Arbeidsrust in Nederland zeer groot

DEN HAAG, 13 APRIL. In 1993 hebben bijna 21.000 Nederlandse werknemers gestaakt waarbij in totaal 45.000 arbeidsdagen verloren zijn gegaan. Dat blijkt uit gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren bekend heeft gemaakt.

In 1990, 1991 en 1992 gingen er respectievelijk 207.000, 96.000 en 85.000 arbeidsdagen verloren als gevolg van stakingen. Volgens het CBS blijft de arbeidsonrust in Nederland ver achter bij de ontwikkeling in het buitenland. Afgezet tegen het totaal aantal werknemers is in 1992 vijftien promille van de werkdagen verloren gegaan aan stakingen. Alleen Luxemburg kent een lager cijfer, namelijk drie promille. In Groot-Brittannië ging 24 promille van de arbeidsdagen verloren; België en Duitsland kennen met respectievelijk 40 en 60 beduidend hoger promillages dan Nederland. In Griekenland (192), Italië (192) en Spanje (626) wordt naar verhouding veel meer gestaakt. Ook Ierland scoort met 223 promille aanmerkelijk hoger dan Nederland. Het CBS heeft nog geen cijfers beschikbaar over 1993.

In Nederland was het grootste conflict vorig jaar de staking bij de ambtenaren. Om de onderhandelingen over een nieuwe CAO te ondersteunen, reed het openbaar vervoer in diverse steden enkele dagen niet en liet de vuilnisophaaldienst het in enkele steden afweten. Veder werden drie weken lang werkonderbrekingen en stakingen door het CBS genoteerd in de metaal- en elektronische industrie.

De meeste stakingen vorig jaar werden gehouden om onderhandelingen over een nieuwe CAO te ondersteuenen. Van de bijna 21.000 stakers hebben er 19.665 om deze reden het werk neergelegd.