VN-generaal Rose: hang naar flirten met gevaar; Hoofdrolspeler in Bosnië vindt 'chaos niet rampzalig'

Guns 'n' Roses noemen vriend en vijand in Bosnië hem - naar de gelijknamige Amerikaanse rockgroep die daar populair is onder strijders van alle gezindten. Rozen en geweren is een toepasselijke bijnaam voor iemand wiens handelsmerk het principe van carrot and stick - beloning en straf - is. Wie niet met hem wil samenwerken, heeft een kwade aan de Britse luitenant-generaal Sir Michael Rose.

Sinds zijn aantreden op 24 januari van dit jaar als VN-commandant in Bosnië heeft zijn kordate optreden vooral successen opgeleverd, maar afgelopen zondag moest hij de NAVO inderhaast om luchtsteun vragen om te voorkomen dat de Serviërs Gorazde onder de voet zouden lopen.

Voor de BBC-radio wekte hij nog de indruk dat hij een ongehoorzame leerling een tik op de vingers had moeten geven. Hij had de Serviërs immers gewaarschuwd dat ze “passende maatregelen” konden verwachten als ze hun offensief zouden voortzetten. En overigens waren de bombardementen slechts een “beperkte tactische actie”, die we niet “al te dramatisch moeten voorstellen”, omdat alleen het “wijdere perspectief, namelijk dat van een vredesakkoord voor heel Bosnië er toe doet”, aldus Rose.

Zijn ernstige, precies geformuleerde volzinnen konden niet verhullen dat de 54-jarige gentleman-soldaat zich had laten verrassen door de Servische doorbraak bij Gorazde. In weerwil van alarmerende berichten van zijn eigen waarnemers ter plekke, hield Rose zijn blik gericht op de vredesonderhandelingen tussen moslims en Serviërs op het vliegveld van Sarajevo. Toen Servische tanks zondag opeens toch de buitenwijken van Gorazde bereikten, was het voor het eerst niet Rose die de gebeurtenissen in Bosnië naar zijn hand zette, maar andersom.

Hij zal er zich niet permanent van slag door laten brengen. Daarvoor is hij “geestelijk te robuust”, zegt een bevriende hoge militair. “Hij blijft adequaat functioneren onder de moeilijkste omstandigheden.” Zoals in de Falkland-oorlog van 1982, toen Rose commandant was van de Special Air Service (SAS), een Britse elite-eenheid die nu ook in Bosnië opereert. En tijdens de zenuwslopende gijzeling in 1981 van de Iraanse ambassade in Londen, die door SAS-eenheden onder bevel van Rose krachtdadig werd beëindigd.

'Gorazde' moet Rose vooral hebben duidelijk gemaakt dat hij het initiatief in Bosnië niet steeds aan zijn kant kan hebben. Onvoorspelbaarheid hoort nu eenmaal bij the fog of war. En Rose is niet bang om daarin te verdwalen. “Zijn geest beschouwt chaos niet noodzakelijk als rampzalig”, vertelde een andere vriend van hem kortgeleden tegen The Washington Post. “Want je kunt de chaos manipuleren om oplossingen te vinden.”

Welke oplossingen hem voor ogen staan, heeft Rose de afgelopen maanden getoond. De besluiteloosheid onder de vele acteurs op het internationale toneel is doorbroken sinds het NAVO-ultimatum aan de Bosnische Serviërs die Sarajevo omsingelden. Hulpkonvooien hoeven niet langer eindeloos te onderhandelen over hun doortocht sinds Rose een paar keer heeft gedreigd dat zij zich desnoods met pantserwagens een weg zouden banen. En als hij zijn superieuren bij de VN om luchtsteun vraagt, duurt het tegenwoordig nog maar een half uur voor hij het groene licht krijgt, in plaats van vier uur of langer. Zijn komst heeft een einde gemaakt aan het defaitisme bij de VN. Over terugtrekking van alle blauwhelmen is niets meer gehoord.

Zijn voorgangers die een voor een afgebrand het veld hebben moeten ruimen, schichtten in hun gepantserde Renault 25 door Sarajevo. Rose gaat te voet, vertoont zich overal en spreekt met iedereen. Hoe zelfverzekerd hij zich voelt, bleek toen hij vorige maand een voetbalwedstrijd organiseerde in het stadion van Sarajevo. Op een paar honderd meter van de Servische linies zat Rose ontspannen op de tribune, omringd door hoge VN-vertegenwoordigers en militairen, en - belangrijker - met ruim tienduizend burgers. Het muziekkorps van de Coldstream Guards dat Rose voor deze gelegenheid uit Londen had ingevlogen, marcheerde voor de wedstrijd onder hun beremutsen over het veld, In the Mood blazend.

Wat had een mortiergranaat daar niet kunnen aanrichten! Maar anders dan op de markt van Sarajevo, een kleine twee maanden eerder, viel er ditmaal geen granaat. Want Rose confronteerde de Serviërs met een onoplosbaar dilemma: een prachtige gelegenheid om slachtoffers te maken, gekoppeld aan een publicitaire zelfmoord. “Grote leiders flirten met het gevaar”, zegt zijn vriend Mike Dewar, onderdirecteur van het International Institute for Strategic Studies (IISS), een invloedrijke denktank in Londen. “Rose maakt de inzet zo hoog dat hij de tegenpartij overbluft.”

Het VN-elftal verloor met 0-4 van FC Sarajevo, maar voor Rose was het een dubbele overwinning. Want tevens demonstreerde hij de bevolking hoezeer het hem ernst is met het herstel van het openbare leven. In Sarajevo rijdt vandaag weer een tram, wordt huisvuil opgehaald en kan men weer een bekeuring krijgen voor een verkeersovertreding.

“Rose heeft onmiskenbaar een nieuwe stijl geïntroduceerd”, zegt Leo Gordenker, emeritus hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Princeton in de Verenigde Staten en specialist op het gebied van vredesoperaties. “Door zijn ervaring bij de special forces is hij - anders dan infanteristen - zeer flexibel en durft hij initiatieven te nemen. Hij tracht de grenzen van peace keeping te verleggen, terwijl hij geweld door VN-troepen of het dreigen daarmee tot een minimum beperk houdt.”

Ook Mike Dewar van het IISS gelooft dat de persoonlijkheid van Rose de beslissende factor is. En bovendien is hij een Brit. Dewar: “Zijn voorganger, de Belgische generaal Briquemont, kwam uit een land zonder internationale ervaring. Groot-Brittannië heeft de afgelopen honderd jaar allerlei gecompliceerde problemen bij de hand gehad in Kenia, Cyprus, Rhodesië, Noord-Ierland, noem maar op. Dat heeft ons flair gegeven.”

Michael Rose, geboren op 5 januari 1940, studeerde filosofie, politieke wetenschappen en economie in Oxford en daarna een half jaar aan de Sorbonne in Parijs - niet de meest gebruikelijke opleiding voor iemand die vastbesloten is beroepsmilitair te worden. In 1964 trad hij toe tot de Coldstream Guards, met wie hij tot 1966 in Aden verbleef. In dat jaar gaf hij zich op voor de SAS met wie hij na de tweejarige opleiding - waarbij traditioneel zo'n negentig procent van de kandidaten alsnog afvalt - onder meer diende in Oman, Maleisië en Noord-Ierland.

De schokgolf die ontstond nadat de SAS in mei 1988 in Gibraltar drie ongewapende IRA-leden had gedood, heeft SAS-bevelhebber Rose nooit bereikt. Hij heeft altijd ontkend dat zijn eenheid tegenover de IRA een shoot-to-kill-beleid voerde. De betrokken SAS-leden werd na een enquête “in het landsbelang” immuniteit verleend.

Terwijl de bulk van het Britse leger zich oefende om de Russen te verslaan, is Rose zijn hele leven ingezet bij schimmige conflicten met een etnische, religieuze of nationalistische achtergrond aan een van de rafelranden van het oude Empire. De SAS moest die vanuit een numeriek zwakkere positie altijd helpen oplossen met list, bedrog en dirty tricks, in plaats van frontale charges met gevelde bajonet. Een Gordiaanse knoop als de Joegoslavische crisis, die Europa na de Koude Oorlog onwennig met de ogen doet knipperen, is voor iemand als Rose altijd de norm geweest.

Rose behoort daarmee tot de 'school' van de Britse generaal Sir Frank Kitson die het werk van peace keepers vergelijkt met de strijd tegen guerrilla- en terreurbewegingen, waarbij eveneens heimelijk inlichtingen worden verzameld en met gebonden handen gevochten moet worden. Rose die een militaire generatie later Kitson opvolgde in een aantal van diens functies, heeft tegen de stroom in altijd betoogd dat het Britse leger steeds vaker te maken zal krijgen met dat type operaties.

Zijn onafhankelijkheid heeft hem behalve faam, een ridderschap en een salad bar aan onderscheidingen op de linkerhelft van zijn uniform ook nogal eens scheve ogen opgeleverd binnen het Britse leger, omdat zijn werkwijze als eigengereid werd beschouwd. Tijdens de Falkland-oorlog zocht hij buiten de gepaste kanalen om via zijn satelliettelefoon direct contact met premier Thatcher - die sinds de gijzeling in de Iraanse ambassade een zwak voor hem had - en vroeg haar of zij de legertop tot spoed wilden aanzetten bij de herovering van de door Argentinië bezette eilanden, omdat het tij zich anders wel eens tegen de Britten kon keren.

Die herovering slaagde deels zo snel dankzij de operaties van de SAS achter de linies en een door Rose beraamde en uitgevoerde campagne van psychologische destabilisatie. Door dagelijks in te breken op het radionet van de eilanden bracht hij de Argentijnen ertoe om onderhandelingen te beginnen, in plaats van een beslissende slag te leveren om Port Stanley, zoals hun opdracht vanuit Buenos Aires luidde.

Eer daarvoor kreeg hij slechts in kleine kring. Het is dan ook moeilijk om niet een licht zurige toon te horen in zijn persoonlijke, in beperkte oplage gepubliceerde verslag van de SAS-operaties op de Falklands: “Twee maanden voor de invasie van de Falkland-eilanden had het hoofdkwartier ons nog op superieure toon te verstaan gegeven dat er geen scenario denkbaar was waarin de inzet van de SAS op de Falkland-eilanden nodig was.”

Velen geloven dat de eigenschappen die hem kwalificeerden voor de SAS - psychologisch inzicht, onafhankelijkheid, creativiteit en het vermogen om in weerwil van stress en uitputting te blijven functioneren - ook in Bosnië vrucht zullen afwerpen. Een hoge officier aan de stafschool van de Britse krijgsmacht in Camberley, die Rose een jaar geleid heeft, zegt: “Hij is geknipt om de Bosnische partijen duidelijk te maken dat de voordelen van de vrede zwaarder wegen dan het voortzetten van de strijd.”

    • Hans Steketee