Overproduktie aan aluminium: in 25 havens ligt 4,5 miljoen ton

De aluminium-industrie beleeft de ernstigste crisis sinds decennia. Door overcapaciteit liggen kilometers kaden in de haven van Rotterdam bezaaid met zogeheten 'broodjes'. Boosdoeners zijn de dumpende voormalige Sovjet-staten.

In februari kwam de Amerikaanse krant The Wall Street Journal met een opmerkelijk bericht. Een aantal belangrijke Europese aluminium-producenten zou boven de haven van Rotterdam verkenningsvluchten hebben laten uitvoeren om een antwoord te kijgen op de vraag hoeveel aluminium er ligt opgeslagen. In de aluminiumwereld wordt met ongeloof en schouderophalend gereageerd op de spy-missions. Want wie de moeite neemt de haven binnen te varen kan met eigen ogen constateren dat zich in Rotterdam inmiddels de grootste voorraad aluminium ter wereld heeft gevormd. De nog dagelijks aanzwellende voorraad is zelfs nog groter dan met het blote oog kan worden waargenomen. Een gedeelte van het aluminium is afgedekt met zeil of ligt opgeslagen in vemen of depots. Volgens de London Metal Exchange, waar sinds 1978 de handel rond primair aluminium met een zuiverheidsgraad van 97,7 procent is geconcentreerd, bevindt zich thans 1,3 miljoen ton aluminium in Rotterdam. Andere handelaren gaan uit van hogere cijfers en schatten de voorraad in Rotterdam op 1,5 miljoen ton.

Over één zaak zijn alle betrokkenen het echter wèl roerend eens. Een groot gedeelte van het overschot aan aluminium dat in Rotterdam en andere havens in de wereld ligt opgeslagen is afkomstig uit smelterijen in Rusland. De sterke vermindering van de wapenproduktie, maar ook het instorten van de bouwmarkt in eigen land, hebben er toe geleid dat Rusland zijn aluminiumexport tussen 1990 en 1994 heeft opgevoerd van 300.000 tot 1,5 miljoen ton per jaar. Voorraden die nog eens bovenop het enorme bestaande westerse overschot van 4,5 miljoen ton zijn gekomen. Het heeft de aluminium-producenten opgescheept met een schier onoplosbaar probleem waar zelfs de jaarlijks toenemende vraag naar aluminium in de wereld weinig aan heeft kunnen verhelpen.

Het wereldverbruik van aluminium in de westerse wereld is vorig jaar gestegen met 0,8 procent tot 15,4 miljoen ton per jaar. Het oostblok (Rusland, China en het voormalige Oost-Europa) verbruikte ongeveer 3 miljoen ton aluminium. Primair aluminium wordt vooral gebruikt in high-techindustrieën als de lucht- en ruimtevaart, maar ook in de constructiebouw, verpakkings-, voedingsmiddelen- en drankenindustrie.

Ook de autoindustrie is een grootverbruiker van aluminium. De hoeveelheid aluminium die tegenwoordig is verwerkt in de produktie van een moderne auto is sinds eind jaren zeventig verdubbeld van 32 tot ongeveer 68 kilo. Dit laatste getal zal, volgens de meest conservatieve schatting, tegen 2010 weer zijn verdubbeld. In de Verenigde Staten wordt het toenemende gebruik van het lichte aluminium in auto's grotendeels bepaald door de discussie dat personenwagens zo energiezuinig mogelijk dienen te zijn - lichtere auto's verbruiken minder brandstof. In Europa is aluminium vooral populair door de grote mogelijkheden die het metaal biedt op het gebied van recycling.

Tegenover het wereldverbruik van 18,4 miljoen ton aluminium stond vorig jaar een produktie van 19,4 miljoen ton. Als gevolg van dit overschot van een miljoen ton zijn de prijzen verder gedaald: sinds 1990 zijn ze bijna gehalveerd. Westerse producenten achten een produktievermindering van minimaal 10 procent nodig om weer een redelijk prijsniveau te halen. Op de Londense Metaalbeurs, die in 1860 in het leven werd geroepen voor de handel in nikkel uit Chili en tin uit Maleisië, werd aluminium medio 1990 nog verhandeld voor 2100 dollar per ton. Thans schommelt de prijs rond de 1300 dollar.

“Pas bij een bedrag van 1600 à 1700 dollar kun je als handelaar redelijk zaken doen”, zegt Barry Marshall, medewerker van het in raambekleding (Luxaflex) gespecialiseerde Hunter Douglas, dat als bedrijf niet alleen aluminium als grondstof voor zijn produkten gebruikt, maar zelf ook participeert in verschillende smelterijen. Marshall is zijn loopbaan begonnen bij de London Metal Exchange (LME), waar jaarlijks 220 miljoen ton aan verschillende metalen wordt verhandeld.

De aluminium-voorraden van de LME stapelen zich door de overcapaciteit jaarlijks verder op. Westerse producenten beklagen zich vooral over Rusland, dat in de jacht naar harde valuta alleen al vorig jaar 1,5 miljoen ton overtollig aluminium op de wereldmarkt heeft gedumpt. De dumpingpraktijken van de voormalige Sovjet-Unie vormden afgelopen januari het belangrijkste punt op een bijeenkomst in Brussel waar de belangrijkste aluminium-producenten uit de Europese Unie, de Verenigde Staten, Noorwegen, Canada en Australië naar een oplossing voor de gerezen problemen zochten. Die leek zelfs even nabij toen Rusland vrijwillig aanbood zijn produktie met 500.000 ton te beperken mits aan enkele belangrijke voorwaarden zou worden voldaan. Rusland eiste compensatie voor eventuele produktiebeperkingen en vooral financiële hulp om de eigen smelterijen te moderniseren, waardoor meer aluminium in eigen land voor civiele doeleinden verwerkt zou kunnen worden. De deelnemers aan het Brusselse beraad verenigden zich op een zogeheten memorandum of understanding, waarbij Rusland zich schoorvoetend conformeerde om 500.000 ton produktie in te leveren op een jaarlijkse totale produktiebeperking wereldwijd van 10 procent. Hetgeen bij de huidige produktiecapaciteit ruim 1,8 miljoen ton zou betekenen.

Wat er verder in het memorandum stond bleef geheim. Terwijl de vertegenwoordiger van de Europese Unie J. Keck al het einde aankondigde van de onevenwichtigheid tussen vraag- en aanbod op de aluminiummarkt bleek het memorandum in de praktijk neer te komen op een vaag geformuleerde verklaring waar niemand op de markt goed raad mee wist. Analisten becijferen dat ondanks de in Brussel gemaakte afspraken de wereldvoorraad op dit moment toch weer toeneemt met een half miljoen ton per jaar. Hetgeen weer tot uiting komt in de prijzen op de London Metal Exchange, waar eind vorig jaar een prijs van net 1200 dollar voor een ton aluminium werd betaald, de laagste prijs sinds acht jaar.

De Europese Unie anticipeerde vorig jaar al op de ontwikkelingen door een importbeperking van 180.000 ton Russisch aluminium voor de eigen markt af te kondigen. Op de prijzen had dat nauwelijks effect want het Russische aluminium dat Europa niet binnenkwam, werd elders op de (wereld)markt gedumpt. Met als gevolg dat de Verenigde Staten, de grootste aluminiumproducent ter wereld, Rusland dreigde met anti-dumpingprocedures als de onderhandelingen in Brussel geen resultaat zouden opleveren.

Inmiddels heeft de overproduktie van primair aluminium een spoor van vernieling tot gevolg gehad. In tal van landen zijn smelterijen gesloten en duizenden werknemers ontslagen. Van de aluminiumproducenten die het hoofd boven water hebben weten te houden, lijdt 85 procvent verlies, is de opvatting van deskundigen. Zuid-Afrika is het enige land waar nog wordt geïnvesteerd in een nieuwe smelterij. Het hardst wordt de pijn echter gevoeld in Europa waar de produktiekosten het hoogst zijn.

Tegen deze achtergrond is de aluminiumwereld nieuwsgierig naar de overschotten die almaar toenemen. Hans van der Ros van Hoogovens Aluminium meent dat een normaal voorraadniveau voor 50 dagen 2,5 miljoen ton zou moeten bedragen. De gemiddelde wereldvoorraad voor 50 dagen omvat nu zo'n 4,5 miljoen ton, zo schat hij. “De juiste hoeveelheden zijn moeilijk in te schatten. Want aluminium ligt in wel 25 grote havens opgeslagen”, zegt Barry Marshal.

“Toch zijn wij bij Hoogovens wel nieuwsgierig hoeveel aluminium zich bijvoorbeeld precies in Rotterdam bevindt”, zegt Van der Ros. “Het toenemen of afnemen van de voorraad geeft op zijn minst een beetje een indicatie hoe de markt zich beweegt.” Hoogovens gebruikt op jaarbasis voor zijn wals- en extrusieprodukten 266.000 ton aluminium. De smelterijen van Hoogovens in Delfzijl, Voerde (Duitsland) en Aluminerie Alouette (Quebec/Canada) hebben een capaciteit van 217.000 ton. Hoogovens heeft het afgelopen jaar slechts 200.000 ton geproduceerd in het kader van de produktiebeperking die in de Europese Unie overeen is gekomen.

Aluminium uit de koudwalserij van Hoogovens wordt onder andere verwerkt door de auto-, grafische- en verpakkingsindustrie. Belangrijke toepassingssectoren zijn onder andere warmtewisselaars, folie, bouwelementen, huishoudelijke artikelen, drankenblikjes en lithoplaten. Op het vlak van deze zgn. extrusieprodukten behoort Hoogovens Aluminium tot de belangrijkste producenten van Europa. Profielen en staven worden voornamelijk afgezet in de bouwsector. Ze worden ook gebruikt bij de produktie van auto's, treinen, vliegtuigen en de machinebouw.

De aluminium-produktie heeft Hoogovens (aluminiumomzet vorig jaar 1,9 miljard gulden) zwaar in de rode cijfers gedrukt. In 1993 werd door het IJmuidense concern, dat voor ongeveer 30 procent van zijn omzet afhankelijk is van aluminium, op de aluminiumproduktie een verlies van 265 miljoen geleden tegen 162 miljoen het jaar daarvoor. Dat het totale verlies van Hoogovens vorig jaar 'slechts' 234 miljoen bedroeg, kwam door een opleving in de staalsector. Door prijsverhogingen en afspraken over produktiebesperking op Europees niveau was bij staal voor het eerst sinds jaren weer een lichte verbetering te bespeuren.

Hetzelfde scenario dat in de staalindustrie tot een iets beter toekomstperspectief heeft geleid wil de Europese Unie ook, en dan wereldwijd, toepassen voor de aluminiumindustrie. Sinds 1 november bedraagt de totale produktiebeperking volgens de Europese Unie 1,2 miljoen ton extra wereldwijd, rekening houdend met een Russische beperking van vooralsnog 300.000 ton. Om binnen anderhalf jaar de bestaande voorraden daadwerkelijk af te kunnen bouwen en daarmee tot enigszins normale marktverhoudingen te komen is volgens Brussel een produktiebeperking nodig van 1,5 à 2 miljoen ton. De aluminium-wereld heeft er een hard hoofd in. Barry Marshall: “Als de prijs van aluminium al omhoog gaat, dan zal het toch nog jaren duren voordat er weer een aanvaardbaar prijsniveau is bereikt.” Tot zo lang zullen 'broodjes' aluminium op de kaden van de Rotterdamse haven een vertrouwd gezicht blijven.

    • Marc Serné