Kroatië ontdoet zich van de vluchtelingen

Kroatië wil zich, nu in Bosnië de Kroaten en de moslims tot een akkoord zijn gekomen, ontdoen van de vluchtelingen uit Bosnië: het toeristenseizoen staat voor de deur, en de hotels waarin de vluchtelingen huizen moeten worden ontruimd.

ZAGREB, 13 APRIL. “Ik ben doodsbang voor wat er nu gaat gebeuren”, zegt de vluchtelinge Emila Rahimic. Ze komt uit West-Mostar. Drie maanden geleden zijn haar vader en haar broer vermoord door soldaten van het Bosnisch-Kroatische leger (HVO). Haar moeder is over de brug naar het oostelijke deel van de stad gestuurd. Zelf is ze aan het geweld ontkomen. Ze woont nu in een vluchtelingenkamp in Kroatië.

Vorige week kreeg Emila te horen dat per 1 april haar vluchtelingenstatus is opgeheven. Sinds de ondertekening van het verdrag tussen de Bosnische moslims en Kroaten vorige maand is het officieel immers vrede in dat gebied. Iedereen die niet ziek en wiens huis niet verwoest is moet terug. Sinds een paar dagen worden de vluchtelingen met bussen teruggebracht naar Mostar.

Maar Emila kàn helemaal niet terug, vertelt ze. Haar huis in West-Mostar is bezet door nieuwe mensen. 'Bergmensen' uit het Kroatische achterland van Mostar zijn bij haar ingetrokken, zo schreef een vriendin. Haar moeder ligt in het ziekenhuis van Oost-Mostar. Het moslim-getto is nog steeds van de buitenwereld afgesloten. “Ik weet echt niet waar ik naar toe moet”, zegt Emila. “De bergmensen hebben onze stad verwoest. Ze hebben er een hel van gemaakt. Alleen als Europa ervoor zorgt dat zij weggaan kan ik terug.”

Het terugsturen van vluchtelingen naar Mostar heeft grote onrust onder de vluchtelingen in Kroatië veroorzaakt. Meer dan een half miljoen mensen hebben een heenkomen gezocht in Kroatië. Meer dan de helft is door de etnische zuiveringen uit Bosnië verdreven. De rest is afkomstig uit de gebieden waar de Serviërs het voor het zeggen hebben.

Voor een klein land als Kroatië met maar 4,7 miljoen inwoners betekenen deze vluchtelingen een enorme druk. Een op de negen inwoners is vluchteling. Ze bevolken de vakantiekampen, de pensions en de hotels waar vroeger de toeristen kwamen. Het land is door de oorlog economisch uitgeput. Toch vangt Kroatië net zoveel vluchtelingen op als alle andere Europese landen bij elkaar.

Voor de Kroatische regering lijkt de maat nu vol. De zomer staat voor de deur, en daarmee de hoop op een toeristenseizoen in Tudjmans mooie nieuwe, maar economisch geradbraakte republiek. En dat kan maar op een manier: het lozen van zoveel mogelijk vluchtelingen.

“Bijna 40 procent van de industrie in ons land is door de vijand [de Serviërs] verwoest”, geeft de Kroatische minister van vluchtelingenzaken, Adelbert Rebic toe. “De hotels, en de vakantieaccomodaties aan de kust zijn onze enig overgebleven industrie.”

In het statige gebouw van het 'staatsbureau voor vluchtingen' aan de Ulica Republike Austrije maken keurig opgedofte secretaresses cappuccino's met slagroom klaar. In het park kussen jonge paartjes elkaar in de zon. Maar net als overal in de Kroatische hoofdstad wordt ook hier het beeld af en toe doorkruist door uitgeputte mannen en vrouwen slepend met tassen, koffers en magere kinderen. “Elke dag komen er vluchtelingen bij”, zegt Rebic. “De inspanning die wij moeten leveren staat in geen verhouding tot onze mogelijkheden.” De minister is boos. Boos en verongelijkt. Hij voelt zich bedonderd door de internationale gemeenschap. “De hulp die we krijgen is absoluut niet genoeg”, zegt hij. “De beloftes worden niet nagekomen.” Zo zou hem voor de maand maart tienduizend ton voedsel beloofd zijn. Hij zou er maar 6000 hebben ontvangen. “Vorig jaar had de Europese Unie ons geld beloofd. Maar al meer dan een jaar krijgen we niets. Na februari 1993 is de betaling gestopt. Ze zeiden dat ze voortaan met voedsel zouden betalen. Maar ook die belofte wordt niet volledig nagekomen. En we kunnen de hotels waar de mensen zitten toch niet met eten betalen?”

Werd in 1992 nog 60 procent van de hulp aan vluchtelingen door het buitenland gedekt, vorig jaar is het aandeel gezakt tot 30 procent, berekende zijn ministerie. Rebic ziet een neergaande lijn. “De hulp van buiten wordt alleen minder. Onze problemen worden met de dag groter. En intussen lijken de Europese landen hun grenzen voor de opname van nieuwe vluchtelingen te sluiten.”

Toch, zegt Rebic, denkt hij er niet over om mensen terug te sturen naar onveilige gebieden. “We lopen over. Maar dat is een probleem van economische en niet van humanitaire aard.” Ook is hij het niet eens met de plannen om de hotels voor de zomer leeg te maken, zo lijkt het.

Zijn staatssecretaris Boris Cepin doet hevig zijn best om de indruk van al te scherpe kritiek op het buitenland te vermijden. “Elk beetje steun kunnen we gebruiken”, zegt hij met een glimlach. Nee, teleurgesteld is niet het juiste woord. Liever is hij 'verrast': “Onze strijd voor de opvang van de vluchtelingen is zonder weerga”, zegt Cepin. “Normaal zou je dan verwachten dat ook de steun daarbij buitengewoon zou zijn.” Cepin praat over de spanningen in de gezinnen waarbinnen het overgrote deel van de vluchtelingen wordt opgevangen. Hij heeft het ook over zijn zorg om de vele bejaarden en gehandicapten die straks niet meer in staat zullen zijn om terug te gaan. “In Kroatië bouwt zich rond de vluchtelingen elke dag meer spanning op”, concludeert hij.

Op dit punt is de Belgische pater Jo de Brant (54) het met hem eens. “Het water staat hier tot aan de lippen”, zegt hij. Gehuld in een oud trainingspak en afgetrapte sportschoenen stapt hij achter het prikkeldraad rond. Hier, naast de schilferige olifanten en de ontpluisde zebra's van de Zagrebse dierentuin, probeert hij elke dag 50.000 vluchtelingen van een minimum aan eten en kleren te voorzien. Ook nu staan ze weer in de rij, een grauwe slinger onder de bloesem. Af en toe wordt er een groepje van dertig binnen de hekken gelaten. Als vermoeide renpaarden stormen vrouwen en oude mannen de binnenplaats op. Tien minuten krijgen ze tijd om tussen de heuvels met kleren te graven. Dan is het weer tijd voor de volgende groep.

“In een dure stad als Zagreb is de 18 dollar per maand die de vluchtelingen krijgen - als ze die al krijgen - absoluut onvoldoende”, zegt De Brant terwijl hij een vrouw helpt bij het bekijken van een babypakje dat op de knieën knollen van gaten vertoont. De regering en het leger hebben zich schuldig gemaakt aan dezelfde schendingen van mensenrechten, dezelfde etnische zuiveringen, waarvan ze Serviërs beschuldigen, maar dat neemt niet weg, meent De Brant, dat Kroatië vies in de steek is gelaten waar het gaat om de opvang van de honderdduizenden vluchtelingen. “Europa heeft haar verantwoording afgeschoven”, meent De Brant. “Wil Kroatië economisch overleven zal het zich wel gedwongen zien om de hotels leeg te maken.” De gevolgen zijn voorspelbaar: niet alleen naar Mostar maar ook naar andere gebieden zullen mensen worden teruggestuurd, terwijl hun veiligheid op het spel staat.

    • Marjon van Royen