Oude muziek

De polemiek tussen drs. A.H. Idema en Wenneke Savenije (24/26 maart, 2 april) laat zien hoe arrogant de aanhang van de 'authentieke uitvoeringspraktijk' is. Nadat veel muziek alleen nog door 'specialisten' mag worden vertolkt, wil Idema vervolgens de critici monddood maken. Zij moeten 'het klankkarakter van barokorkesten accepteren als kader voor hun kritiek'.

Dit klankkarakter verkeert echter al dertig jaar in een experimentele fase. In authentieke kring wordt gepleit voor cd's die zichzelf na enkele jaren vernietigen, omdat authentieke opnamen van twintig jaar geleden nog slechts hilariteit oproepen! Bovendien staan veel puristen nu voor moderne orkesten. Moet de criticus zijn “kader voor kritiek” ook elk jaar bijstellen?

Elly Salomé schreef dat de grotere risico's die authentieke blazers lopen horen tot het 'klassieke klankbeeld' (NRC 24-4-92). In zo'n belachelijke siuatie mag niet over alternatieven (lees: volwaardige orkesten) worden gesproken? Het is de taak van de criticus steeds te wijzen op de dwaalsporen van de 'authentici'. Savenije constateerde terecht een gebrek aan cantabile. Zonder cantabile is muziek ondenkbaar, maar de puristen willen of kunnen het niet realiseren, onder andere door inferieure instrumenten. Idema 'bewijst' zijn stelling: 'ontwikkeling is nog geen vooruitgang' met de violen van Stradivarius, die omstreeks 1730 al perfect waren. Maar de viool is een uitzondering. Idema zwijgt over miserabele barokke blaasinstrumenten en fortepiano's. Zogenaamd authentieke strijkers vernietigen overigens met hun kortademige speelwijze de klankschoonheid van zelfs de mooiste Stradivarius.

De belangrijkste reden voor het (commerciële) succes van de oude muziek is de muziek zelf. Die is namelijk hiet kapot te krijgen, zelfs niet op oude instrumenten.

    • Drs. Eric Schoones