JUNKER

Wolfgang was negentien toen hij die ochtend achter de stuurknuppel van zijn Junker kroop.

Achter hem, in de laadruimte, zat op de houten banken een twintigtal zwaarbepakte Fallschirmjäger, de geweren stevig tussen de knieën geklemd. Rondom hem stonden tientallen andere toestellen waarvan de motoren een voor een met doffe knallen werden aangezet. Hij haalde nog eens diep adem en draaide de sleutel om. De drie BMW-motoren sloegen aan, rookwolken uitbrakend. De golfplaten vogel schudde en trilde, hij duwde de gashandels naar voren, bonk, bonk, bonk, het zwaarbeladen toestel kwam los van de grond en met een wijde boog en de opkomende zon in de rug ging het richting Westen. Naar het kleine buurland dat ingelijfd ging worden bij het Grote Moederland. Links, rechts, onder en boven hem, overal Junkers. Hij voelde zich nu op zijn gemak, dit werd een makkelijke dag, over een paar uurtjes zou hij weer bij zijn ouders terug zijn. De havenstad, waar zijn lading uit zou stappen, lag nu in het ochtendlicht onder hem, geen afweergeschut, iedereen sliep hier zeker nog. De deur werd opengeschoven en daar verdwenen zijn kameraden in de diepte. Hij was weer alleen en draaide het toestel naar het Oosten, de zon scheen in zijn gezicht, voor etenstijd weer thuis. Wolfgang keek naar de molens die links van hem onder de vleugel doorschoven, niet naar het afweergeschut dat de rechtervleugel doorboorde en het gewonde toestel een dodelijke duikvlucht bezorgde. Met een daverende klap boorde de Junker zich in het moerasgebied tussen de molens. De boer, die al buiten aan het werk was, zag alleen nog maar een stukje van de staart boven het modderige water uitsteken, pakte zijn bootje en sloeg met een roeispaan de laatste getuige onder het wateroppervlakte. Wat niet weet, wat niet deert. Straks al die mensen op mien land, dat kon hij er nog net niet bij hebben. Aan de westelijke horizon verschenen de eerste rookwolken. Dertig jaar later werd het moeras drooggelegd, het wrak kwam tevoorschijn en werd uitgegraven. Wolfgang was een klein pakketje geworden dat verpakt was in zijn eigen parachute. Het portemonneetje met een paar bankbiljetten, een foto van zijn ouders en een rozenkrans werd samen met het kleine kistje teruggestuurd naar zijn bejaarde ouders. De boer mocht de golfplatenbekleding houden, voor al de overlast die we u de afgelopen weken bezorgd hebben. Daar bouwde hij een schuur van voor het stallen van zijn BMW waarmee hij wel eens op vakantie ging in het buurland waar hij nog zo hard mocht rijden als hij wilde.