Waarom België?

Yang, 1994/1-2. 140 blz.ƒ22. Postbus 245, B-9000 Gent

Waarom laat een Vlaams tijdschrift een met aardig wat fanfare gepresenteerd themanummer over België voorafgaan door vier niet-Belgische bijdragen, namelijk van de Amerikaan Donald Barthelme, de Rus Osip Mandelstam, de Oostenrijker Musil en de Engelsman Edmund Spenser? Vreemd, en nergens uitgelegd. Vijfenvijftig bladzijden over België, slechts voor een deel uit België. In een 'Woordenboek van Belgische gemeenplaatsen', bijeengeschreven door een reeks auteurs, stelt Koen Peeters onder 'Compromis': “Wonderlijke synergie, huwelijk van tegengestelde krachten, vereniging van water en vuur. Alchemie zelfs, de verandering van lood in goud, de schoonheid van het onmogelijke. Kortom, België.”

Jan Baetens moppert in 'België als smoes' over het verkapte kolonialisme dat Parijs aan de dag legt ten opzichte van franstalig België, zijn klachten ophangend aan de (strip)schrijver Benoît Peeters. Ook Paul Dirkx gaat in 'Presque ma France' in op de haperende Frans-Belgische betrekkingen. “Gezien vanuit Parijs was België (-) een stuk van de province, een aanhangsel, een oord van ennui en epigonisme.” Het citaat slaat op de negentiende eeuw, maar er lijkt sindsdien weinig veranderd.

De Nederlander Jaques Kruithof stelt vast dat België literair gezien geen hart heeft - de Vlamingen publiceren in Amsterdam, verstandige Walen in Parijs. Verder laat Yang de Duitser Georg Forster (1754-1794) aan het woord over België, in het bijzonder Antwerpen: 'Door de teloorgang van de handel zijn de mensen op betreurenswaardige wijze afgestompt. Zelfs uiterlijk heeft dit ras niets meer te bieden. (-) Leegte en karakterloosheid, die in het hertogdom Brabant toch al de overhand hebben, nemen hier een nog wansmakelijker vorm aan dan elders, en niet eens de afwisseling in de klederdracht kan de aandacht afleiden van deze ontaarding van de menselijke natuur.''

'Why Belgium', vroeg Renée Fox zich al af in 1978. In al de 55 Yangpagina's over België wordt nergens duidelijk waarom nu juist voor dit thema gekozen werd, en al helemaal niet wat er, behalve als risee van Europa, nu zo de moeite waard aan is voor deze tijdschriftredakteuren. “Nou goed, laten we dan ophouden over België en over dingen beginnen die er voor u meer op aankomen”, citeert men niet zomaar Konstantin Paustovski. Eén grote flater is dit Belgiënummer van Yang. Moest er soms subsidie losgepeuterd worden?