LAURENS J. BOL 1898 - 1994; Ontdekker van kleine meesters

In Dordrecht overleed deze week op 96-jarige leeftijd Laurens J. Bol, oud-directeur van het Dordrechts Museum en kunsthistoricus met een internationale reputatie. Bol was gespecialiseerd in de zeventiende eeuw en geldt als de ontdekker van vele kleine meesters waaronder de inmiddels veelbezongen stillevenschilder Adriaen Coorte.

Geboren in een afgelegen Zeeuws dorp begon Laurens Bol zijn loopbaan als onderwijzer in Stellendam op Goeree Overflakkee. Nadat hij in 1920 deze eerste standplaats had verruild voor Middelburg kreeg hij de smaak van het archiefonderzoek te pakken en begon hij materiaal over Middelburgse meesters te verzamelen. Dankzij zijn vooroorlogse speurtochten in het Middelburgse archief, dat in 1945 in vlammen opging, zijn figuren als Coorte, de grote schildersfamilie Bosschaert, Balthasar van der Ast en Jacob van Geel voor vergetelheid behoed. Later breidde Bol zijn terrein uit en werd hij een regelmatig bezoeker van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, waar hij vele nieuwe toeschrijvingen uitbroedde. Als archiefonderzoeker ging Bol enerzijds voort in de traditie van de oude Hollandse kunsthistorici Abraham Bredius en Cornelis Hofstede de Groot; anderzijds was hij zijn tijd eigenlijk vooruit door zich op toen nog nauwelijks bekeken schilders te concentreren.

Zijn eerste artikel in het gezaghebbende kunsthistorische tijdschrift Oud Holland ('Philips Angel van Middelburg en Philips Angel van Leiden') verscheen in 1949. Bols latere grote publikaties over 'zijn' kleine meesters, zoals Die Holländische Maler des 17.ten Jahrhunderts nahe des grossen Meister, gelden nog steeds als standaardwerken evenals zijn monografie over Adriaen Coorte.

In zijn bijna dertig jaar durende Middelburgse tijd begon Bol ook voor de NRC te schrijven; later zou hij zijn fijnzinnige mijmeringen voor een groot publiek voortzetten in zijn artikelen voor Openbaar Kunstbezit.

Toen hij in 1949 werd benoemd in Dordrecht kon Bol zijn specialistische onderzoek en de meer 'educatieve' kant van het vak, die hem als autodidact na aan het hart lag, combineren. Laurens Bol noemde zichzelf een 'eigenzinnig museumdirecteur', wat ook blijkt uit de introducties die hij in de catalogi bij zijn veel bezochte tentoonstellingen schreef. Met al zijn bescheidenheid stelde hij daarin de zwaarwichtige toon van veel van zijn geleerde collega's enigszins aan de kaak.

Dat deze beminnelijke man, die er een eer in stelde de boeketten voor zijn museum hoogstpersoonlijk samen te stellen, zowel door de kunsthandel als door de officiële kunsthistorische wereld op handen werd gedragen bleek wel in 1984. De toen aan hem opgedragen tentoonstelling Masters of Middelburg (bij Waterman in Amsterdam) werd grotendeels met zijn eigen onderzoek gedocumenteerd. Hij zou daarna nog twee boeken publiceren.

    • Saskia de Bodt