Nintendo verdient meer dan IBM

Game Over. Door David Sheff. Uitgeverij Random House. ISBN 0-679-40469-4. Prijs: 25 dollar.

Het boekomslag toont een jongetje dat geobsedeerd achter zijn spelcomputer zit. Verhit geconcentreerd probeert het Prinses Paddestoel te redden uit de klauwen van de draak Bowser uit het Champignonnenrijk. Ongetwijfeld lijdt ook dit ventje aan de gevreesde Nintendinitis, een pijnlijke ontsteking van de duimpees, veroorzaakt door veelvuldige bediening van de joystick. Er zijn miljoenen van die slachtoffertjes over de hele wereld. En elk jaar komen er nog eens miljoenen bij.

De grote boosdoener is het Japanse bedrijf Nintendo, dat Toyota is voorbijgestreefd als Japans meest winstgevende onderneming. De revenuen per werknemer (1,5 miljoen dollar) zijn groter dan van enige andere Japans bedrijf, de verzekeringsindustrie en de financiële wereld uitgezonderd. Nintendo maakt meer winst dan Microsoft, IBM en Apple of alle filmstudio's uit Hollywood samen. Het spelletje 'Super Mario Bros 3' bracht bijna evenveel geld op als Steven Spielberg's blockbuster 'ET', het grootste kassasucces uit de filmgeschiedenis. Dan zijn er ook nog eens tal van softwarebedrijven die van Nintendo's populariteit profiteren doordat ze spelletjes voor de spelcomputers van de Japanse marktleider ontwikkelen: hun opbrengsten worden geschat op maar liefst 7 miljard dollar.

Anders dan de titel van het boek van de voormalige Rolling Stone- en Playboy-journalist David Sheff suggereert is het spel nog lang niet afgelopen. Wel wordt de concurrentie steeds heviger. Opvallend is dat Sheff slechts een hoofdstuk wijdt aan de hi-tech titanenstrijd tussen Nintendo en Sega. Deze laatste onderneming kon drie jaar nog niet eens in de schaduw staan van Nintendo, maar is inmiddels dank zij een technisch geavanceerde spelcomputer aan een snelle opmars begonnen. Nintendo blijft met een marktaandeel van ongeveer zeventig procent voorlopig marktleider en Sheff concentreert zich dan ook grotendeels op de handel en wandel van het Japanse bedrijf. 'Game Over' is overigens niet het eerste boek over Nintendo.

Fascinerend zijn met name de hoofdstukken over de beginjaren van het honderd jaar oude Nintendo, een voormalige fabrikant van speelkaarten. Directeur Hiroshi Yamauchi vond dat zijn onderneming meer potentie had. Het bedrijf ging instant-rijst verkopen en exploiteerde zowel 'liefdehotels' als een taxibedrijf. Na nog een reeks van mislukkingen realiseerde Yamauchi zich dat hij te hoog had gemikt en Nintendo zich beter kon specialiseren. In de jaren zestig ging Nintendo videospellen voor speelhallen maken. En van het een kwam het ander. Binnen de kortste keren had het bedrijf de markt voor computerspelletjes in handen.

Jarenlang wist Nintendo de concurrentie van zich af te schudden. Dat lukte zowel met Atari als met NEC, de Japanse computergigant die in 1987 de stap naar de spelletjesmarkt waagde. Het bedrijf had alles mee: het kon goedkope chips krijgen en ontwikkelde een spelcomputer die heel wat meer kon dan de spelers van Nintendo, maar de software sprak niet tot de verbeelding van de Japanse jeugd. Sega maakte die fout niet: met een sensationele machine en supersonische spelletjes wist dit bedrijf te appelleren aan jongeren die al enigszins op Nintendo waren uitgekeken. Bovendien nam Sega Nintendo's marketingstrategie over; via een breed scala aan reclame- en sponsoractiviteiten wordt de doelgroep overrompeld.

Nintendo of America wist zijn hegemonie evenwel te behouden, naar later bleek door oneerlijke handelspraktijken. Detailhandelaren die Nintendo-hardware verkochten mochten niet van een door het bedrijf vastgestelde prijs afwijken. Dissidente winkeliers werden hard aangepakt; niet zelden werd de levering van nieuwe spelers opzettelijk vertraagd. Lang heeft deze situatie echter niet geduurd: de Federal Trade Commission vond dat Nintendo in strijd met de anti-kartelwet had gehandeld en veroordeelde het bedrijf tot het uitdelen van kortingscoupons. Ook het licentiebeleid bleek concurrentiebeperkend. Niet de licentienemers, maar Nintendo bepaalde of een spel op de markt werd gebracht en in welke aantallen. Woedend waren licentiehouders toen Nintendo van de ene dag op de andere zijn technologie veranderde om softwarepiraten te slim af te zijn. Bona fide ondernemingen die niet tijdig door Nintendo waren ingelicht moesten razendsnel hun software aanpassen.