Premier Algerije liep president voor de voeten

Zoals gebruikelijk in het autoritair geregeerde Algerije werd er van overheidswege gisteren geen enkele reden of verklaring gegeven voor het aftreden van de regering van premier Redha Malek, die in augustus was aangesteld. Sinds zijn onafhankelijkheid wordt Algerije immers bestuurd alsof het een geheim genootschap is. Maar ingewijden verwachtten al enige tijd dat Malek het veld zou moeten ruimen, omdat hij zich in zijn publieke uitlatingen te zeer begon te verzetten tegen de politieke koers van president Liamine Zeroual.

“Redha Malek”, aldus een voormalige hoge functionaris, “was door zijn lidmaatschap van de Hoge Staatsraad (het collectieve presidentschap dat op 31 januari aftrad) wat al te overtuigd geraakt van zijn eigen importantie en zijn eigen gelijk. Door zich te verbinden met één factie binnen het leger bereidde hij zijn val voor. Hij vergat dat een premier in Algerije buitengewoon weinig macht heeft, omdat al zijn macht is afgeleid van degenen die hem benoemden: de generaals van het leger. Hij heeft nog geluk gehad. Want toen president Boudiaf zich verbeeldde dat hij zelf de politiek van het land kon bepalen, werd hij vermoord door degenen die hem hadden aangesteld.”

Diezelfde generaals stelden niet voor niets vorige zomer hun reeds gepensioneerde oud-collega Liamine Zeroual aan als minister van defensie en vervolgens eind januari als president. Hij kreeg als opdracht mee om koste wat het kost de rust in het land te herstellen, omdat het merendeel van de generaals tot de conclusie was gekomen dat zij niet uitsluitend met geweld de opstand van de moslim-radicalen konden neerslaan.

Sinds enkele maanden volgt Zeroual dan ook een dubbele koers. Enerzijds probeert hij met de leiders van het FIS, waarin de moslim-extremisten zich politiek gebundeld hebben, een 'dialoog' te beginnen, teneinde alsnog tot de machtsdeling tussen leger en FIS te komen waarnaar de afgezette president Chadli Benjedid reeds streefde. Anderzijds bestrijden zijn ondergeschikten de moslim-extremisten met een veel hardere contra-terreur, teneinde de leiders van het FIS ervan te overtuigen dat het ook in hùn belang is tot een politieke regeling te komen. Die dubbele koers is de consequentie van de onderlinge tegenstellingen binnen de top van de strijdkrachten, die de facto steeds meer uiteenvallen in elkaar bestrijdende clans.

Die toch al gecompliceerde constellatie binnen de strijdkrachten werd nòg gecompliceerder toen Redha Malek zich steeds openlijker uitsprak voor de harde, compromisloze koers tegen het FIS en zijn bondgenoten. Nog maar zeer onlangs maakte hij de Strijders voor God uit voor “barbaren”, “verraders” en “anti-nationalen” - waarmee hij de tegenstanders van de 'dialoog' een hart onder de riem stak, maar de taak van president Zeroual bepaald niet verlichtte.

Te laat realiseerde Malek zich dat hij te ver was gegaan. Hij probeerde midden vorige maand nog zijn vergissing goed te maken met een communiqué waarin hij duidelijk maakte dat er - in strijd met wat de media schreven - geen sprake was van politieke tegenstellingen tussen de president en hemzelf, maar in tegendeel van “een constante en perfecte samenwerking wat betreft de concepties en acties”. Maar het mocht niet helpen.

De nieuwe premier, Mokdad Sifi, is een hard werkende technocraat en zeker geen man met eigen politieke ideeën, zoals zijn voorganger. Volgens functionarissen die met hem hebben samengewerkt is hij “iemand zonder geur of kleur”. Hij is dus zeker geen figuur die de president voor de voeten zal lopen bij diens wanhopige pogingen om tot een 'dialoog' met de moslim-extremisten te komen. Zijn aantreden betekent echter geenszins dat die 'dialoog' de door de generaals verwachte oplossing zal brengen. De laatste maanden wordt namelijk steeds duidelijker dat niet alleen de machthebbers van Algerije in een onderlinge patstelling zijn geraakt, maar ook de leiders van de moslim-extremisten.

Dat komt doordat de 'historische' politieke leiders van het FIS door hun gevangenschap inmiddels zelf alweer geschiedenis zijn geworden. Zij bepalen niet langer de gang van zaken. Die wordt nu aan moslim-extremistische kant bepaald door de leiders van de gewapende islamitische groepen, die elkaar weer onderling beconcurreren en dus elkaar van tijd tot tijd zelfs aan de overheid verraden. Zij hebben geen boodschap aan hetgeen de politieke leiders van het FIS hun vanuit de gevangenis in Blida proberen voor te schrijven. Voor hen betekent 'dialoog' dat er concessies moeten worden gedaan. En dat willen zij niet omdat zij tot de overwinning of de dood toe willen strijden.

Beide strijdende kampen in Algerije - het leger plus de Westers opgeleiden en gezinden tegen de moslim-extremisten - zijn nu onderling zó verdeeld dat zij meer tijd lijken te besteden aan hun rivaliteit dan aan de toekomst van hun het land.