Werknemers steunen sanering Air France

PARIJS, 12 APRIL. Air France kan weer vooruit. Met een ruime meerderheid heeft het personeel het plan van directeur Christian Blanc geaccepteerd dat de zwaar verlies lijdende maatschappij op nieuwe leest moet schoeien. Het referendum was de laatste uitweg voor het bedrijf, nadat de vakbonden in meerderheid hun steun hadden onthouden aan de herstructurering.

Afwijzing van het plan had de staatsluchtvaartmaatschappij dicht bij het faillissement gebracht. Het verlies van vorig jaar (2,5 miljard gulden) en het totale tekort van 12 miljard gulden maakten een voortzetting van de exploitatie op de huidige voet onmogelijk. De Franse regering heeft bij aanneming van het plan-Blanc een kapitaalinjectie van 6,6 miljard gulden toegezegd, in de hoop dat de Europese Commissie daarmee akkoord gaat.

De uitslag is niet alleen gunstig voor het overleven van de maatschappij. Vooral de regering van premier Balladur heeft opgelucht adem gehaald. Zij werd geplaagd door een imago van zwakke knie en, nadat in oktober een felle staking van het Air France-personeel genoeg was om de vorige directeur en zijn reddingsplan te doen verdwijnen. Sinds die tijd leek Balladur voor iedere weerstand te wijken en nergens meer vernieuwingen te kunnen doorvoeren. Nu zeggen zijn medewerkers: kijk maar, de methode-Balladur werkt, overleg is de weg.

Christian Blanc, oud-directeur van de Parijse ondergrondse, heeft voorlopig het bijna-onmogelijke gepresteerd. Hij was in 1988 al de man die de onontwarbare politieke knoop in de Franse kolonie Nieuw-Caledonie wist te ontwarren. In oktober trof hij bij Air France een zwaar gepolariseerd bedrijf aan. Door series gesprekken met het 42.000 man sterke personeel en het in een uitgebreide enquete uitvoerig te laten meedenken, heeft hij kans gezien een analyse van een bijna-ramp op te stellen die gedragen wordt door een meerderheid van de werknemers.

Bij het referendum bracht 83,5 procent van de werknemers hun stem uit. Daar van zei 81,26 procent 'ja' tegen het plan-Blanc. Van het totale personeel is 68 procent er nu dus voorstander van dat in drie jaar 30 procent efficienter gewerkt gaat worden. Dat moet worden bereikt door onder meer: bevriezing van de lonen, verlenging van de werkweek tot 39 uur (men werkte 38 uur en werd betaald voor 39 uur), terugbrengen van de totale sterkte met 5000 man, grootscheepse rationalisatie van het gebruik van vliegtuigen en de bijbehorende werkschema's en een meer op de klant en de winst gerichte aanpak. De tijd van het vliegende Louvre is voorbij.

Voor de vakbonden is het referendum op het eerste gezicht een teken van zwakte. Zij hebben in oktober nog het hele vliegverkeer van en naar Frankrijk twee weken stilgelegd, maar in de aanloop naar dit plan geen rol van betekenis gespeeld. Zij durfden in meerderheid geen steun te geven aan het plan-Blanc. Daarmee gaven zij de directie de gelegenheid zich direct tot de werknemers te wenden.

Referenda hebben in het Franse arbeidsrecht geen status, maar in de praktijk kunnen de bonden de uitslag moeilijk ontkennen. Zij zullen nu over de uitwerking weer gewoon onderhandelen. Zij zitten dan tegenover een directie die versterkt uit de strijd is gekomen. De bonden claimen zelf dat zij de handen vrij hebben gehouden door zich niet aan het plan te binden.

Zoals de meeste vliegtuigmaatschappijen tracht Air France op korte termijn niet-essentiele onderdelen af te stoten. Deze maand wordt waarschijnlijk nog beslist naar wie de hotelgroep Meridien gaat, waar Air France een belang van 57 procent in heeft. Liefhebbers zijn de Britse Forte-groep en Accor, een grote Franse hotel- en reisketen (Sofitel). De Britten bieden meer geld, de Fransen beloven een oplossing waarbij de hotels in Franse handen blijven.

    • Marc Chavannes