Vooral voor cocaïnehandel; Curaçao gewild trefpunt voor drugsdealers

DEN HAAG, 12 APRIL. Curaçao is een ontmoetingsplaats van Nederlandse, Surinaamse, Colombiaanse en Antilliaanse handelaren in verdovende middelen.

Dat hebben de ministers Hirsch Ballin (justitie) en Kooijmans (buitenlandse zaken) gisteren geschreven in een brief aan de Tweede Kamer. De bewindslieden informeren de Kamer in de brief over drugshandel en -produktie in het Caraïbisch gebied en Suriname.

Volgens minister Hirsch Ballin spelen de Nederlandse Antillen en Aruba in het Caraïbisch gebied “onmiskenbaar” een rol bij de doorvoer van cocaïne. De doorvoer is gedeeltelijk op Nederland gericht en deels op andere landen in de Caraïben en de Verenigde Staten. De directe luchtverbindingen tussen de Koninkrijksdelen en Nederland vormen nog steeds een belangrijke smokkelroute, aldus de bewindsman.

In 1993 werd bijna 400 kilo cocaïne, afkomstig uit de Nederlandse Antillen en Aruba, in beslag genomen. In Nederland werden 105 verdachten aangehouden die vanuit Curaçao cocaïne smokkelden. In 1992 waren dat er 43. Het merendeel van de smokkelaars werd op Schiphol aangehouden.

In Suriname werd vorig jaar 400 kilo cocaïne doorgevoerd, zo blijkt uit de brief van de minister. Analyses en inlichtingen van opsporingsdiensten in Europa, de Verenigde Staten en Colombia duiden er volgens Hirsch Ballin op dat de cocaïne-smokkel naar Europa op dit moment vrijwel geheel in handen is van criminele organisaties in Colombia. Het vervoer geschiedt deels per schip, en deels door de lucht via de verbinding Zanderij-Schiphol.

Hirsch Ballin schrijft verder dat er “op zichzelf veelsoortige aanwijzingen over betrokkenheid van de (voormalige) Surinaamse legerleiding bij de drugshandel en -produktie” zijn. Maar, zo voegt hij eraan toe, met aanwijzingen alleen kunnen de Nederlandse autoriteiten, noch die van Suriname erg veel uitrichten. De justitiële structuren in Suriname zijn daartoe bovendien slechts tot op beperkte hoogte in staat, aldus de minister.

Hirsch Ballin concludeert dat er de afgelopen jaren “daadwerkelijke progressie” is geboekt in de samenwerking tussen het Koninkrijk en Suriname. Op basis van het Raamverdrag met Suriname zijn veel activiteiten ontwikkeld die waren gericht op versterking van de rechtsstaat in dat land, schrijft Hirsch Ballin. Verder komen er ruimere mogelijkheden voor samenwerking bij opsporing en vervolging nu het Protocol bij de Overeenkomst bij uitlevering en rechtshulp in strafzaken dezer dagen ook in Suriname is geratificeerd.

Inmiddels is bij het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), het nieuwe overkoepelende politiekorps waarin alle speciale diensten zijn ondergebracht, een eenheid geformeerd die is belast met het vergaren en analyseren van alle bij de inlichtingendiensten bekende informatie over internationale criminaliteit in het Caraïbische gebied en Suriname. De Landelijk Officier van Justitie bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) draagt de verantwoordelijkheid voor deze eenheid.

Op de Nederlandse Antillen en Aruba zijn verschillende plannen in uitvoering om de drugscriminaliteit onder controle te brengen. Er is een politieteam opgericht dat de handel in verdovende middelen tussen Zuid-Amerika en Nederland onderzoekt. Verder is er een Drugs Control Program van de Verenigde Naties samengesteld, dat wordt gefinancierd uit Nederlandse fondsen. Dat programma richt zich op de zorg voor drugverslaafden op de Antillen en Aruba.