Een uit massief hout vervaardigd 'te gek' instrument

Lolapaloeza: Bepopalula, Ned.3, 23.19-0.06u.

Een van de meest opmerkelijke comebacks in de popmuziek van de laatste jaren is die van de Gibson Les Paul. Het elektrische gitaarmodel dat werd ontworpen door de mannelijke helft van het zoetsappige zangduo Les Paul en Mary Ford (hit: 'Hummingbird') en dat in 1952 door gitaarfabrikant Gibson in serieproduktie werd genomen, dankt zijn populariteit vooral aan het feit dat hardrockpioniers als Jimmy Page van Led Zeppelin en Paul Kossoff van Free erop speelden. In Nederland hadden de Tielman Brothers als eersten Les Pauls, aldus Jan Akkerman die als deskundige fungeert in de aflevering VPRO's Lolapaloeza over het onverwoestbare prototype van de elektrische gitaar. Akkerman haalt dierbare herinneringen op aan Eelco Gelling van Cuby & the Blizzards, die alles eerder en beter kon spelen dan Eric Clapton, en typeert de ongeschoolde spelstijl van Neil Young als 'een bromvlieg in een puntzak'. Een 'klassieke' Gibson Les Paul wordt binnen afzienbare tijd net zoveel geld waard als een zeldzame Stradivarius, meent Akkerman, die gevolgd wordt op een tocht langs enkele Duitse gitaarantiquariaten. Daar demonstreert hij lelijke snelle riedels op mooie oude gitaren, terwijl een oud fragment van zijn vroegere groep Focus eraan herinnert dat hij ooit tot de beste gitarist ter wereld werd uitgeroepen.

Recentelijk bracht vooral Slash van Guns'N'Roses de Les Paul opnieuw onder de aandacht. “Alles is de schuld van Slash”, zegt Ruthie Morris van Magnapop, die zich hevig geneert voor de opvatting dat de elektrische gitaar dienst doet als een fallussymbool voor stoere mannetjesputters. Een stel gitaristen van de jonge garde lijkt er met de haren bij gesleept. Adam Jones van de anti-hardrockband Tool heeft niet veel meer te melden dat het een 'kwaliteitsgitaar' betreft, terwijl Toon Moerland van Hallo Venray mag bijdragen dat hij het uit massief hout vervaardigde instrument altijd 'helemaal te gek' heeft gevonden. Lolapaloeza gebruikt het onderwerp vooral als excuus om lekker veel muziekfragmenten te vertonen, met fraaie oude beelden van Led Zeppelin, Jimi Hendrix en Eric Clapton die niet per se gebukt gingen onder het gewicht van zo'n loodzware Gibson Les Paul. Een werkelijk gedegen programma over dit massieve brok pophistorie had wat meer visie en voorbereiding kunnen gebruiken, maar Jan Akkermans droge grappen over de geluidsfragmenten die hem worden voorgespeeld (“die man mag blij zijn dat z'n vingers niet tussen de snaren komen”) zijn onbetaalbaar.