholen een spervuur van kritiek krijgen te verduren. Top-adviseur Mark H. McCormack verweet Harvard en andere scholen dat ze geen leiders, maar adviseurs en investeringsbankiers afleverden. Fortune-redacteur Roy Rowan en Harold J. Leavitt kwamen in hun boeken tot soortgelijke conclusies: de analytische hersenhelft werd teveel getraind, terwijl voor goed ondernemerschap bijvoorbeeld ook intuïtie nodig is. De scholen trokken zich van de kritiek weinig aan; de studenten bleven immers toch wel toestromen.

Maar nu kan men niet langer om de kritiek heen, zeker nu ook bedrijven andere eisen aan het leiderschap zijn gaan stellen. “Men laakt het korte termijn denken en de nadruk die in het Amerikaanse bedrijfsleven op individuele functies wordt gelegd,” zegt Philippe A. Naert, decaan van de Universiteit voor Bedrijfskunde Nijenrode in Breukelen. “MBA-ers zouden bovenien niet internationaal genoeg zijn en niet in groepsverband kunnen opereren. Dat zijn allemaal eigenschappen van het traditionele Amerikaanse ondernemerschap, dat altijd erg individualistisch is geweest. Het Europese bedrijfsleven is per definitie minder egocentrisch.”

De Amerikaanse topscholen onderkennen de behoefte aan nieuw leiderschap. “Een goed voorbeeld is een bedrijf als McKinsey,” zegt George Parker van Stanford. “Begonnen als een algemeen organisatie-aviesbureau is McKinsey zich steeds meer op onderdelen gaan specialiseren, met name op het gebied van financiële dienstverlening en automatisering. Daarom nemen ze steeds meer mensen met een technische achtergrond aan. Sommige bedrijven hebben veel meer behoefte aan multi-inzetbare managers, witte raven die een bedrijf naar hun hand kunnen zetten. Als business school moeten we zowel generalisten als specialisten opleiden. Globalisering staat voor een bepaalde houding: je zult je in andere culturen moeten kunnen inleven. De meeste managers zijn gewend aan de homogene Amerikaanse markt.”

Maatschappelijke veranderingen zijn ook de drijvende kracht achter de hervormingen van Harvard, zo verzekert plaatsvervangend decaan Walter Salmon: “Wat wij onze studenten vooral willen bijbrengen is dat zij hun leven lang blijven leren. Artsen doen niet anders. Ook zullen managers in groepsverband moeten kunnen opereren. De lasten van een onderneming kunnen niet langer op de schouders van een persoon rusten. Jack Welch van General Electric heeft gezegd dat mensen die alleen maar kunnen commanderen, geen toekomst bij zijn bedrijf hebben. Lees het laatste jaarverslag van GE er maar op na: de nadruk ligt op delegeren.”

Ook aan deze kant van de oceaan heeft het MBA veel van zijn glans verloren. Komen er in de VS jaarlijks 70.000 tot 80.000 MBA'ers bij, alleen al in Engeland zijn dat er tienduizend. De markt lijkt verzadigd, ook in Nederland, waar het aantal MBA-scholen sinds de jaren tachtig is verviervoudigd. In ons land is het MBA-onderwijs nog relatief nieuw. Niet eerder dan bij de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs, begin jaren tachtig, kwamen de Nederlandse MBA-scholen opzetten. Eerst fuseerde de interfaculteit bedrijfskunde Delft met de Erasmus Universiteit in Rotterdam, en ontstond de Rotterdam School of Management. Tegelijkertijd begonnen de hoogleraren Bomhoff en Wessels samen met de Universiteit van Rochester hun eigen post-academische MBA-programma. Nijenrode, ingeklemd tussen de Vecht en het Amsterdam-Rijnkanaal, verkreeg universitaire status en startte in 1982 zijn MBA-programma. Op eigen initiatief hadden de Amerikaanse universiteiten Newport en Webster in Utrecht en Leiden een dependance geopend, terwijl het Britse Henley Centre for Management als International College of Business Administration in Zeist neerstreek.

Volgens recente schattingen zijn er al meer dan veertig MBA-opleidingen in ons land. Niet alleen particuliere onderwijsinstellingen, ook allerlei hogescholen voelen zich geroepen om een MBA-programma op te zetten. Sommige scholen proberen zich te onderscheiden door bijzondere cursussen aan te bieden, zoals milieumanagement dat komend najaar aan de Maastricht School of Management zal worden gegeven. “Het MBA is niet beschermd en daardoor is de positie van het diploma aanzienlijk verzwakt,” constateert Philippe Naert van Nijenrode. “Zomaar een MBA op zak hebben is niet voldoende, het gaat erom bij welke instellingen MBA'ers hun opleiding hebben genoten.”

De Europese MBA-scholen zullen zich daarom nog meer moeten profileren, aldus Naert. Programmatische bijstellingen zijn daarbij onvermijdelijk. “Dat geldt zeker voor Europese MBA-scholen die op Amerikaanse leest zijn geschoeid. Die hebben immers dezelfde tekortkomingen als veel Amerikaanse scholen. En er zijn nogal wat Europese MBA-opleidingen die een uitwisselingsprogramma hebben met Amerikaanse scholen.” Europese topscholen als Insead in het Franse Fontainebleau en het Institute for Management Development (IMD) in het Zwitserse Lausanne hoeven zich volgens de decaan geen zorgen te maken. Deze scholen gaan immers prat op hun internationale oriëntatie en met name IMD houdt rekening met uiteenlopende managementculturen. Naert: “Maar ook Nijenrode is minder theoretisch en meer op de praktijk gericht dan de meeste Amerikaanse scholen.”

Vergaande profilering is volgens Naert de beste manier voor Europese MBA-scholen om te overleven. “Tussen de drie beste Amerikaanse MBA-opleidingen - de Universiteit van Chicago, Harvard Business School en Kellogg - bestaat ook een wereld van verschil, al zou je dat niet zeggen als je de ranglijsten in bladen als Business Week ziet. Zoals er een markt is voor Lada's en Rolls Royce's, zo is er ook een markt voor allerlei MBA-opleidingen.”

Ook Nijenrode ('pronounced: nay-and-roader') wil bij de wereldtop horen. Twee jaar geleden werd de overheidssubsidie voor de eerste fase opleiding tot Bachelor of business administration (BBA) stopgezet, waardoor het zwaartepunt nu geheel op de (internationale) MBA-opleiding is komen te liggen. “Aan de reputatie van scholen als Insead en IMD zullen we voorlopig kunnen tippen,” zegt Naert, die zelf van Insead komt. “We hopen onze naamsbekendheid zo te vergroten dat we in elk geval de subtop bereiken.” Die subtop bestaat naast de London Business School uit het IESE in Barcelona, waar de katholieke lekenorde Opus Dei de scepter zwaait.

Vooralsnog zal Nijenrode deze concurrentie in zijn eentje moeten aangaan, nu de plannen om te fuseren met de Rotterdam School of Management - groter dan Nijenrode, maar minder internationaal - voorlopig in de ijskast zijn gezet. Maar Nijenrode heeft niet stilgezeten. Onlangs werd, naar Amerikaans voorbeeld, een internationale adviesraad samengesteld, die Nijenrode in de vaart der volkeren omhoog zal moeten stoten. Met kopstukken als Alfons Brenninkmeijer van C&A, Alfred Heineken, William Gates van Microsoft, Samuel Johnson van Johnson & Son, Onno Ruding van Citicorp, Pierre Vinken van Elsevier en Peter Sutherland, de directeur-generaal van GATT, durft Nijenrode zich wel aan de buitenwereld te tonen. Naert: “We zullen er alles aan doen om onze naam op de markt neer te zetten.”