Altvioliste geeft sonate van Sjostakovitsj het air van vaag vaarwel

Concert: Philippe Hirshhorn, viool, Diemut Poppen, altviool, Dmitri Ferschtman, cello, Vassily Lobanov, piano. Programma: Dmitri Sjostakovitsj, Pianotrio's nr 1 op. 8 en nr 2 op. 67. Altviool sonate op. 147. Gehoord: 12/4, Concertgebouw, Amsterdam.

De fascinatie die uitgaat van het jeugdwerk van een groot kunstenaar wordt ruimschoots overtroffen door de hoge verwachting die we hebben van diens laatste statement. Wij willen graag dat zo iemand zijn leven eindigt in opperste wijsheid en zich op de drempel omdraait om ons in die wijsheid te laten delen. Beethoven nam in de finale van zijn Strijkkwartet op. 135 op een uiterst vitale en vrolijke manier afscheid van het leven. Tot op het laatst bleef hij tegendraads. Sjostakovitsj daarentegen boog zich in zijn Altvioolsonate over de drempel heen naar Beethoven en sprak met de vereerde dode een verstilde taal, ontleend aan diens Mondscheinsonate. In zijn muziek stierf Sjostakovitsj op een manier die wij van een groot kunstenaar verwachten: verheven en onthecht.

De Duitse altvioliste Diemut Poppen had gisteravond moeite om Sjostakovitsj tot op de drempel van zijn bestaan te volgen. Haar spel was correct en getuigde van een grote instrumentale gave, maar een persoonlijke getuigenis legde zij niet af. Voor een instrumentalist van haar formaat vormt het meer virtuoze Allegretto geen probleem, maar de trage noten van het laatste Adagio wist zij niet op een zinvolle manier met elkaar in verband te brengen. Pianist Vassily Lobanov deed wat hij kon maar in deze sonate is de altviool nu eenmaal de hoofdpersoon en zodoende klonken Sjostakovitsj's laatste woorden als een vaag vaarwel.

Indrukwekkend werd zijn Tweede pianotrio echter gespeeld, met in het Largo een verhoogde intensiteit en een steeds duidelijke richting in de trage melodielijnen. Hier had de gepassioneerde Lobanov een gelijkgestemde partner: samen met cellist Dmitri Ferschtman gaf hij gestalte aan de overweldigende emoties en de bijtende ironie in dit werk.

Violist Philippe Hirshhorn liet op deze avond niet het achterste van zijn tong zien, en maakte met zijn gespannen vibrato en zijn effectieve maar enigzins geroutineerde streektechniek een koele indruk. Ook in Sjostakovitsj's Eerste pianotrio, een zeer romantisch en Tsjaikofski-achtig jeugdwerk, ontstond geen echte eenheid tussen de terughoudende violist en de met intensiteit en overgave musicerende cellist en pianist.

Dat de vier musici van deze avond samen een vast ensemble vormen, is een wonderlijke schikking van het lot, het concertmanagement of persoonlijke sympathie, maar berust niet op gelijkgestemde gezindheid.