Bemiddeling als laatste hoop in Z-Afrika

JOHANNESBURG, 13 APRIL. De lokatie is geheim, de agenda onbekend. Maar de zeven internationale bemiddelaars onder leiding van Henry Kissinger zijn vanmorgen aan de slag gegaan, in een poging om de constitutionele geschillen tussen de belangrijkste partijen in Zuid-Afrika te overbruggen. Precies twee weken voor de verkiezingen biedt hun aanwezigheid de laatste hoop op een vreedzaam einde aan de overgang van apartheid naar democratie.

Behalve de diplomatieke en juridische expertise van de oud-ministers van buitenlandse zaken Kissinger (Verenigde Staten) en Lord Carrington (Groot-Brittannië) en vijf grondwetsdeskundigen brengt het bemiddelingsteam als belangrijkste bagage de nuchterheid van de neutrale buitenstaander mee.

Na vier jaar van onderhandelingen hebben vooral het Afrikaans Nationaal Congres en Inkatha zich ver in hun stellingen ingegraven. De mislukte topontmoeting van afgelopen vrijdag, die ontaardde in openlijk misnoegen tussen Mandela en Buthelezi, bewees dat de Zuidafrikaanse leiders er met de democratie in zicht zelf niet meer uitkomen. De noodtoestand in Buthlezi's machtsbasis KwaZulu/Natal spreekt voor zich. Het Zuidafrikaanse leger moet de verkiezingen garanderen nu de politici het niet eens zijn geworden.

Kissinger prees gisteravond tijdens zijn eerste openbare optreden in Johannesburg de Zuidafrikaanse leiders voor wat ze de afgelopen jaren wèl hebben bereikt. Hij had goede woorden voor Mandela, Buthelezi en de Zuidafrikaanse regering, die “een waarlijk heroïsche inspanning hebben geleverd om hun herinneringen, hun lijden en hun twijfel te overwinnen”. Buthelezi, die als enige van de drie leiders zelf was gekomen om de bemiddelaars te verwelkomen, verklaarde dat zijn partij met een gevoel van opwinding het bemiddelingsproces ingaat. De Inkatha-leider hoopte dat “een nieuwe geest van een wonder nu zal oprijzen”.

Dat wonder zal politieke wil moeten heten, want daar heeft het tot nu toe aan ontbroken. Technisch bezien is het hoofdonderwerp van bemiddeling de mate van federalisme in de interim-grondwet, die het ANC en de regering met twintig kleinere partijen in landurige onderhandelingen hebben opgesteld. Die grondwet gaat na de verkiezingen in, totdat het nieuwe parlement als grondwetgevende vergadering de definitieve constitutie heeft opgesteld. Buthelezi meent dat de interim-grondwet te veel macht legt bij de centrale (ANC-)regering, die de bevoegdheden van de negen provincieregeringen kan overheersen. Volgens Buthelezi is de grondwet daardoor niet “federaal”. Een van de bemiddelaars, de hoogleraar in de politieke wetenschappen in Munster Paul Kevenhorster, heeft twee weken geleden tegenover een Zuidafrikaanse krant verklaard dat de interim-grondwet inderdaad niet voldoet aan alle beginselen van een federale staat.

Het ANC, dat veel heeft toegegeven ten opzichte van zijn centralistische uitgangspunten van vier jaar geleden, en de regering betogen dat de decentralisatie van bevoegdheden naar de provinciale regeringen past in de Zuidafrikaanse situatie. De pure studeerkamer-principes van een federale staat zijn hier niet in te voeren, omdat de regio's economisch vrijwel geheel afhankelijkheid zijn van het centrum, betoogde deze week de minister van grondwetszaken, Roelf Meyer. Voorstellen die de regering en het ANC deden om de provincies het bestuur over meer beleidsterreinen te geven, werden door Buthelezi als onvoldoende van de hand gewezen. De posities werden harder toen de regering en het ANC weigerden af te wijken van de verkiezingsdatum en Buthelezi via Zoeloe-koning Goodwill Zwelithini zijn eisen opvoerde van federalisme tot een onafhankelijke Zoeloe-staat.

Vooral Carrington heeft ervaring in Afrikaanse impasses. Hij wordt in Zuid-Afrika vooral herinnerd als het brein achter de Lancaster House conferentie in 1980, die leidde tot de onafhankelijkheid van Zimbabwe. Veel blanke oud-Rhodesiërs, die na de zwarte machtsovername hun heil in Zuid-Afrika zochten en nu voor de volgende zwarte machtsovername staan, spreken zijn naam met walging uit. Maar als Carrington en de zijnen al de brug weten te vinden in de constitionele geschillen tussen ANC en Inkatha, staan ze voor het grote dilemma van de verkiezingsdatum. Buthelezi heeft meermalen gezegd dat hij bereid is deel te nemen aan de verkiezingen, wanneer een akkoord over de grondwet is bereikt. De verkiezingen moeten dan wel een aantal maanden worden uitgesteld. Het ANC en de regering peinzen daar niet over. Elk voorstel van de bemiddelaars in die richting zal geen lang leven beschoren zijn. “De verkiezingsdatum is heilig”, herhaalde ANC-secretaris-generaal Cyril Ramaphosa gisteren.

De internationale bemiddeling brengt een nieuwe dimensie in de Zuidafrikaanse impasse. Zij kan Buthelezi een uitweg bieden uit het isolement. Maar als het al tot een constitutioneel akkoord komt - in te voeren na de verkiezingen door de grondwetgevende vergadering - is er officieel geen tijd meer om hem te betrekken bij het democratisch proces. De Zuidafrikaanse politiek staat echter bekend om creatieve wendingen. President De Klerk noemde het gisteren “uiterst twijfelachtig” dat Inkatha nog zou deelnemen aan de verkiezingen, omdat het logistiek onmogelijk is. “Maar er zijn andere manieren waarop we inclusiviteit kunnen bereiken”, zei hij, zonder te willen uitwijden. De kleine Federale Partij die zich wel heeft ingeschreven voor de verkiezingen, bood Buthelezi gisteren aan om alsnog een verkiezingspact te sluiten. En in Durban zijn de eerste posters van Inkatha gesignaleerd: “Stem Inkatha - als het moment daar is”.

    • Peter ter Horst