'Tulp leent zich voor knallende kleurcombinaties'

Vorige week is de manifestatie 'Tulpomania' in musea verspreid over het hele land begonnen. De uit Turkije geïmporteerde bloembol werd 400 jaar geleden voor het eerst met succes op Nederlandse grond gekweekt en tot bloei gebracht.

Geer Pouls: 'Tulpomanie 1994'. T/m 8 mei in galerie De Schone Kunsten, Zocherstraat 1 Haarlem, di-vr 13-17u., za 7 en zo 8 mei 13-17u. 'Het jaar van de tulp', t/m 7 mei in bloemenwinkel Brutto Gusto, Nwe Binnenweg 162 Rotterdam, di-vr 11-18u, za 11-15u. Verder tentoonstellingen in onder meer museum Boymans-van Beuningen Rotterdam, het Frans Halsmuseum in Haarlem en museum Amstelkring in Amsterdam.

HAARLEM, 12 APRIL. De bloemist en beeldend kunstenaar Geer Pouls, die zichzelf 'tulpomaan' noemt, scharrelt in een bont bebloemd overhemd rond op zijn Haarlemse expositie met het thema 'tulpomanie'. In galerie De Schone Kunsten heeft hij een kitscherig dressoir neergezet waarop tussen oubollige oranje en bruine vazen losse tulpen met bol en al zijn neergelegd. De paarsige parkiettulpen met geschulpte bladranden zijn al wat aan het verwelken, maar dat vindt Pouls (Venlo, 1952) juist mooi.

“Ik vind een uitgebloeide bloem, met alleen nog wat stampers op de steel, net zo'n plezier voor het oog als een bloeiende. Het wordt gaandeweg een vanitas-beeld. Bovendien is het prettig de bloem niet altijd ingesnoerd in een vaas te zien staan, maar hem zijn natuurlijke gang te laten gaan. De vaas is de beul van de bloem, die hongerige mond die almaar verse slachtoffers verlangt.”

Pouls is sinds vijf jaar eigenaar van de bloemenwinkel Brutto Gusto in Rotterdam, waar hij boeketten maakt, geïnspireerd op zeventiende-eeuwse bloemstillevens. De tulp, die eind zestiende eeuw uit Turkije naar ons land werd geïmporteerd en hier werd doorgekweekt, komt daarin vaak voor. De bloem werd een rage, de zogenoemde tulpomanie, die tenslotte uitmondde in een windhandel die vele speculanten -waaronder een schilder als Jan van Goyen- bankroet maakte.

Pouls, die nu in zijn winkel een expositie heeft gewijd aan de tulp met onder meer werk van Erik Andriesse, Guido Geelen, Teun Hocks en Hendrik Valk, kan die passie voor de tulp wel begrijpen. “De tulp is een onvoorspelbare bloem, elke afzonderlijke bol heeft zijn eigen kleurnuance en eventuele strepen of vlekken. Een kweker kan dus nooit precies bepalen wat de bol zal voortbrengen. De tulp barst in korte tijd open in een bijna agressieve bloei -de kelken lijken wel opengesperde kelen- en de steel gaat grillig kronkelen; daar heb je zelfs als bloemschikker niets over te zeggen. Het is een zeer eigenzinnige soort waarvan honderden mutaties bestaan in de meest onwaarschijnlijke kleuren en vormen.”

Pouls' belangstelling gaat vooral uit naar de barokke soorten, zoals de Estella Rijnbende die hij in zijn Haarlemse installatie gebruikt. “Zij is om zo te zeggen het eerste voorbeeld van genetische manipulatie: ze is rond 1700 ontstaan uit een tulp met een virusziekte en vervolgens doorgekweekt tot deze variant.”

Pouls volgde op de middelbare tuinbouwschool de richting bloemschikken en binden, ging vervolgens bij een Berlijnse bloemist in de leer ging en liet zich in Japan scholen in de Ikebana, een esthetische vorm van bloemschikken waarin met minimale middelen, een enkele tak en wat bloemen, een bloemstuk wordt gemaakt. “Japanners kijken veel meer naar wat elke bloem nodig heeft, naar de ruimte die zijn vorm en kleur opeisen om tot hun recht te komen. Maar de Ikebana is me soms tè esthetisch, te bedacht.”

Hij ziet niet veel verschil tussen zijn bloemschikken en kunst maken. “Ik ben autodidact en maakte in het begin uitsluitend foto's van bloemen. Hier in Haarlem zie je daar voorbeelden van: ik zeefdruk kleurenfoto's op keramieken wandborden, of ik lijst een foto van bijvoorbeeld een netje bollen in met een gebloemd passepartout. De laatste tijd werk ik het liefst met levende bloemen, in installatievorm. In mijn winkeletalage leg ik de bloemen ook vaak náást de vaas neer, waardoor mijn buren me 'die viezerik met die dooie bloemen in de etalage' noemen.”

Ook zijn boeketten beschouwt Pouls als kunst, al kan het hem niet veel schelen of zijn kopers dat ook zo zien. “Elk boeket is een unicum en heeft een persoonlijk handschrift, tenminste, wel zoals ik ze maak. Als je bloemen in een vaas zet, maak je een soort driedimensionaal beeld, en tegelijk rangschik je hun kleuren zoals een schilder dat ook doet.” Pouls ziet er geen been in om roze en oranje in een boeket te combineren, iets wat zijn collega-bloemisten met afgrijzen gadeslaan: “In Nederland mag je alleen ton sur ton boeketten samenstellen, luidt de regel. Maar alleen al de knallende kleurencombinaties van de verschillende tulpesoorten geven aan dat de natuur zo niet in elkaar zit.”

    • Renée Steenbergen