De prijzen van de overheid

VRIJWEL ONOPGEMERKT is de inflatie in Nederland deze maand een half procentpunt gestegen. Nederland heeft weer een inflatiecijfer boven de drie procent. Oorzaak: het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de samenstelling van het uitgavenpakket op grond waarvan het Prijsindexcijfer voor de Gezinsconsumptie wordt berekend, aangepast.

Inflatie heeft geen angstaanjagende betekenis in Nederland. Het inflatiepercentage van de afgelopen tien jaar is in vergelijking met andere Europese landen laag en de vooruitzichten zijn gunstig. Werknemers dragen daaraan bij door in te stemmen met verregaande loonmatiging. De harde gulden drukt de importprijzen. Lage energieprijzen en het gebruik van steeds goedkopere elektronica in industriële produkten en van concurrerende diensten zorgen voor constante of zelfs dalende prijzen.

DE GROTE PRIJSOPDRIJVER in Nederland is de overheid. In het nieuwe prijsindexcijfer van het CBS worden de lastenverzwaringen op lokaal en nationaal niveau zichtbaar gemaakt. Overheidsheffingen zoals reinigingsrechten, gemeentelijke belastingen en tabaks- en brandstofaccijnzen zijn in het kabinet Lubbers/Kok gemiddeld met bijna vijftig procent in prijs gestegen. Daarmee is in de oeverloze politieke discussies over koopkrachtbehoud en in onderhandelingen over loonsverhogingen nooit rekening gehouden.

Prijsstijgingen veroorzaakt door de overheid zijn economisch verdedigbaar als het gaat om beperking van subsidies, zoals bijvoorbeeld in het openbaar vervoer of de volkshuisvesting. Tegenover de huurverhoging of het duurdere treinkaartje staat een daling van de overheidssubsidies, die zich vervolgens moet vertalen in lagere belastingen voor de burgers. Dat laatste is overigens niet het geval. Tegelijkertijd verhoogt de overheid allerlei heffingen, vaak onder verwijzing naar een fraai klinkende doelstelling, zoals het milieu. In de praktijk gaat het om het aanboren van nieuwe inkomstenbronnen.

Concurrentie uit de hele wereld en technologische vernieuwingen houden de prijzen in de marktsector onder druk. Zolang de overheid heffingen, accijnzen en (lokale) belastingen blijft verhogen, schieten consumenten daar niets mee op. De besparingen op de particuliere prijzen stromen rechtstreeks naar de overheid.