Het ultimatum als incident

Een paar dagen nadat de Serviërs met hun grote aanval op Gorazde waren begonnen verscheen generaal Shalikashvili, chef van staven, op de televisie om te verklaren dat een oplossing naar het voorbeeld van Sarajevo uitgesloten was. Daarbij gebruikte hij de argumenten waarmee hij en anderen vóór hem hadden uitgelegd waarom het beleg van Sarajevo nooit met militaire middelen kon worden opgeheven. Tot dusver zijn in meer dan twee jaar burgeroorlog het ultimatum van februari en het neerschieten van vier Servische vliegtuigen de enige daden van het Westen geweest waardoor de agressor zich aanwijsbaar heeft laten kalmeren. Het beleg van Sarajevo is niet werkelijk opgeheven, maar de stad wordt in ieder geval niet meer met zware wapens beschoten.

Het is bijna niet te geloven dat het Westen, de Amerikanen en de Verenigde Naties, daarna zelf dit succes uit handen hebben gegeven. Voortdurend is het de tactiek van Karádzic geweest, de strijd door onderhandelingen te laten onderbreken, die periode te gebruiken om zijn winst te consolideren en dan, na mislukking van het overleg, de aanval te hervatten. Met het succes van het ultimatum leek deze tactiek te zijn uitgeput. Maar toen ze de vastberadenheid van het Westen toch weer beproefden is het, misschien wel tot hun eigen verbazing, de Serviërs gebleken dat het ultimatum veel meer een incident dan het begin van een nieuwe politiek was. In die opvatting zijn ze door minister Perry en generaal Shalikashvili nog aangemoedigd, zelfs terwijl ze hun grote aanval op Gorazde waren begonnen.

Nadat Amerikaanse vliegtuigen, deel uitmakend van de NAVO, op gezag van de Verenigde Naties een paar bommen hebben gegooid, is het schieten met zware wapens gestaakt, maar dit hoeft niet te betekenen dat de Serviërs daarmee van hun oude tactiek afscheid hebben genomen. Nog altijd worden ze aangemoedigd door een aantal Amerikaanse militairen en politici die een 'Vietnam in de Balkan' voorspellen en daarmee zowel de kracht van de Serviërs opwaarderen als hun eigen politieke wil tot het nulpunt terugbrengen. Intussen is de Europese bijdrage tot de discussie vrijwel verstomd. Het zou dus geen wonder zijn als Karadzic de conlusie trok dat ook deze bui van westelijke vastberadenheid wel weer zal overdrijven.

Het belangrijkste argument voor het ultimatum was dat 'de geloofwaardigheid' op het spel stond - niet de formele geloofwaardigheid van de Verenigde Naties die per strijdtoneel wisselt en altijd zwak is - maar die van het Westen, omdat nu eenmaal deze oorlog in het Westen wordt gevochten. Na de verovering van Sarajevo zou de feitelijke geloofwaardigheid van Karadzic groter zijn dan die van al zijn tegenstanders. Het paradoxale van deze burgeroorlog is dat het Westen door een paar jaar van bemiddeling in afzijdigheid zich tot partij had laten maken, en wel de verliezende.

Het succes van het ultimatum was aan twee factoren te danken: deze onverwachte vastberadenheid en de terugkeer van de Russen op het wereldtoneel. Het ongelofelijke van de afgelopen weken is dat het Westen zich deze beide troeven uit handen heeft laten nemen. Niet alleen ondermijnden generaals en politici in Washington het eigen bruggehoofd in Bosnië. Nu er eindelijk weer tot actie wordt overgegaan blijkt dat Moskou opnieuw erbuiten is gehouden. Op bezoek in Madrid heeft president Jeltsin uit 'de media' vernomen dat hij opnieuw voor spek en bonen meedoet. De Joegoslavische opening is hem onder de ongelukkigste omstandigheden ontnomen.

Door het ultimatum te stellen en er een begin van uitvoering aan te geven heeft het Westen feitelijk erkend dat de twee jaar van bemiddeling en quarantainepolitiek op een mislukking zijn uitgelopen. De burgeroorlog is voortdurend 'grote' politiek geweest, in de zin dat het Westen in zijn geheel erbij was betrokken, niet alleen om 'humanitaire' redenen maar omdat het in deze tijd niet mogelijk is in het gebied van de eigen beschaving een grootscheeps moordende roversbende af te zonderen tot de uitputting erop volgt.

Doordat de Russen hun intrede hebben gedaan is het vraagstuk verder geïnternationaliseerd. Aan de ene kant laat het Westen zich schrik aanjagen door Zjirinovski, die in Straatsburg met bloempotten naar joodse demonstranten gooit en niets nalaat om een super-Karadzic te worden. Ook om in Rusland de kans op een dol geworden nationalist in het Kremlin zo klein mogelijk te maken, heeft het, of althans heeft Washington, zijn kaarten op Jeltsin gezet. Aan de andere kant breekt het die bondgenoot af door hem de eens gegeven toegang tot Joegoslavië weer te ontzeggen. Een politiek die bepaald wordt door zulke wisselvalligheden draait op niets uit.

We moeten erkennen dat de Russen in bescheiden mate terug zijn in Europa, en dat ze op dit nog beperkt gebied een belangrijke rol kunnen spelen. Met Russische steun kan de doeltreffendheid van een ultimatum langer duren dan het geheugen van televisiekijkers voor schokkende beelden strekt. Als het Westen zich in Gorazde via een afwisseling van Servische chantage, meegaandheid en agressie dit nieuwe begin van initiatief weer laat ontnemen, is het met de 'geloofwaardigheid' nog erger gesteld dan vóór het ultimatum. Dan komen er opnieuw schokkende beelden, dan strompelen we naar het volgende ogenblik van vastberadenheid.

Televisie is geen grondslag voor buitenlandse politiek en de populariteit van een politicus of president zegt niets over zijn wil of zijn inzicht. De kern van het Joegoslavische vraagstuk is nog altijd dat het aan die combinatie van wil en inzicht ontbreekt, hoewel kennelijk niet bij de Serviërs.

    • H.J.A. Hofland