Conservatoria in de Randstad zijn tegen voorstellen van Cohen

DEN HAAG, 13 APRIL. De conservatoria in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht hebben de Tweede Kamer in brieven bezworen niet in te stemmen met de nieuwste plannen van staatssecretaris Cohen van onderwijs. Zijn plannen voor toewijzing van tweede fase-opleidingen voor grote muzikale talenten aan een aantal conservatoria komen morgen aan de orde tijdens een overleg van de vaste commissie van onderwijs van de Tweede Kamer.

De staatssecretaris liet de Tweede Kamer half maart weten dat hij vanaf 1998 vier tweede-fase opleidingen wil: twee in de Randstad en twee daarbuiten. Die zouden alleen komen bij samenwerkende conservatoria. De voorstellen wijken af van een door de staatssecretaris gevraagd advies van de Raad voor de Kunst. Die pleitte ervoor tweede-fase opleidingen te vestigen aan het Koninklijk Connservatorium in Den Haag en aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Door meer tweede-fase opleidingen zouden de resterende conservatoria belanden in een sterfhuisconstructie, vreest de Raad.

Het Utrechts Conservatorium voert in een brief tien redenen aan waarom bij die instelling afzonderlijk een tweede-fase opleiding moet worden ondergebracht en wijst daarbij ondermeer op een rijke historie, hoge kwaliteit en internationale samenwerking.

Volgens de Vereniging tot behartiging van de belangen van hoogwaardig muziekvakonderwijs is in de nu al bijna vijftien jaar voortslepende besluitvorming elke logica en consistentie zoek geraakt. Deze Vereniging waarvan de conservatoria in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam lid zijn, wordt gesteund door zo'n veertig orkesten, instellingen en organisaties op muziekgebied. De Vereniging zegt dat het uitgangspunt 'kwaliteit' dat minister Ritzen propageerde, nu is losgelaten ten bate van de regio. Verder hekelt de Vereniging Cohens voorstel om de definitieve regeling pas over drie jaar door te voeren, zodat onzekerheid en heilloze dabatten zullen voortduren.

Na adviezen van de Commissie Halberstadt, de Commissie Van Beers en de Raad voor de Kunst lijkt het er volgens de Vereniging op dat Cohen uit het dossier een willekeurige selectie en combinatie heeft gemaakt van slechte en minder gelukkige ideeën. Volgens de Vereniging is het resultaat “een premie op compromissen en op middelmaat, onder gelijktijdige beschadiging van bewezen kwaliteit en het kiezen van remedies tegen kwalen die er niet zijn.”

De Vereniging signaleert ook dat Cohen in november vorig jaar nog voorstander was van vier tweede-fase opleidingen bij afzonderlijke hogescholen, terwijl die nu volgens hem moeten worden toegewezen aan regionaal samenwerkende instellingen.